Steenrijk Ierland op keerpunt

Wie Ierland het afgelopen decennium meermalen heeft bezocht, heeft de metamorfose met eigen ogen kunnen waarnemen. Van een achtergebleven, door werkloosheid en armoede geplaagde landbouwstaat is Ierland veranderd in het op een na rijkste land binnen de Europese Unie....

Van onze correspondent Gert-Jan van Teeffelen

De argeloze bezoeker zal zich verbazen over het prijspeil in het peperdure Dublin. Een huis is er, per vierkante meter, duurder dan in Parijs of Zürich.

Die enorme sprong voorwaarts (en de schaduwzijden hiervan) is een hoofdthema tijdens de verkiezingen. Vandaag gaan de Ieren naar de stembus, en het zal erom spannen of de volkse taoiseach (premier) Bertie Ahern een derde termijn wordt gegund. Net als zijn vriend Tony Blair begon hij in 1997 aan een lange regeerperiode.

De kiem voor het Ierse succesverhaal werd al voor zijn aantreden gelegd, toen het land de winstbelasting – ooit 47 procent – verlaagde naar 12,5 procent. Het gevolg was dat een stoet internationale, met name Amerikaanse bedrijven zoals IBM, Hewlett-Packard en Dell, kantoren en fabrieken in Ierland openden.

Bedrijven en investeerders zijn dan ook uiterst tevreden, net als veel Ieren die hun banksaldo en de waarde van hun huis zagen groeien. De lokale beursindex steeg met 180 procent in het tijdperk-Ahern, terwijl de economie jaarlijks met gemiddeld 7 procent groeide. Ter vergelijking: het gemiddelde van de EU-landen is 2,2 procent.

Ondanks deze succescijfers groeit het ongenoegen in Ierland, dat is aangekomen op een symbolisch keerpunt. Binnenkort wordt het, na jaren van miljardensubsidies uit Brussel, eindelijk nettobetaler aan de EU. Veel kiezers zien echter dat de publieke dienstverlening, alle jaren van groei en begrotingsoverschotten ten spijt, is achtergebleven.

Neem het onderwijs: de klassen in Ierland behoren tot de grootste in Europa. Of de zorg: veel ziekenhuizen kunnen het aantal patiënten niet aan. De wegen rond Dublin zitten altijd verstopt, en niet overal zijn de riolering en de waterleiding berekend op het gestegen aantal huizen. Van alle Ierse woningen werd eenderde gebouwd in de laatste tien jaar.

Het gevolg is een achterstand in de peilingen voor de coalitie van de Fianna Fáil-partij van Ahern en de Progressieve Democraten.

De campagne werd bovendien gedomineerd door aantijgingen dat Ahern geld zou hebben aangenomen van een bevriende zakenman voor een verbouwing.

Het waren moeilijke momenten voor de premier, die in de loop der jaren de bijnaam ‘Teflon Taoiseach’ verwierf, omdat kritiek – net als bij ‘Teflon Tony’ Blair in zijn beste jaren – als water van zijn schouders leek te glijden. De laatste dagen won Ahern echter weer terrein.

Een bijzondere rol is weggelegd voor Sinn Fein, dat streeft naar een verenigd Ierland. Twee weken geleden trad de partij toe tot een historische coalitie in Noord-Ierland, waar de macht nu wordt gedeeld met de pro-Britse protestanten.

In de Ierse republiek stevent de partij af op een verdubbeling van het zeteltal, en voorman Gerry Adams hoopt op een coalitie met Ahern. Die wijst samenwerking echter af. De belangrijkste kritiek op Sinn Fein is dat de linkse partij weinig zou begrijpen van economie, een verwijt dat in het moderne Ierland hard aankomt. Sinn Fein-leider Adams heeft al toegegeven dat hij zich ’s avonds laat bijspijkeren.

Meer over