Analyse

Stemmen jongeren te weinig? De kloof tússen jonge kiezers, die is pas groot

Geen kiezersgroep die zo hard aan de oren naar de stembus wordt getrokken als de jongeren. Maar als er één probleem is met de opkomst onder jongeren, dan betreft dat het grote verschil tussen hoog- en laagopgeleiden. ‘Mijn leerlingen zijn de taal die ze in de politiek gebruiken niet machtig.’

Jesse Klaver in 2017 bij een bijeenkomst van GroenLinks in het Afas-theater in Amsterdam. Met de ‘meet-ups’ wil de partij jongeren betrekken bij de politiek. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Jesse Klaver in 2017 bij een bijeenkomst van GroenLinks in het Afas-theater in Amsterdam. Met de ‘meet-ups’ wil de partij jongeren betrekken bij de politiek.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

In de uitzending van De vooravond van 15 februari beklimt Défano Holwijn de zeepkist. De presentator en rapper weet al weken met een Instagram-liveshow (FC Avondklok) bij honderdduizenden jongeren de moed erin te houden. Maar Holwijn maakt zich zorgen. ‘De weg van jongeren naar een zelfstandig bestaan verloopt trager dan voorheen. Omdat ze in de steek worden gelaten.’ Er is een uitweg, volgens Holwijn: ‘Laten wij onderdeel worden van de oplossing. Dat begint bij jouw stem te laten horen op 17 maart. We kunnen samen het verschil maken. Op naar een betere toekomst: stemmen!’

De oproep aan jongeren is niet nieuw. In het BNN-programma Lijst 0 lieten Bridget Maasland en Katja Schuurman in 2002 aanstaand premier Balkenende blozen met twee kussen op de wang. Ook in 2017, in de nasleep van het Brexitreferendum en de verkiezing van president Trump klonk de lokroep hard. Tim Hofman, de jongens van de populaire comedy Rundfunk, hiphoplabel Top Notch: met schijtlollige interviews, kolderieke uitlegfilmpjes en een waar verkiezingsfeest werd er zwaar geschut ingezet.

En nu is het dus weer raak: van speciale stemwijzers in straattaal via podcasts tot interviews met politici door youtuber Bram Krikke bij Videoland. Geen leeftijdsgroep die zo hard aan de oren naar de stembus wordt getrokken als de jongeren.

Alles over de verkiezingen

Op 17 maart kiezen we een nieuwe Tweede Kamer. Op deze pagina leest u onze lijsttrekkersinterviews, vindt u onze analyses van de partijprogramma’s en kunt u onze stemwijzer doen.

Hoge opkomst

Al die moeite suggereert dat er een groot probleem is met jonge kiezers. Klopt dat wel? Het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) naar de verkiezingen van 2017 kwam uit op een opkomstpercentage van 76,1 procent onder 18- tot 24-jarigen. Dat was het hoogst gemeten opkomstpercentage onder jongeren sinds 1981. ‘Eigenlijk is het sinds de jaren tachtig niet meer gedaald’, zegt politicoloog Roderik Rekker, een van de onderzoekers. Hoewel de opkomst onder jongeren in de meeste democratieën lager is dan de gemiddelde opkomst, is er volgens Rekker in Nederland niet veel bijzonders aan de hand.

Hij ziet wel een ander probleem: de kloof tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden is nergens zo groot als onder jongeren. Uit het NKO blijkt dat van de hoogopgeleide jongeren 86 procent het stemhokje van binnen zag in 2017, dik 5 procentpunten meer dan het al hoge algemene opkomstpercentage. Het verklaart de vaak beschreven populariteit van GroenLinks en D66 onder jongeren: dit zijn de partijen die populair zijn onder hoogopgeleiden.

Van de laagopgeleide jongeren wist slechts 59 procent het stemhokje te vinden in 2017. Dat verschil is onder andere leeftijdsgroepen veel kleiner: de vanzelfsprekendheid om te gaan stemmen, is voor oudere laagopgeleiden groter.

‘Dat is wél zorgwekkend’, zegt Rekker. ‘Als je stemt bij je eerste verkiezingen, is dat een goede voorspeller dat je dat blijft doen in de rest van je leven. Op deze manier krijgen we een steeds grotere ondervertegenwoordiging van laagopgeleiden in de politiek.’

Een stemhokje in het Atrium in Den Haag bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012. Vooral laagopgeleide jongeren weten het stemhokje moeilijk te vinden.  Beeld  ANP
Een stemhokje in het Atrium in Den Haag bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012. Vooral laagopgeleide jongeren weten het stemhokje moeilijk te vinden.Beeld ANP

Moeilijke woorden

Dat hoogopgeleide jongeren bij hun eerste verkiezingen wel gaan stemmen en laagopgeleiden niet, valt te verklaren aan de hand van wat in politicologisch jargon ‘politiek zelfvertrouwen’ wordt genoemd: het idee dat je genoeg van politiek begrijpt om een stemkeuze te maken en daar ook invloed mee kunt uitoefenen.

Jongerenwerker Mario Delogu (46) ziet dat de verkiezingen weinig leven in zijn wijk, Enschede-Zuid. ‘De jongeren denken niet aan morgen, die zijn bezig met vandaag. Als je dan nog niet bent ingelezen en de verkiezingen staan voor de deur, is het moeilijk te begrijpen waar het over gaat.’ Kareem Wahby (26), jongerenwerker in Tilburg-Noord: ‘De politiek moet toegankelijker worden voor jongeren. Het moet ze raken. Niet per se op een negatieve manier, zoals nu met de coronamaatregelen, maar met een goed verhaal.’

Myrna Lambrichts (24) heeft als docent maatschappijleer op een vmbo in Maastricht vaak moeite haar leerlingen te enthousiasmeren voor de politiek. ‘Ze leren er veel over, maar het is gewoon een ver-van-hun-bedshow. Als ik met hen naar een verkiezingsprogramma kijk, moet ik echt een vertaalslag maken en dan pak ik al de makkelijke versie.’

Anna Exterkate (26), docent burgerschap op een mbo in Alkmaar, ziet hetzelfde probleem: ‘De taal die wordt gebruikt in partijprogramma’s, debatten en interviews, zijn mijn leerlingen niet machtig. Het is natuurlijk heel erg vet dat parlementariërs allerlei masters hebben afgerond, maar je bent wel volksvertegenwoordiger. Dan moet je ook wel de taal van die burgers kunnen spreken.’

Wahby: ‘In de politiek wordt best elitair gepraat, met moeilijke woorden en politieke correctheid. Maar bij laagopgeleide jongeren is het zwart-wit en niet grijs. Gewoon recht voor zijn raap en niet anders dan dat.’

Wat willen jongeren dan?

Uit diverse onderzoeken blijkt dat jongeren klimaat en Europa belangrijker vinden dan andere leeftijdsgroepen en dat ze economisch rechtser en sociaal-cultureel progressiever zijn dan oudere kiezers. Maar dat geldt, opnieuw, vooral voor hoogopgeleide jongeren. Wel hebben jongeren uit alle groepen gemeen dat ze zich sneller aangetrokken voelen tot nieuwe partijen. Uit het NKO blijkt dat jonge kiezers een belangrijke bijdrage leverden aan de toetreding van Denk en Forum voor Democratie tot de Kamer in 2017.

Met Jong doet er dit keer zelfs een heuse jongerenpartij mee. Ook Volt noemt zich een ‘nieuwe politieke generatie’. Waar Rens Raemakers (29) nu namens D66 nog het jongste Kamerlid is, doen bijvoorbeeld het CDA en de PvdA met jonge twintigers op verkiesbare plekken een gooi naar de jongerenstem.

Werkt dat? Jongerenpartijen kennen internationaal nog weinig succes en uit Nederlandse kiezersonderzoeken komt naar voren dat jongeren niet per se op jongeren willen stemmen. Bernie Sanders, Jeremy Corbyn en Beppe Grillo, oude leiders, doen of deden het goed onder jonge kiezers. Ook Hans van Mierlo en Joop den Uyl waren in Nederland tot op hoge leeftijd populair onder jongeren.

Wat doen de partijen?

Klassieke middenpartijen zijn impopulair bij jonge kiezers. De PvdA had in 2017 zelfs de oudste achterban van Nederland. Om jongere kiezers te trekken, zet de VVD onder meer in op livestreams, waarbij jongeren via Instagram met Rutte ‘in gesprek’ kunnen. Andere Kamerleden bespreken in een soort VVD-Koffietijd het laatste nieuws via Facebook.

Het CDA investeert veel in zijn onlinecampagne en richt zich daarin ook op jongeren. Al is de vraag hoe effectief deze post is, waarin jongeren ervan worden overtuigd dat ze zich echt niet hoeven te schamen voor een stem op het CDA (‘Stiekem ben jij ook voor waarden en normen’). Ook vindt sinds de dramatische verkiezingen van 2012 in CDA-fracties door het hele land een flinke verjongingsslag bij het CDA plaats, waarvoor jongere leiders als Hoekstra en De Jonge exemplarisch zijn.

Het CDA heeft een jongerenkandidaat, de PvdA heeft zelfs meerdere twintigers op de lijst. Zij worden in de campagne actief ingezet om jongeren te bereiken. Ook komt de PvdA met een jongerencampagne waarin de partij programmapunten specifiek voor jongeren uitlicht.

Geert Wilders is onder jongeren de bekendste politicus, zeggen de jongerenwerkers en docenten die de Volkskrant sprak voor dit artikel. Door de controverses, maar ook door zijn heldere taalgebruik. Andere politici zullen vooral online aan hun naamsbekendheid moeten werken: uit een recent onderzoek van Motivaction blijkt dat jongeren minder vertrouwen hebben in de klassieke media en hun nieuws veelal van sociale media halen. 20 procent van de jongeren in het onderzoek staat open voor de suggestie dat het coronavirus onderdeel is van een complot, het gemiddelde ligt op 11 procent. Jongerenwerker Delogu: ‘Als ik in gesprek ga met jongeren, krijg ik heel veel nepnieuws naar mijn hoofd. De vmbo-leerlingen zijn honderd procent eerder geneigd de complottheorieën te geloven. Ze zijn heel sceptisch over wat Rutte vertelt, over de maatregelen en vaccinaties.’

In een verkiezingscampagne die vanwege het coronavirus vooral online plaatsvindt, kan dat een verschil maken. ‘Van Haga, van Forum voor Democratie, doet het heel goed, los van of je het met hem eens bent’, zegt jongerenwerker Kareem Wahby. ‘Die kom ik heel veel tegen en wordt veel gedeeld. Ook omdat die coronamaatregelen heel belangrijk zijn voor jongeren nu.’

Stemmen vanaf 16?

Zou het helpen als jongeren al met 16 jaar mogen stemmen? Tot de Tweede Wereldoorlog konden jongeren onder de 25 jaar niet stemmen, na de oorlog werd dat 23, in 1963 werd de kiesgerechtigde leeftijd 21 en sinds 1972 kunnen alle 18-plussers stemmen. In een groot deel van Zuid-Amerika kunnen 16-jarigen al stemmen, net als in Malta en Oostenrijk. Moet dat hier ook niet eens?

De Raad voor het Openbaar Bestuur vond in 2019 van wel. In Oostenrijk heeft de maatregel geleid tot meer participatie onder jongeren. Het idee is dat 16-jarigen nog leerplichtig zijn en zo beter op school kunnen worden geïnformeerd en aangespoord om te gaan stemmen.

Roderik Rekker staat niet te springen. ‘Juist die laagopgeleiden zijn dan al van de middelbare school af, dus ik vrees dat het die opleidingskloof alleen maar zal vergroten.’ Politicoloog Sarah de Lange, die meeschreef aan het rapport van de adviesraad, ziet dat anders. ‘Ze zitten wel gewoon op het mbo en er is veel discussie om meer te investeren in het burgerschapsonderwijs daar. Dus ik denk juist dat het die kloof kan verkleinen.’

Dat beter burgerschapsonderwijs een essentiële rol kan spelen, onderschrijft iedereen. Vooral op het mbo is winst te boeken. Hogescholen en universiteiten kennen hun stemhokjes en verkiezingsevenementen, het verkiezingsdebat op de Erasmus Universiteit is een begrip.

Juist op het mbo is burgerschapsonderwijs vaak een ondergeschoven kindje. Een inspanningsverplichting is vaak beperkt tot een tot twee projectdagen of een werkstuk. Kwaliteitseisen zijn er niet.

Burgerschapsdocent Exterkate: ‘Daar moet echt meer beleid voor komen. Aan burgerschapsonderwijs moeten kwaliteitseisen worden gesteld, ook voor docenten.’ Op het mbo waar zij lesgeeft, is burgerschap sinds een aantal jaar een apart vak en Exterkate heeft daar een actieve rol in gespeeld. ‘Als andere vakdocenten zeiden het wel met minder uren af te kunnen, riep ik: ‘Kom maar bij mij!’ Maar er moet ook een duidelijk lesprogramma zijn, dat erop is gericht dat studenten de taal begrijpen. Een referendum of een constitutie, wat is dat?’

Onder Exterkates oudere, stemgerechtigde studenten beginnen de verkiezingen langzaam te leven. ‘Maar dat komt vooral door fouten die er worden gemaakt. De appjes van Baudet, of de toeslagenaffaire. Of het leeft in de zin van: waar ga ik straks op stemmen? Nee, dat niet.’

Podcast Koorts

In de politieke podcast Koorts word je in aanloop naar de verkiezingen iedere week bijgepraat door Sheila Sitalsing, Pieter Klok en Gijs Groenteman en de Haagse redactie van de Volkskrant.

Meer over