Stelen wat gestolen is

Choreograaf Vandekeybus zit 25 jaar in het vak. Dat viert hij met het stuk booty Looting. Ruim baan voor de leugen.

De fotograaf schiet zijn meestershots. De hele voorstelling heeft hij als paparazzo dan wel popfotograaf tussen de dansers, de acteurs en de gitarist beelden 'gevangen', die meteen op een scherm werden geprojecteerd. Nu heeft hij actrice Birgit Walter, die het gelijknamige personage Birgit Walter speelt, in close-up. Haar gezicht besmeurd met klei, in een pijnlijke grimas vertrokken. Terwijl je hun stille interactie onaangedaan aanschouwt - dit is een fotoshoot, geënsceneerd dus - schokt het resultaat: de foto toont keihard verdriet, ingezoomd is de werkelijkheid veel intenser.

In booty Looting, de nieuwe productie van de Vlaamse choreograaf Wim Vandekeybus (49), vanavond in Amsterdam, speelt de leugen een grote rol. Allereerst door die fotograaf die op het toneel andere dingen kan zien dan het publiek in de zaal en die bovendien per definitie de werkelijkheid manipuleert doordat in foto's de context van het originele beeld geen rol meer speelt. Het stuk zelf wisselt ook voortdurend tussen allerlei werkelijkheden en waarheden. Onder aanvoering van een behoorlijk opgefokte spreekstalmeester wordt het leven van Birgit Walter gereconstrueerd. Maar welke van de opgevoerde perspectieven is het juiste? Is zij antropologe of gevierd actrice, femme fatale, zorgzame moeder of bitch? Speelt ze Romy Schneider in de film l'Enfer van Clouzot, Maria Callas in de film Medea van Pasolini of de rollen die die beroemde vrouwen speelden? Of is ze 'gewoon' Birgit Walter?

Hoe geconstrueerd is de realiteit, bouwt niet alles voort op wat al is? Hoe waar zijn herinneringen, is het verhaal van ons leven niet grotendeels gesampeld? Dit zijn de stuwende vragen achter booty Looting, wat zoveel betekent als 'stelen wat al gestolen is'. Vandekeybus trapt er zijn 25-jarig jubileum mee af. Later dit seizoen wordt ook What the body does not remember weer gedanst, zijn debuut uit 1987. Hiermee won hij direct een Bessie Award, een befaamde New Yorkse dansprijs. Men sprak van 'een gevaarlijk, strijdlustig landschap', van 'adrenaline choreografie'. Een vergelijk toont hoe sterk Vandekeybus zich heeft ontwikkeld van choreograaf naar verhalenverteller, van puur dans naar multimediaal theater.

In 1987 was alles nog heel kaal, heel direct, heel echt. Er waren dansers, er waren vliegende bakstenen die zij moesten ontwijken, er waren vloeren en pallets die afgebroken konden worden, en er was energie, heel veel energie. Rennen, rollen en springen; zelfs vallen werd een vorm van springen, met zoveel kracht ging het richting vloer. Risico nemen en de spontaniteit van instinctief en impulsief handelen bewaren: dat zijn de kernwaarden van Vandekeybus' danstaal. Het is dans op high speed, die tegelijk heel subtiel is, een combinatie van rock en poëzie. De kleinste aanraking kan al het effect van een stroomstoot hebben.

Die danstaal is zeventwintig voorstellingen en dertien films later niet wezenlijk veranderd. Vorm en inhoud van de producties wel. De gemiddelde Vandekeybus is een bomvol en daardoor een niet altijd makkelijk te volgen gebeuren. Allerlei verhaallijnen en associaties pakken elkaar als in een estafette over en bedienen zich daarbij niet alleen van dans en muziek, maar ook van tekst, film en nu dan dus fotografie. Mensen als Peter Vermeersch, David Byrne en Dave Eugene Edwards schreven muziek. Teksten kwamen van onder anderen Peter Verhelst, P.F. Thomése en Jan Decorte. Zelfs klassiekers - Oedipus, Medea- werden een inspiratiebron. De films zijn geen sfeerbeelden, maar op zichzelf staande verhalen, later vaak apart als dansfilm uitgebracht.

Blinde dansers, galopperende dansers, woorden barende dansers. Tot de verbeelding sprekende titels als Her body doesn't fit her soul, Mountains made of barking, Inasmuch as life is borrowed. Zwierende hangmatten en dwarrelende esdoornzaden, maar ook gepureerde kikkers en kraters van brandfolie. Eigenlijk vertelt Vandekeybus sprookjes. Sprookjes die geleidelijk harder van toon zijn geworden en parallel daaraan - toeval of niet - een steeds groter beroep zijn gaan doen op tekst en de inbreng van acteurs. Waar aanvankelijk zintuigen, dromen en mythen de boventoon voeren, treden vervolgens de thema's dood en (het eeuwig zoeken naar) liefde steeds nadrukkelijker op de voorgrond. Is het het ouder worden? Is het de tijdgeest, die een 'licht cynisme' vereist, zoals Vandekeybus zelf eufemistisch stelt?

Het stuk booty Looting is in zoverre een climax van deze ontwikkeling dat de voorstelling je niet zozeer een verbeelding probeert in te trekken, maar je juist bewust maakt van die verbeelding; het schuiven met fictie en realiteit als mechanisme is het onderwerp geworden. Het is daardoor een van Vandekeybus' minst zintuigelijke voorstellingen. Er wordt voortdurend een beroep op je ratio gedaan, op je analytisch vermogen. Het roept heimwee op naar de direct fysieke impact van zijn dans, naar de lyriek die zo inherent is aan dit medium. Maar tegelijkertijd fascineert de ongebreidelde fantasie ook, net als het onvoorspelbare en het onduidbare. De 're-enactment' van de performance van Joseph Beuys (1921-1986), waarbij de kunstenaar in een New Yorkse galerie zich begaf te midden van een stelletje dansende prairiewolven, van die beesten die graag andermans buit buitmaken; ook dit soort zijpaden zijn in booty Looting gelukkig heel normaal.

booty Looting: 26/9, Stadsschouwburg Amsterdam. What the body does not remember: 13/4 Den Bosch, 10 en 11/5 Haarlem, 14/6 Groningen.

undefined

Meer over