Station To Station van David Bowie

Dit weekend ligt David Bowies Station To Station in diverse nieuwe edities in de winkels. De plaat uit 1976, zijn tiende studioalbum, is al meerdere malen opnieuw uitgebracht, maar nog nooit kreeg hij zo’n luxe behandeling.

Het is er de tijd van het jaar voor. Er zullen nog ‘luxe’ edities verschijnen van Springsteen Darkness On The Edge Of Town, Dexys Midnight Runners’ Searching For The Young Soul Rebels en Sandinista! van The Clash. Stuk voor stuk releases waar ik naar uitkijk, en er is natuurlijk al het al eerder hier aangekondigde Crass reissue programma, waarover binnenkort meer.

Eerst Station To Station. Ik ben er al een paar dagen behoorlijk van onder de indruk. Natuurlijk kende ik de plaat al, maar ik heb er lang niet meer zo intensief naar geluisterd als nu. Ik heb de gewone ‘luxe editie’, die met het ‘original analogue master’ en de dubbel cd met het concert dat Bowie in 1976 gaf in het Nassau Colliseum. Mooi concert, Bowie zingt prachtig en het schijnt een beroemde bootleg te zijn. Maar om hier nu zoveel ophef over te maken. De nog veel luxere box-set heeft nog een paar verschillende mixen van de plaat toegevoegd en drie vinylschijven. Heerlijk overbodig allemaal, en ik zou’m zo kopen als de plaat net zoveel voor me had betekent als The Stone Roses waarvan ik ook een veel te dure versie heb aangeschaft.

Dat is niet het geval, maar met terugwerkende kracht durf ik de stelling wel te verdedigen dat het naast Ziggy Stardust & The Spiders From Mars (1972) Bowies belangrijkste plaat is. En met Hunky Dory (1971) gewoon Bowies beste plaat. Dat heeft veel te maken met de context van Bowies loopbaan waarin de plaat verscheen, maar niet alles.

Hoe stond het ervoor met Bowie?

Hij was na het succes en de eigenhandige eliminatie van Ziggy Stardust, alleen maar populairder geworden met platen als Aladdin Sane en Diamond Dogs. Mogelijk op de vlucht was hij naar de VS verhuisd waar BBC filmmaker Alan Yentob hem in 1974 filmde. De op YouTube te bekijken berucht geworden film Cracked Actor laat een Bowie zien die meer junk dan mens is. De beelden van Bowie achterin een limousine rijdend van oost naar west door de VS, lurkend aan een pak melk vergeet je nooit meer. Creatief leek hij volledig op, al zou hij in die tijd nog wel even een van zijn meest succesvolle Amerikaanse platen maken, Young Americans.

Maar wie hem zo ziet, geeft geen knip meer voor David Bowie de popster. Kijk op YouTube ook even naar het interview dat Dick Cavett met hem had, en zeg nu niet meer dat vroeger alles beter was. Zo’n interview zou nu nooit meer worden uitgezonden. Wel fascinerend die wandelstok, trouwens.

Er zou ook een turbulente periode volgen waarin hij brak met zijn manager en productiemaatschappij en van New York naar LA verhuisde. Hier zou hij langzaam toch weer opkrabbelen en werken aan Station To Station een plaat waarvan Bowie zich later niks meer kon herinneren, maar gelukkig waren er wel journalisten bij die hem in die tijd volgden.

Cameron Crowe van Rolling Stone was er zo een. Hij ontmoette Bowie in 1975 enkele keren ‘for a moment he looks like a young Frank Sinatra dipped in red-and-yellow ink’, wat resulteerde in een prachtig stuk op 12 februari 1976 in het tijdschrift dat ik net gelezen heb.

Bowie was, zo geeft hij toe, klaar met rock ’n roll.

Hij hield eigenlijk helemaal niet van Aladdin Sane, Pin Ups, Diamond Dogs en David Live.

‘Now I’m all through with rock ’n roll. Finished. I’ve reached my roll. It was great fun while it lasted but I won’t do it again.’

En

‘If I’d been an original thinker, I’d never have been in rock and roll. There is no new way of saying anything.’

Toch maakte Bowie nog muziek. Zelf en met Iggy Pop die hij uit de goot had getrokken. Ook bleek regisseur Nicolas Roeg zo onder de indruk van Bowies verschijning in Cracked Actor dat deze hem voor de hoofdrol vroeg in The Man Who Fell To Earth. Ook daaraan werkte Bowie in de tijd dat hij met Station To Station bezig was.

Fascinerend dat dit alles in een tijdbestek van nog geen jaar plaatsvond. Tegenwoordig zijn artiesten minstens drie jaar bezig voordat ze ook maar een idee van een mogelijke koerswijziging hebben.

Bowie had dus genoeg van rock ’n roll en hij had ook echt het idee dat hij met iets anders bezig was. Wel muziek, geen rock ’n roll. Dat was natuurlijk al zo met zijn disco-plaat Young Americans, maar in Rolling Stone zegt hij dat de soulmuziek die hij de hele dag op de radio hoort (het was 1975, de hoogtijdagen van de pre-disco Phillysoul) toch ook niet alles is.

Bowie moet de muziek van Kraftwerk al ter ore zijn gekomen, dat denk je als je nu het titelnummer van Station To Station hoort. Trans Europe Express waaraan het nummer doet denken, was weliswaar nog niet uit, maar Autobahn en Radio Activity wel. Bowie zelf zei veel naar Brian Eno’s Discreet Music geluisterd te hebben. Deze plaat uit 1975 zou de twee later ook bij elkaar brengen en de aanzet vormen tot Bowies Berlijn trilogie (Low, Heroes en Lodger) eind jaren zeventig.

Station To Station, het nummer, is geen rock ’n roll, maar wat dan? Ook geen Krautrock. Het is gewoon heel erg Bowie-on-drugs. Of toch niet: ‘It’s not the side-effects of the cocaïne/I’m thinking that it must be love’ zingt hij. Misschien heeft hij gelijk.

Hij zingt bijvoorbeeld Wild Is The Wind zo ongelooflijk mooi als ode aan een van zijn lievelingsnummers, gezongen door Nina Simone dat er meer aan de hand moet zijn dan: zanger doet favoriet liedje. Dat had hij al gedaan op Pin Ups, een plaat waar hij afstand van wilde nemen.

Minstens zo fraai is Word On A Wing en Stay. Ineens vielen me ook de pianopartijen goed op, die bleken van de toon net tot de E-Street Band toegetreden Roy Bittan.

Het enige ‘gemakkelijke’ nummer op de plaat is de wereldhit Golden Years dat Bowie ook als eerste klaar had. Slim als hij was wist hij dat RCA erop zou staan dat er een single op de plaat moest komen, verder mocht hij experimenteren wat hij wilde.

Misschien is dat wel het mooie aan Station To Station: je hoort er een Bowie op die heel goed weet dat hij iets anders wil, en dat ook een enkele keer weet te betrappen. Maar hij blijft zoekende en klinkt nog niet als iemand die Het gevonden heeft.

Hoe ‘moeilijk’ de plaat ook was: Bowie werd populairder dan ooit. Zijn concerten raakten overal uitverkocht.

Ook aardig op YouTube: het interview met Russell Harty voor de BBC in november 1975 waarin hij zijn terugkeer naar Europa aankondigt. Over moeizame gesprekken gesproken. In niets blijkt dat Bowie zojuist een meesterwerk heeft afgerond. Een paar keer lijkt hij iets over zijn nieuwe muziek te willen gaan zeggen, maar de Harty heeft meer interesse in het kapsel dat Bowie dan zal hebben.

Tijdens de tour, als hij met de trein van Frankrijk naar Londen gaat, op 2 mei 1976 (een dag of tien voor zijn Ahoy’ shows) vindt ook de gebeurtenis plaats die nog altijd een smet vormt op zijn blazoen. De Hitlergroet op Victoria.

Verzachtende omstandigheden zijn wellicht dat Bowie niet wist dat zijn komst was aangemeld en er dus duizenden fans hem zouden opwachten.

Tegen Crowe had Bowie nog gezegd dat zijn populariteit in Engeland zo groot was dat het hem beangstigde. ‘This is not rockmusic this is bloody Hitler. Something must be done.’

Vandaar misschien zijn slechte idee even de Hitler groet uit te brengen toen hij weer in Londen arriveerde.

Trouwens, hoe zou het nu met David Bowie gaan? Heel lang niks meer van vernomen. Ook nu dit meesterwerk opnieuw onder de aandacht wordt gebracht komt hij niet uit zijn schulp. Moeten we ons zorgen gaan maken?

Meer over