Stelligheid van Blair en Bush was een leugen

De aanbevelingen en analyses van de geheime diensten gaven Bush en Blair geen grond voor een oorlog tegen Irak. Dat maakt hen tot leugenaars, concludeert Bart Tromp....

In tegenstelling tot wat president Bush jr. en premier Blair vorig jaar beweerden zijn er in Irak na maandenlange zoektochten geen 'massa vernietigingswapens' gevonden. Die vormden het voornaamste argument voor de VS en Groot-Brittannim tot oorlog over te gaan. Volgens Arie Elshout (Forum, 8 februari) hebben de beide regeringsleiders daardoor 'een serieus probleem'. Maar de critici die hen van onwaarheid beschuldigen 'spelen vals'. 'Wie Bush en Blair beticht van liegen, moet aantonen dat ze al voor de oorlog wisten dat er geen massavernietigingswapens waren.'

Waarna Elshout zijn zorgen uitspreekt over het falen van de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten, alsof die verantwoordelijk zijn voor de onjuiste gronden waarop de oorlog is begonnen. 'Wie Bush en Blair niet a priori wil veroordelen, moet hun optreden voorafgaand aan de oorlog toetsen aan wat destijds bekend was over Saddam en zijn wapenprogramma's', schrijft hij. Geheel juist, zoals ook zijn eerdere opmerking dat 'er geen dwingende oorlogsaanleiding was'.

Inderdaad bestond allerwegen de verdenking dat Saddam Hussein sinds het eind van de VN-inspecties in 1998 op of andere manier de ontwikkeling van zijn 'massavernietigingswapens' had hervat.

Voor we verder gaan, eerst dit. De term 'massavernietigingswapens' is niet een technisch, maar een ideologisch begrip. Hij is bedoeld om biologische en chemische wapens in eenzelfde klasse van verwoestingskracht te plaatsen als nucleaire wapens. Dit is misleidend. Chemische en biologische wapens zijn, hoe gruwelijk ook, van een andere orde, zowel wat betreft hun effecten als waar het gaat om de wijze waarop ze kunnen worden gebruikt. Er is geen chemisch of biologisch equivalent van zelfs maar de kleinste atoombom. Wij noemen kapmessen ook geen 'massavernietigingswapens', hoewel daarmee in de jaren negentig in Centraal-Afrika honderdduizenden mensen zijn vermoord.

Dit terzijde is hier terzake, omdat er al voor de oorlog geen enkele aanwijzing bestond dat Saddam Hussein zijn nucleaire programma had hervat. De VN-inspecteurs hadden diens uraniumverrijkingsinstallaties al v1998 vernietigd. Het was onmogelijk deze te herbouwen zonder dat dit zou zijn opgemerkt. Dit rapporteerden Britse inlichtingendiensten in september 2002, toen ze vaststelden dat Saddam Hussein alleen op termijn over een kernwapen kon beschikken als hij uit het buitenland geschikt uranium zou verkrijgen, ondanks het effectieve embargo. Dat argument lag ten grond aan de bewering van president Bush jr in zijn vorige State of the Union (januari 2003) dat Irak in een Afrikaanse staat zulk uranium trachtte te bemachtigen. Dit was een klinkklare leugen, als zodanig allang bekend bij de Amerikaanse inlichtingendiensten. Van een nucleaire dreiging van Irak was, kortom, geen sprake.

Laten wij vervolgens niet vergeten hoe het feitelijk is gegaan. Onder druk van de V-raad (en daarachter die van de VS en Groot-Brittannistemde Irak in met het weer toelaten van VN-wapen inspecteurs, die nu met veel grotere bevoegdheden op konden treden dan v1998, teneinde de opgaven van Iraakse zijde over het elimineren van 'massavernietigingswapens' te controleren. Over de maanden dat zij actief waren, klaagden hun teamleiders, Blix en ElBaradei, dat hen van de zijde van de Britse en Amerikaanse regering nooit informatie bereikte op grond waarvan zij de vermoedens over de Iraakse 'massavernietigingswapens' hadden kunnen verifin.

Het onderzoek van de VN ter plaatse verliep grondig en leverde geenszins een argument om tot onmiddellijk gewapend optreden tegen Irak te besluiten. De argumenten om dat wel te doen van de zijde van de VS en Groot-Brittannivertuigden vrijwel geen andere leden van de V-raad, ondanks de ongehoorde druk die op een aantal van hen werd uitgeoefend. Als het op een stemming was gekomen over het Brits-Amerikaanse voorstel om te stoppen met de inspecties en tot oorlog over te gaan, was dit op een smadelijke nederlaag voor Bush jr. en Blair uitgelopen. De overgrote meerderheid van de leden van de V-raad was kennelijk niet overtuigd door de Amerikaanse-Britse argumenten.

Dit gold overigens ook voor bij voorbeeld de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, die over precies dezelfde geheime informatie als premier Blair beschikte, maar zijn ontslag indiende omdat hij die informatie veel te zwak vond om in strijd met het Handvest van de VN een oorlog tegen een andere staat te beginnen. Want de informatie waarop Bush jr. en Blair zich beriepen liet in het geheel niet de stelligheid toe waarmee beiden de noodzaak van een onmiddellijke oorlog tegen Saddam Hussein argumenteerden. Nu niet, maar toen ook niet.

In het recente rapport van de Carnegie Endowment for International Peace, Weapons of Mass Destruction in Iraq. Evidence and Implications is bijvoorbeeld gedetailleerd vastgelegd over welke kennis Amerikaanse inlichtingendiensten beschikten terzake van 'massavernietigingswapens' in Irak, en hoe alle voorbehouden en onzekerheden in die kennis door de regering in offici verklaringen zijn vervangen door uitspraken dat men zeker wist dat die wapens er waren en waar ze waren. Het is niet moeilijk ditzelfde proc bij de Britse regering te constateren - het volstaat de brief te lezen waarmee Cook zich liever tot backbencher liet veroordelen dan verantwoordelijkheid te dragen voor een oorlog gebaseerd op leugens.

Gepoogd wordt nu een geschiedenis van niet veel meer dan een jaar oud te herschrijven, door de inlichtingendiensten van de VS en Groot-Brittannierantwoordelijk te stellen voor falende informatie over de Iraakse 'massavernietigingswapens'. Gefaald hebben die diensten zeker, door de kans dat die wapens er zouden kunnen zijn schromelijk te overdrijven en zich op weinig anders te baseren dan gissingen en voorspelbaar onbetrouwbare informanten. Niettemin gaven hun analyses en aanbevelingen geen enkele grond aan de stelligheid waarmee Bush jr. en Blair de noodzaak van de oorlog tegen Irak hebben geargumenteerd.

Dit maakt hen tot leugenaars. Arie Elshout draait de zaak om. Het gaat er niet om of zij al voor de oorlog wisten dat er geen massavernietigingswapens in Irak waren. Het gaat erom dat ze dit allerminst zeker wisten, terwijl ze met stelligheid beweerden dat dit wel het geval was. Dat is liegen.

Meer over