Sterke staaltjes en olympisch vuur

Neem Tegla Loroupe, marathonloopster uit Kenya, en voeg daarbij een sterverslaggever van het Amerikaanse prachtmaandblad National Geographic. Onvermijdelijk leidt dat tot een cliché-verhaal: over het arme, zwarte meisje dat altijd al holde omdat ze straf kreeg als ze te laat op school kwam na het halen van brandhout en water...

De reportage die het reistijdschrift wijdt aan het olympische streven: 'sneller, hoger, sterker', staat bol van dergelijke sterke staaltjes. Maar en passant pikt de lezer - als hij niet buiten adem raakt door de snelheid waarmee de auteur van continent wisselt - heel wat op over spieren en zuurstofverbruik.

Veel ambitieuzer in de epidemie aan tijdschriftspecials - naar aanleiding van de dit weekend begonnen Olypische Spelen - is het door journalisten geschreven Scientific American Presents: Building the Elite Athlete, The Science and Technology of Sport. Nieuwe materialen, erfelijkheid, de speurtocht naar nieuw talent, doping en trainingsmethoden worden afgewisseld met verhalen over bijverschijnselen zoals hersenbeschadigingen (vooral bij mannen) en problemen met de kniebanden (een groot aandeel vrouwen).

Niet alle bijdragen in dit speciale nummer zijn even geslaagd. Zo ligt de nadruk te veel op typisch Amerikaanse sporten. Wezenlijker is echter dat nogal wat artikelen lijden aan oppervlakkigheid en nauwelijks nieuwe gezichtspunten of feiten aandragen. Hoe gaan sporters om met druk? Welnu: het maakt ze niet uit, of ze gaan er slechter, dan wel wat beter door presteren. En dat vijf pagina's lang.

Dan is er de aantijging dat het Internationaal Olympisch Comité de strijd tegen doping nog altijd niet serieus neemt. Jammer is dat die beschuldiging voor een belangrijk deel is gebaseerd op de aanname dat er in Sydney geen EPO-testen worden uitgevoerd. Dat argument is al weken achterhaald.

Vreemd genoeg staan de leukste bijdragen van deze special helemaal achterin, onder het hoofdstuk Sport en maatschappij. De Nederlandse journalist Reinout van Wagtendonk breekt daarin met het beeld van de kweekvijver van zwarte spillebeentjes die in het Kenyaanse hoogland elke dag grote afstanden moeten rennen naar hun verafgelegen school.

Hij citeert daartoe de Britse hoogleraar John Bale, die onderzoek deed naar het ontstaan van de succesvolle hardloop-cultuur bij de Nandi-stam in Kenya. Doorslaggevend was volgens Bale de rol van de voormalige kolonisator Groot-Brittannië. De machthebbers introduceerden al vanaf de jaren twintig een sport- en hardloopcultuur - ingebed binnen de politie-apparaat en het leger en aangemoedigd door de missionarissen - om de onrustige mannelijke bevolking wat om handen te geven.

Wat door de kolonisator begin deze eeuw werd gezaaid, kon in de moderne tijd met zijn verlokkingen van de westerse vleespotten tot volle wasdom komen. Niks hardlopende kindertjes, maar Britse bullebakken.

Maar waarschijnlijk spelen ook genetische verschillen een rol. Of is het toeval dat alle wereldrecords op de loopnummers in de atletiek in handen zijn van mensen van Afrikaanse komaf? Of dat al tweehonderd maal een zwarte atleet onder de tien seconden heeft gelopen op de honderd meter, maar dat dat nog nooit een blanke is gelukt? En waarom zijn er eigenlijk geen goede zwarte zwemmers? Hebben die van nature minder drijfvermogen - daar bestaan aanwijzingen voor - of hebben ze minder toegang tot zwembaden?

Daarover blijkt nog maar bitter weinig bekend, maar dat er verschillen zijn tussen mensengroepen is onmiskenbaar. Zo hebben zwarten van West-Afrikaanse komaf gemiddeld meer snelle spiervezels, die zich bijzonder lenen voor de sprintnummers, dan blanken. Er zijn echter aanwijzingen dat die verhouding niet per se vast hoeft te liggen. Mogelijk kan daar door middel van gerichte training aan gesleuteld worden, schrijven drie Deense wetenschappers in een pittig verhaal in het septembernummer van het prestigieuze moedertijdschrift Scientific American.

De gedachte dat atleten hand in hand met de wetenschap nog veel verder kunnen reiken dan nu, is de overheersende teneur in alle hiervoor genoemde bijdragen. Een wat tegendraads geluid komt van het weekblad New Scientist. De prestaties in de atletiek vlakken af, concludeert het tijdschrift in een paar pagina's die worden aangemerkt als News special: The perfect Athlete. Bovendien wijst de geschiedenis uit dat de wetenschap maar weinig zoden aan de dijk heeft gezet. Veel moderne trainingsmethoden zijn met vallen en opstaan ontwikkeld, niet dankzij nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Maar zelfs als dat waar is, hoeven we nog niet te vrezen voor stagnatie. De Deense wetenschappers beschrijven doodserieus de imaginaire sprinter John Doeson die in 2012 in de halve finale de olympische honderd meter onder de negen seconden loopt (maar de finale niet wint).

Doeson heeft een extra gen ingespoten gekregen dat in zijn spiercellen een eiwit aanmaakt dat het in ieder mens aanwezige maar slapende gen tot leven wekt voor supersnelle spiervezels, zoals knaagdieren die kennen voor de vlucht.

Als gentherapie in de gezondheidszorg haar intrede doet, en op proef gebeurt dat al, dan zal in haar kielzog, denken de wetenschappers, de sport snel volgen, legaal of illegaal. Helaas klinkt dat helemaal niet wereldvreemd.

Meer over