Stephen Dobyns

Horror en zwarte komedie gaan samen in een rijk en complex verhaal.

Stephen Dobyns: Het vuurpaleis

Uit het Engels vertaald door Mieke Vastbinder en Onno Voorhoeve.


Anthos; 451 pagina's; € 19,95.


Het begon in 1998 met De kerk van de dode meisjes. 'Zo zagen ze eruit: drie dode meisjes, rechtop gezet op drie rechte stoelen. De veertienjarige zat in het midden. De twee dertienjarigen zaten aan weerskanten van haar. Bij elk meisje liep een touw vanaf haar schouders kruislings over haar borst, om haar middel, en was achter de rug vastgeknoopt.'


Hun huid was uitgedroogd, het tandvlees teruggetrokken, het haar reikte tot aan hun middel. En hun linkerhanden ontbraken, bij de pols afgehakt.


De eerste thriller van Stephen Dobyns (1941), schrijver van romans, non-fictie, en dichter, brak internationaal door. Een respectabel plaatsje in de staat New York verliest zijn 'onschuld' na de verdwijning van drie tienermeisjes. Het verandert in een oord waar mensen alle redenen lijken te vinden om elkaar naar het leven te staan. Prachtig opgebouwd en verteld.


En nu, vijftien jaar later, is er Het vuurpaleis (The Burn Palace). Met een begin dat je opnieuw krachtig het verhaal in trekt.


'Zuster Spandex was te laat, en toen ze begon te rennen piepten de rubberzolen van haar ziekenhuisklompen op de vloer van de gang naar de kraamafdeling. Het was half drie in de nacht van woensdag op donderdag, en als Tabby Roberts er ooit achter zou komen dat ze de twee baby's alleen had gelaten, was ze goed de lul. Daar moest ze om lachen, want een lul was de reden dat ze zo laat was, ze had net een flinke beurt gehad in kamer 217, waar die arme zwarte vrouw die middag was gestorven.' Gepakt door de dokter.


De baby van Peggy Summers leek al trappelend verdwenen onder zijn dekentje. Ze rukte het weg. Een enorme slang schoot op haar af. Ze produceerde een hoog geluid dat ze nog nooit had gemaakt.


'En nu gaan we als in een uit de lucht gefilmd shot weg bij het ziekenhuis.' Een vertellende stem verzorgt op onderkoelde toon de rondleiding door het stadje Brewster, in de kleine staat Rhode Island. De baby en de slang zijn nog maar het begin van een reeks verontrustende gebeurtenissen, samengebracht in een thriller die horror en zwarte komedie herbergt.


Liefdevol getypeerde, ietwat excentrieke bewoners worden afgelost door ongenadig beschreven gestoorde of wrede mensen. Man wordt bij het moeras gescalpeerd, meisje pleegt zelfmoord, heksen, satanische rituelen in de bossen, de eeuwige beerput van hebzucht opent zich. Het stadje staat op ontploffen.


Een mooie rol is weggelegd voor de 10-jarige Hercel, eigenaar van de (ongevaarlijke) slang. Een bijzondere jongen, met een bijzondere gave en een stiefvader die zonder zijn medicijnen moorddadig wordt. De politiemensen van de stad en staat, onder wie rechercheur Woody Potter, zijn al even opmerkelijk als degenen achter wie ze aan jagen.


Een complex, rijk verhaal, waarin de taal van de auteur in staat is verbindingen te maken die genres moeiteloos mengen, en die verleidt, verwart en binnendringt.


Van De kerk van de dode meisjes is bij Anthos de vijfde druk verschenen.


Meer over