Stavoren voetbalde jarenlang op archeologische goudmijn

Jarenlang voetbalde de Staverse vereniging Quick, na de fusie met de Valken uit het naburige Warns QVC genaamd, op een archeologische goudmijn....

Van onze verslaggever

Wio Joustra

STAVOREN

Er zijn resten gevonden van paalwoningen uit de elfde eeuw, putten, aardewerk en serviesgoed, maar ook munten en pelgrimsinsignes uit diezelfde periode. Een middeleeuwse 'stootsteen' lag zelfs zo dicht aan het oppervlak, dat menig voetballer zich eraan bezeerd moet hebben.

Het is typisch Stavers om zo weinig respect te tonen voor de rijkdommen van de stad, de oudste van Friesland, even oud als de schepping. Een machtige handels- en havenstad, in de elfde en twaalfde eeuw de gelijke van plaatsen als Tiel, Deventer en Utrecht, stapelplaats van goederen uit Noordse landen en zetel van negen opeenvolgende Friese koningen. Brandhaard ook van het verzet tegen de Hollandse graaf Willem IV, die in 1345 samen met zeven 'banderheren' en vijfhonderd ridders hardhandig moest ervaren dat de Friezen liever dood waren dan slaaf.

Het eens zo welvarende Stavoren was toen al danig in verval. De stad viel ten prooi aan oorlogen, branden en natuurrampen. In de Sint Elisabethsvloed ging de stad zelfs geheel ten onder. Een ondiepte voor de kust, het Vrouwenzand, herinnert er nog aan en geeft de stad haar vermaarde legende, die van 'het Vrouwtje van Stavoren'.

Een rijke koopmansweduwe gaf de kapitein van een van haar koggen opdracht uit buitenlandse havens het kostbaarste te halen dat hij kon vinden. Het werd tarwe uit Dantzig. Maar dat mishaagde de begerige weduwe zo, dat zij hem opdracht gaf de tarwe die hij aan bakboordzijde had ingeladen, aan stuurboordzijde weer in zee te storten. Dit was de oorsprong van het Vrouwenzand, waardoor geen geladen schepen meer konden binnenkomen.

Tegenwoordig tuurt het vrouwtje in schaamte over de voormalige Zuiderzee. Vlak voor het brugwachtershuis waar archeologen van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) de spectaculaire vondsten van het QVC-terrein schoonmaken, rubriceren en opslaan. Dagelijks worden daar ook de zegeningen geteld van het feit dat Stavoren nooit iets anders met het fraai aan het IJsselmeer gelegen Blokhuisterrein heeft gedaan dan erop voetballen.

Vroeg of laat moest op deze locatie wel het oog van een projectontwikkelaar vallen. Het werd Macobouw uit Amsterdam, dat met instemming van de gemeente Nijefurd een plan ontwikkelde voor de bouw van een honderdtal Anton Pieck-achtige 'Hanzewoningen'. Vanuit de bevolking rees hiertegen zoveel verzet, dat Macobouw werd gedwongen zijn ambities bij te stellen naar zo'n zestig huizen en het gemeentebestuur zich genoodzaakt zag de RUG uit te nodigen archeologisch onderzoek te doen.

Het archeologisch team onder leiding van prof. R. Reinders doet nauwelijks moeite zijn enthousiasme over de opgravingen in Stavoren te verbergen. 'De vondsten liggen zo dicht tegen het oppervlak, dat het een wonder is dat hier gras groeide', zegt projectleidster A. Ufkes. Ze laat de contouren zien van het verdedigingswerk waar Hollandse soldaten waren gedetacheerd , een poortgebouw met vier hoeken waarop torens stonden met een diameter van tien meter. Er omheen stond een muur van drie meter dikte.

Stavoren had een van de drie blokhuizen in Friesland. Die in Leeuwarden (onder het Huis van Bewaring) en Harlingen (in de oude haven) zijn voorgoed verdwenen. Dat geeft de dwangburcht van Stavoren, die een belangrijke rol speelde in de Tachtigjarige Oorlog, een extra oudheidkundige waarde. Maar ook de twaalfde-eeuwse vondsten en de sporen van middeleeuwse bewoning zijn uniek in hun gaafheid.

De archeologische waarde van de opgravingen moet volgens Reinders en zijn team dan ook worden meegewogen bij de politieke besluitvorming over het Macobouw-project. De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek velt over die waarde een eindoordeel. Voor Reinders vormt Stavoren het zoveelste bewijs dat archeologen uit een oogpunt van cultuurbehoud in een zo vroeg mogelijk stadium bij dit soort graafwerkzaamheden moeten worden ingeschakeld. In de nabije toekomst zal dat onder de Conventie van Malta verplicht worden gesteld.

De gemeente Nijefurd beseft dat geen ontwikkelingsproject op het voormalige QVC-terrein om de historische waarde heen kan. Ten minste driekwart van de bevolking dringt aan op het verantwoord omgaan met het Stavers erfgoed. Burgemeester G. de Vries-Hommes geeft toe dat ook de gemeente niet had gerekend op zo'n goudmijn onder het voetbalveld. 'Dit is zoiets uitzonderlijks, hier kan de overheid niet onderuit.'

Van de nood wordt nu een deugd gemaakt. Macobouw zal zich moeten beperken tot randbebouwing aan de kant van de haven en tegen de IJsselmeerdijk aan. Het middenterrein wordt een soort openluchttheater, bestraat met oude keien, waar zomers voorstellingen worden gegeven. Ook komt er een museum waarin de opgravingen permanent worden tentoongesteld. Dit betekent dat de stenen resten onbeschadigd blijven. 'Een belangrijke winst voor de archeologie', aldus Ufkes.

Met dieper onderzoek naar de fundamenten van het fort en naar sporen van vroegere bewoning kan volgens het RUG-team worden gewacht tot geavanceerdere onderzoeksmethoden en - wie weet? - subsidies beschikbaar zijn. De vraag is nu niet alleen meer of de concessies voor de inwoners van Stavoren voldoende zijn, maar ook of Macobouw in het uitgeklede huizenplan nog voldoende economisch heil ziet. Een door de meerderheid van de bevolking gesteund alternatief voor 'slechts' 45 huisjes ligt klaar.

Foto-onderschrift: Archeologen leggen de resten van een fort bloot dat Karel de Vijfde in het begin van de zestiende eeuw in Stavoren liet bouwen. FOTO HARRY COCK

Meer over