Steun met Indonesië de Papoea's

Het boek van Pieter Drooglever over Nieuw-Guinea roept herinneringen op bij Hans Bakker. Pleidooi voor het besef dat Papoea voor Nederland blijvende betekenis heeft....

Het ergste was niet dat we 'Indië' kwijtraakten. Het ergste was demanier waarop. Nog altijd komt spijt bij mij op, dat Nederland enIndonesië na drieëneenhalve eeuw vechtend uit elkaar gingen.

Deze bespiegeling komt boven door lezing van Drooglevers lijvige studieEen daad van vrije keuze. De Papoea's van westelijk Nieuw-Guinea en degrenzen van het zelfbeschikkingsrecht (Forum, 15 november en Buitenland,16 november). Een doorwrocht verhaal.

Drie maanden voor het verschijnen van de publikatie van Droogleververklaarde minister Bot dat Nederland zestig jaar geleden ten aanzien vanIndonesië aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond (Forum, 16augustus). Op dit niveau was dat nog nooit gezegd.

Drooglever beschrijft de geschiedenis van westelijk Nieuw-Guinea engeeft met name een uitvoerig verslag van de verwikkelingen van 1945 tot1969, uitlopend op de 'volksstemming' onder de Papoea's, die Indonesiënaar zijn hand wist te zetten. Het drama van een kwart eeuw geschiedenis.Bij de scheiding tussen Nederland en Indonesië werden de Papoea's dekinderen van de rekening.

In het boek van Drooglever mis ik de vermelding van de brochureNieuw-Guinea als wereldprobleem van de internationaal bekende prof. Rölingin Groningen. Dit geschrift uit 1957 baarde veel opzien. Alsvolkenrechtdeskundige woonde hij de debatten in de VN bij overNieuw-Guinea.

Hij betoogde dat Nederland noch juridisch, noch politiek aanspraken opNieuw-Guinea kon laten gelden. Hij aarzelde bij de toekenning van hetzelfbeschikkingsrecht aan Nieuw-Guinea, dat deels nog in het stenentijdperk verkeerde. Opvoeding tot zelfstandigheid zou nog generatiesvergen. Daar hadden wij de tijd niet meer voor. Bij een openlijk conflictzou Nederland in de wereld alleen komen te staan. Een profeet naar wie nietgeluisterd werd. Maar de geschiedenis gaf Röling gelijk. Waarom dit geluidniet vermeld?

Wat mij ook opviel: Drooglever noemt weliswaar de naam van deKNIL-kapitein Westerling en diens 'uiterst hardhandigeanti-guerillatechniek' op Zuid-Celebes in 1947, maar hij laat daarbijweten: 'Het verhaal kan hier alleen in de kortst mogelijke vorm wordengegeven.' Vreemd in een boek van een dikke 800 pagina's. Vreemd vooral,omdat excessen als onder Westerling een bittere indruk in Indonesiëachterlieten. Waarom niet vermeld, dat enkele duizenden mensen opZuid-Celebes omgebracht werden? Hierdoor, en hierdoor niet alleen, hadNederland boter op het hoofd. Als gevolg daarvan verkeerde Nederland doorde jaren heen in een precaire situatie om zich tegenover Indonesië opmensenrechten te beroepen. Te belangrijk om 'in kortst mogelijke vorm' weerte geven.

Dit maakt het onheil niet ongedaan dat westelijk Nieuw-Guinea onderIndonesisch bestuur sinds 1963 heeft ondergaan. De Papoea's zijn naar derand van hun samenleving verdrongen. Door onderdrukking en geweld verlorentien-en tienduizenden het leven.

Tot bemoeienis van enige omvang met de Papoea's was Nederland voor 1940nauwelijks gekomen. Als weldoeners moesten we Nieuw-Guinea vanaf 1962verlaten. Nederlanders, werkzaam in bestuur, onderwijs, ziekenzorg, kerken zending hadden met de beste intenties hun werk gedaan.

Op 15 augustus 1962 werd in New York het Nederlands-Indonesisch akkoordinzake de overdracht van westelijk Nieuw-Guinea ondertekend. Voor radio entv sprak minister-president De Quay die dag een rede uit met deslotwoorden: 'Wie trouw zijn werk in het belang van eigen land en volkblijft verrichten, behoeft niet te vrezen. Blijft gezamenlijk aan hetwelzijn van uw volk bouwen. De gedachten en de beste wensen van hetNederlandse volk zullen U hierbij vergezellen. Moge God u bewaren.' Daarkonden de Papoea's het mee doen.

Blijft de vraag: deed Nederland er goed aan de Papoea's de belofte vanzelfbeschikking voor te houden? Daarop wordt hier geen ja gezegd. Onze lateliefde voor de Papoea's kon zich maar een beperkt aantal jaren doen gelden.Die tijd was te kort.

Feit blijft, dat Nederland door toezegging van zelfbeschikkingverwachtingen bij de Papoea's heeft gewekt. Feit blijft ook, dat Nederlandde Papoea's de aandacht voor hun mensenrechten onthield, die het anderevolken, waarmee het een minder belast verleden heeft, wel geeft.

Mijn werk bracht mij in aanraking met jonge Papoea's, behorend tot debest opgeleiden in hun land. We moesten hen in verwarring achterlaten,overgeleverd aan een bandjir in politieke zin, die over hen heen golfde.Drooglever zegt aan het slot van zijn boek: 'Dit verhaal kan niet zonderemoties en gevoelens geschreven worden.' Dat geldt ook voor dit artikel.

Een aantal stichtingen in ons land beijvert zich al jaren om met behulpvan donateursgelden projecten op kleine schaal in Papoea uit te voeren.Vanuit een besef van ereschuld. Na alles wat gebeurd is, kan Nederlandalleen in samenwerking met Indonesië iets voor de Papoea's betekenen. Alsdat eens een meer nationaal besef zou worden. Zouden we dan niet aan degoede kant van de geschiedenis staan?

Maar dat moet niet nòg eens zestig jaar duren.

Meer over