Stervende democratie

BERT LANTING

Ongeacht de opkomst van de islamisten, moet het Westen zijn stem verheffen tegen de verkapte coup in Egypte.

Klinisch dood of zit er toch nog leven in? Dat vragen de Egyptenaren zich van uur tot uur af over hun voormalige president, Hosni Mubarak. Maar de vraag gaat ook op voor de nog jonge democratie in het land.

Gisteren zou de definitieve uitslag bekend worden van de presidentsverkiezingen, maar de bekendmaking daarvan is voorlopig uitgesteld. De oppositie verdenkt de militairen ervan dat zij er zeker van willen zijn dat hun kandidaat, ex-premier Ahmed Shafiq, het wint van Mohammed Morsi, de kandidaat van de Moslimbroeders.

Of de militairen het zullen aandurven de uitslag te vervalsen, is nog onduidelijk. Maar het is wel duidelijk dat zich een sluipende militaire machtsgreep aan het voltrekken is, die verdacht veel overeenkomsten vertoont met de manier waarop de Algerijnse militairen in 1991 de verkiezingszege van de islamisten om zeep hielpen.

De eerste stap was dat het Constitutionele Hof het pasgekozen parlement ontbond waarin de islamisten de meerderheid van de zetels hadden bemachtigd. Vervolgens kende de Hoge Militaire Raad, die het land sinds de val van Mubarak bestuurt, zichzelf via een noodverordening wetgevende bevoegdheden toe.

De militairen verzekerden zich er ook van dat zij een flinke vinger in de pap krijgen bij het opstellen van een nieuwe grondwet. Bovendien hebben ze de macht van de president al bij voorbaat stevig aan banden gelegd: ook al wint de islamist Morsi toch de verkiezingen, hij krijgt geen zeggenschap over het leger en het defensiebudget.

Het is begrijpelijk dat het Westen zich zorgen maakt over de gevolgen van de opmars van de islamisten in de Arabische wereld, maar toch moet het zijn stem verheffen tegen deze verkapte militaire coup. De Egyptische democratie moet beademd worden.

undefined

Meer over