Steeds meer geld in minder zakken

Tennis wordt wel beschouwd als de sport van de gouden rackets. Een misverstand, meent de vorig jaar gestopte Jacco Eltingh, nu werkzaam aan de andere kant van het scherm....

door John Volkers

IN DE wereld van het tennis is het niet louter goud dat blinkt. Wie langs de mooiste parken van de wereld wandelt, de lijsten met prijzengelden tussen de vingers laat knisperen en de media-aandacht weegt, verwacht aan de base-line slechts miljonairs te treffen.

De werkelijkheid is anders. Neem Seda Noorlander. Deze week bekende de bescheiden Nederlandse tophonderd-speelster na haar uitschakeling in de eerste ronde van Roland Garros dat zij 'dertigduizend gulden rood' stond.

Opgetrokken wenkbrauwen, nerveuze lachjes in de Parijse bankjes. Wie zegt zoiets op een persconferentie temidden van de mooisten der wereld?

Noorlander: 'Ik heb dit jaar vier maanden met mijn broer gereisd. Hij heeft me gecoacht, maar als je dan dertigduizend in het rood staat, dan kap ik er mee. Dat is niet te betalen.'

Moeder Noorlander, zo vertelde de Haagse speelster, had overwogen een hypotheek op haar woning te nemen, om een nieuwe lening aan te gaan. Want verbetering treedt pas in, 'wanneer je constant met een coach reist', wist Seda Noorlander.

Sinds '93 heeft ze 364.580 dollars (bijna negen ton) verdiend, maar ze bezit zelf geen huis om te belenen. Het leven van een prof is duur, in het reispatroon van continent naar continent, op jacht naar punten en posities.

Seda, 26 jaar nu: 'Ik ben op mijn negentiende begonnen, maar ik voel me nog altijd in de beginfase van mijn carrière. Misschien word ik wel 35 als tennisster. De meesten branden snel op, zijn tussen hun 28ste en 32ste weg. Als je voortdurend naar de ranking kijkt, dan draai je door.'

In de tennisindustrie, ook deze sport is bedrijfstak geworden, is Noorlander een kleine speler. Zeker als je het vergelijkt met een tachtig plaatsen hoger ingeschaalde speelster als Anna Koernikova. De Russin is door haar uiterlijk en de daaraan verbonden populariteit uitgegroeid tot een marketing-icoon. Haar firma wordt The Body genoemd.

Vorig jaar verdiende Koernikova dertig miljoen gulden - waarvan 1,6 miljoen aan prijzengeld - en gold ze als de best betaalde sportvrouw van de wereld. Marketingbureau Octagon zegt de aanbiedingen te wegen en daarvan negen van de tien weg te gooien. Haar imago wordt verkocht aan de hoogst biedenden: aan een New-Yorkse aandelenhandelaar als Charles Schwab of een fabrikant van sportbeha's, Berlei.

Het zakelijke succesverhaal van Koernikova, donderdag in de tweede ronde van de Open Franse reeds uitgeschakeld, vertroebelt de blik op de werkelijkheid. We vragen in de wandelgangen naar de wederwaardigheden van een nuchter mens als Sjeng Schalken. De Limburger is pas 23, maar heeft al een leven van tennis achter de rug. Kort geleden bereikte hij zijn beste wereldranglijst-positie ooit: 39ste.

Zijn verhaal is dat van de gesettelde prof. 'In het begin heb ik veel moeten investeren. Mijn trainer - Alex Reinders - vormt de grootste uitgavenpost. Ik won als jonge speler een paar A-toernooien. Dat leverde drie, vierduizend gulden op. Een kleine sponsor deed er nog wat bij en toen heb ik een coach meegenomen naar de Satellite-toernooien.'

Schalken verdiende tot nu toe in zijn loopbaan 1.909.910 dollar (4,7 miljoen gulden) aan wedstrijdpremies. Zijn sponsors, Nike en Dunlop, leggen ook aardig wat op tafel voor de rechten van de lange Nederlanders. 'Mijn contractgeld is bijna gelijk aan dat prijzengeld. Net als Jacco (Eltingh), Paul (Haarhuis) en Jan (Siemerink) hoef ik me voor straks geen zorgen meer te maken.'

De Limburger woont in Monte Carlo, leeft uit zijn koffer, maar vertoeft veel in Nederland. 'Als ik met de auto ga, rijd ik langs Kessenich, langs thuis. Maar niet te vaak, want rijden is erg vermoeiend.

'Ik vlieg ook regelmatig voor behandeling naar Amsterdam. Als ik een blessure voel opkomen, ben ik er als de kippen bij. Ik heb een contract met Fysio Concept in Amsterdam. Die krijgen me altijd razendsnel op de been. En soms ga ik langs bij Jan Naaktgeboren in Rotterdam. Die zet in no-time je botten weer recht. De Nederlandse paramedische verzorging is de beste van de wereld.'

Schalken kan het weten, want hij wordt op toernooien verzorgd door masseurs uit vele windstreken. Die verzorging is gratis, zoals ook het onderdak. Grote uitgaven heeft een tennisprof aan vliegtickets. De goedkope zitjes zijn niet aan Schalken besteed. 'We vliegen business, met open tickets, zodat je elk moment, na een uitschakeling, naar huis kan, of naar een volgend toernooi.'

Ten slotte is er nog het managementbureau, de makelaar in tenniszaken. Ook voor Schalken is dat Octagon. 'Zij incasseren mijn prijzengeld. Zelf doe ik nog altijd de inschrijving.' Per e-mail, nemen wij aan. 'Nee, ik heb geen computer. Nee, ook geen fax. Ik bel gewoon dat ik eraan kom. Misschien een beetje ouderwets ja, maar het werkt wel.'

Schalken woont om fiscale redenen in Monaco. Deze week, bij de Open Franse, heeft hij daar niet veel aan. 'Monaco valt onder de Franse belastingwetgeving. Ik draag daarom hier het volle pond af. Maar normaal betaal ik als buitenlander in Monte Carlo nul procent. Wel betaal ik in de landen waar ik mijn prijzengeld win, bronbelasting. Dat wordt meteen verrekend.'

We willen geen medelijden tonen voor deze exponent van het succesvolle sportleven, maar volgens insider Jacco Eltingh, ex-prof en tegenwoordig Eurosport- en RTL-commentator, is het een misverstand te denken dat tennissers gemakkelijk aan hun geld komen.

'Het geld wordt bij de mannen slechts onder slechts 250 mensen verdeeld. Tweehonderd man houden iets over om op de bank te zetten voor later. En een stuk of tachtig verdienen echt goed.

'Vergelijk dat met de andere grote professionele sporten. De Amerikaanse sporten, basketbal, football, ijshockey en honkbal, formule 1, golf, voetbal maar zelfs wielrennen betalen veel meer. Ik durf te beweren dat we op Grand Slams worden onderbetaald.

'Ik ga hier niet goed praten dat een enkeling wordt overbetaald, maar vorig jaar was het op Wimbledon zo dat slechts zeven procent van de inkomsten naar de spelers ging. Een werknemer die voor zijn baas tien miljoen verdient, wordt ook boos als hij maar 50 duizend salaris ontvangt. Ik ben meer waard, zal hij roepen.'

Op Roland Garros wordt dit jaar 10.543.167 euro - grofweg 23 miljoen gulden - aan prijzengeld uitgekeerd. Vrouwen ontvangen in Parijs tien procent minder dan mannen. Hun stijging in winstpremie was in vergelijking met 1999 8,79 procent; bij de mannen slechts 5,02 procent.

De achterliggende gedachte in het land van 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' is er een van eerlijke verdeling. Het vrouwentennis, met zijn fraai gevulde etalage van tegenwoordig, is in 1970 zijn eigen proforganisatie begonnen, de Womens Tennis Association, en dat heeft zijn nut bewezen.

Professioneel tennis werd ooit, onder impulsen van oud-kampioen Jack Kramer en later de Texaanse oliemiljardair Lamar Hunt, als een circus-activiteit opgezet. De grote toernooien waren tot 1968 -het begin van het 'open era' - voor de amateurs. De spelers waren slaven van traditioneel machtige bonden en clubs. Zij ontvingen een fooi en dienden uit te treden als zij de proftour gingen spelen.

De winnaar bij de mannen kreeg in de lente van 1968 in Parijs 15.000 franc (vijfduizend gulden); die som is sindsdien met de factor 283 vermenigvuldigd, tot 4.240.000 franc dit jaar. Een evenement als Roland Garros werd dit jaar verkocht op de aanwezigheid van een charismatische kampioen als Andre Agassi. De lijst van sponsors is daarom langer dan ooit en telt louter A-merken: van Adidas tot Stella Artois.

De Grand Slams, Melbourne, Parijs, Wimbledon en US Open, zijn, met de landenstrijd bij de mannen, de honderd jaar oude Davis Cup, de parels aan de kroon van het internationale tennis. Tennis is een 'vier keer in het jaar' sport klaagt de mannenorganisatie ATP al jaren. De ATP maakt zich zorgen over de positie van tennis. Op de lijst van grote sporten liggen voetbal, Formule 1-autoracen en zeilen (America's Cup) ruim voor.

De drie andere grote partijen in het wereldtennis tonen minder rimpels: de wereldfederatie ITF, de vrouwenclub WTA en de Grand Slam Committee, de 'Grote Vier', zijn gezegend met voorspoedige ontwikkelingen. Tennis groeit op een continent als Zuid-Amerika, vrouwentennis geldt als 'booming' en de kaartjes voor Grand Slam-happenings zijn niet aan te slepen.

'De ATP speelt paniekvoetbal', constateert Jacco Eltingh. De in 1989 afgescheiden spelersvakbond heeft sinds dit jaar een andere ranking (de kampioensrace), heeft negen toernooien onder het kopje Masters Series gebracht en schreeuwt van de daken dat tennis moet moderniseren, anders wordt de boot gemist.

Eltingh: 'De ATP is te Amerikaans geörienteerd. In de hele wereld staat tennis goed op de kaart, zeker in Europa, maar in de Verenigde Staten is het, ondanks de beschikbaarheid van Agassi en Sampras, een probleemsport. De ATP wil inspringen op elke klacht.

'Zij vinden dat er stories moeten komen, dat spelers karakters horen te zijn. Maar er is geen geduld om het ook zo ver te laten komen. Becker en Connors waren ook niet zulke bijzondere mensen. Dat moet groeien. Tennis heeft zijn traditie, dat is ook een kracht van het product.'

ATP-chef Mark Miles vindt dat tennis meer emotie zou moeten bieden. De gewijde stilte voor de service en het soms beleefde applaus zijn hem te steriel. Dat element, vooral aanwezig in de teamstrijd van de Davis Cup, dient geïmplementeerd te worden in het reguliere mannentennis.

De Nederlander Rik van Vliet, bij wereldfederatie ITF - 201 aangesloten landen - bewaker van het marketinggoed van de Davis Cup, tovert een brede lach tevoorschijn als wordt gerept van het imago van het landen-WK. De rellen bij Chili-Argentinië - Zabaleta werd bekogeld met stoelen - waren wel het uiterste qua beleving, maar om nou te zeggen dat ze het 'erg' hebben gevonden op het hoofdkantoor in Londen, nou nee.

Van Vliet: 'Onze voornaamste competitie slaat tegenwoordig erg aan in Zuid-Amerika. Davis Cup maakt veel emoties los. Tennis is te netjes, er wordt te keurig geklapt. Maar bij landenwedstrijden is dat anders. Daarom presenteren wij binnenkort het plan om Junior Davis en Fed Cup te spelen. We hebben die titel eenmalig in Nederland mogen gebruiken en we denken dat het zal aanslaan.'

Nieuwe toernooien krijgen maar moeizaam een plaats op de kalender. De verdichting van de kalender is al lang een probleem. Business in Tennis, een Nederlands bedrijf, kent de markt. In België kregen ze dit jaar de kans een Benelux Open voor vrouwen op te zetten, op de Waalse Kai in Antwerpen, met een grote sponsor, Mexx, en een budget van 1,7 miljoen gulden.

Manager Rob Spierings: 'Het grote probleem is het vinden van een datum. Die hadden ze hier in België. We zouden veel meer willen, bijvoorbeeld meer A-toernooien of jeugdevenementen, maar als er geen tv-zendtijd bij komt, zijn sponsors niet te interesseren. Zonder tv-garantie van meerdere uren krijg je geen toernooi van de grond. Lokaal ligt het moeilijk, internationaal is tennis goed te managen.'

De zucht naar de grote televisiedeal brengt de partijen in het tennis tot steeds meer samenwerking. De Masters Series, voor 3 miljard gulden in tien jaar verkocht aan uitbater ISL Marketing, heeft ervoor gezorgd dat de twee WK's, Grand Slam Cup en Masters, ineen zijn geschoven. De serie, een voortzetting van de Super Nine, is vooral pretentieus. RTL5 zond in Nederland het Europese gravelcircuit (Monte Carlo, Rome en Hamburg) uit en kende een dieptepunt van veertienduizend kijkers. Eltingh: 'In Duitsland en Zweden is het zelfs achter de decoder gestopt. Dat is echt een gevaar voor tennis.'

De nieuwste hoop is gevestigd op het Internet. Honderden miljoenen hits krijgen de sites van de grote toernooien. Op france.sports.com zijn veertien banen van Roland Garros live te zien. Van Vliet: 'Daar ligt de toekomst.'

Meer over