Steffensen weet wat er 'in die jongens omgaat'

'Meneer, kunt u misschien even Jesper Skibby en Bo Hamburger naar buiten sturen?', vraagt de Deense verslaggever bij de rennersbus van TVM in heel behoorlijk Nederlands....

Van onze verslaggever

Jaap Visser

LIMOGES

Een vage blik van herkenning; kleine, wat gedrongen man, dun haar, gespierde, kromme benen, ondeugende blik, typische creatieve middenvelder, spelverdeler geweest waarschijnlijk. 'Per Steffensen, aangenaam, ik droeg bij FC Twente twee seizoenen het shirt met nummer 10.'

Kees Rijvers ('die ouwe') haalde hem naar Nederland, in Enschede speelde hij samen met zijn landgenoot Claus Nielsen ('die witte'), de Tour de France verslaat hij voor het Deense dagblad B.T., samen met zijn vrouwelijke collega Suzanne Horsdal ('die meid') en om het bericht dat Feyenoord zijn ouwe ploegmaat Clemens Zwijnenberg ('die rooie') heeft gekocht, moet hij smakelijk lachen.

Per Steffensen (32) is danig onder de indruk van de Tour de France. 'Zes uur per dag op een fiets zitten en jezelf afbeulen, ik heb er grote bewondering voor. Topsporters moeten zichzelf veel ontzeggen, maar wielrenners meer dan voetballers. Wielrenners moeten verschrikkelijk hard werken.'

Sinds een half jaar is Steffensen fulltime sportjournalist. Voor B.T. volgt hij het Deense nationale voetbalelftal. 'Een prachtige job, maar ook een moeilijke. Ik kom wel eens in gewetensnood omdat ik met de meeste jongens nog zelf heb gevoetbald. Zij vertellen mij snel dingen in vertrouwen en dan moet ik steeds de afweging maken of ik het wel of niet voor de krant kan gebruiken. Lastig.'

Steffensen groeide op in Hvidovre, bij Kopenhagen, werd met de plaatselijke club één keer Deens kampioen en verkaste naar Brndby waar drie landstitels volgden. Bij FC Twente hield hij het maar twee seizoenen uit omdat hij 't te vaak aan de stok had met trainer Vonk. 'Die man dacht dat hij het voetbal had uitgevonden. Best een goede trainer, maar vreselijk eigenwijs, en als mens schoot hij tekort. Ik vond dat hij wel eens wat deskundige hulp kon gebruiken, als je begrijpt wat ik bedoel.'

Schrijven had Steffensen altijd al gedaan, vroeger op school, en bij Brndby als columnist voor een weekblad. 'Kleine verhaaltjes over mooie, gekke dingen die ik met m'n ploegmakkers beleefde.' Terug in Denemarken, in Hvidorve, werd hij algemeen redacteur bij de regionale krant. 'Ik moest alles zelf doen, politiek en sport verslaan, de lay-out verzorgen, alles. Heel leerzaam.'

De ambitieuze verslaggever trok de aandacht van de landelijke kranten waarvan B.T. de slag om Steffensen won. In zijn eerste Ronde van Frankrijk staat hij, zoals hij 't zelf uitdrukt, het liefst op het veld. 'Voor en na de koers babbeltjes maken met de renners, er achter zien te komen hoe zij zich voelen. Ik geloof dat ik daar wel goed in ben. Ik denk dat ik ook wel een beetje begrijp wat er in die jongens omgaat.'

Jesper Skibby, Bo Hamburger en Bjarne Riis worden door Steffensen op de voet gevolgd. 'Skibby is gek, daar ben ik nu wel achter, maar wel leuk gek, heel leuk zelfs. En Hamburger is een stille, een enorm talent, die jongen gaat een grote renner worden. Ik heb het idee dat ze bij TVM de ploeg om Hamburger heen gaan bouwen.'

Riis, de nummer drie van het algemeen klassement, heeft Steffensens hart gestolen. 'Wat een vechter, fantastisch. Ik ben een beetje gek op Riis geworden. In het begin zei die jongen nooit wat, maar hij heeft zich in deze Tour geweldig ontwikkeld. Hij komt nu heel zelfverzekerd over. Hij is sterker dan Zülle en dat zegt-ie nu ook gewoon. Klasse. Van alle renners in de Tour zit Riis volgens mij het dichtst bij Indurain. Maar die verslaan dat gaat niet hè. Indurain is in mijn ogen een overmens.'

Meer over