Sterven is doodeenvoudig

Jean-Pierre Geelen

Een gedoetje, dat is het leven. Niemand die de lessen rondom zijn rap naderende dood zo indrukwekkend weet te vertolken als filosoof en 'Denker des vaderlands' René Gude. In navolging van interviews in NRC Handelsblad en Trouw schoof hij maandag aan bij DWDD. 'Voor de laatste keer': wat een traditie had moeten worden, kwam er jammer genoeg te weinig van; het verloop van zijn ziekte (botkanker) stond in de weg.

Nu legde de meester van het 'humeurmanagement' nog eenmaal uit hoe te sterven, als laatste les.

Het werd een onvergetelijk tv-moment gelijk Thé Lau bij RTL Late Night, op de dag van het nieuws van diens terminale ziekte. Stilte en ruimte zijn dan het gereedschap van de interviewers, Van Nieuwkerk hanteerde het perfect. En net als de soevereine, haast onverschillige Lau is Gude een ideale gesprekspartner voor zaken des levens en de dood.

Benauwende gedachte

'Het gaat klote, hè? Hoe klote?' Gude wist niet of hij de Kerst nog zal halen. Een benauwende gedachte, maar het humeurmanagement staat hem bij. Een recept om goed te leven en navenant te sterven: het beest recht in de bek kijken, afrekenen met pessimisme ('Je bereikt er geen fuck mee'), jezelf geen angst of boosheid aanpraten door zelfgemaakte valse beelden van de dood. Het moeilijkste is die draai maken, van 'een speedboot richting toekomst naar een roeiboot met je rug naar het leven', zei hij, terwijl verdriet hem even leek te overmannen.

Een deel van het gemak waarmee hij dat toch deed, kwam voort uit het besef dat het leven zwaar is. 'Je moet elke ochtend uit je nest komen. Op school iets flikken, vrienden, baan, een gezin stichten. Een ongelooflijke hoop gedoe.'

Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het, heet zijn laatste boekje. Televisie geeft deze weken les. Zoals zondag in Dood voor beginners (EO/IKON). Tegen middernacht, het tijdstip waarop de publieke omroep zijn kijkers vaker met loodzware thema's de donkere nacht instuurt, vertelde onder anderen verpleeghuisarts Bert Keizer over zijn bevindingen met de dood. Hij heeft bij veel sterfbedden gestaan, en zag: 'Wat er in de harten van omstanders woedt aan verdriet om het afscheid, de angst, en pijn, sluit niet aan op datgene wat de stervende meemaakt. Voor de omstanders ligt de stervende op de drempel van de eeuwigheid, de stervende zelf ligt op een verkeerde plooi in het laken.'

Geamputeerd verder

En: 'Wij vinden sterven iets groots, iets monumentaals, een enorme gebeurtenis. Maar dat is helemaal niet zo voor de stervende voor ons wel. Wij moeten geamputeerd verder, met dat stuk uit onze ziel. De stervende heeft dat helemaal niet.'

Een sterfbed draaglijk maken, noemde hij 'leuk werk'. Nabestaanden houden een goede herinnering. 'Mensen worden zo minder bang voor hun eigen dood.'

Het werd verteld bij een onbekende voice over (Regisseur Dio van Maaren? Eindredacteur Geert Jan Blanken?), tussen onvermijdelijke shots van verstilde schittering op het water, wind die door bloemblaadjes blaast onder weeë muziekjes. In het licht van de dood vielen zelfs die clichés te dragen.

Goed sterven

TV-maakster Anne Christine Girardot had wel vijftig stervenden geïnterviewd. Toen haar vader overleed, kreeg ze niet één vraag over haar lippen.

Haar vader kon niet meer praten, maar gebaarde dat ze vrolijk moest blijven. Girardot: 'Toen dacht ik: jij hebt makkelijk praten.' Later besefte ze: ze kon niet omgaan met de dood. Daarom werkt ze nu in een hospice.

Goed te sterven - ook best nog een gedoetje. Eeuwig dank, René Gude, dat je het ons wilt voordoen.

Meer over