Startersbeurs leeft vooral in Zuid-Europa

Jonge ondernemers kunnen met EU-geld een tijd over de grens werken. Te weinig Nederlanders doen mee.

VAN ONZE VERSLAGGEVER TIES BROCK

AMSTERDAM - Jonge ondernemers uit Italië en Spanje ontvluchten de werkloosheid met een beurs van de Europese Unie. Het miljoenenproject 'Erasmus voor jonge ondernemers' biedt starters subsidie om tot zes maanden lang met een buitenlands bedrijf mee te lopen. Het beurzenprogramma trekt niet alleen aspirant-zelfstandigen aan, maar ook werkloze jongeren, zeggen betrokkenen.

Sinds de aftrap in 2009 hebben ruim 3.200 starters en gevestigde ondernemers aan het project meegedaan. Ruim de helft van de beginnende zelfstandigen komt uit Italië of Spanje. De Nederlandse inbreng is vooralsnog tot tientallen deelnemers beperkt.

De populariteit van het programma in Spanje en Italië heeft te maken met de hoge jeugdwerkloosheid, zegt deelnemer Stefano Modestini (27) uit Perugia. 'Bovendien is het een geweldige kans om te reizen, in een ander land te leven en wat over een beroep te leren.' De Italiaan heeft drie maanden met een Spaans adviesbureau meegedraaid en is er als werknemer blijven hangen.

De Europese Commissie heeft Erasmus voor jonge ondernemers in 2009 gevormd naar het gelijknamige studentenprogramma van de EU. Met dat programma krijgen deelnemers een beurs uit Brussel om een deel van hun studie over de grens te volgen. Sinds 1987 hebben meer dan 2 miljoen bursalen aan het programma meegedaan, 250 duizend van hen vorig jaar.

Met het project voor jonge ondernemers krijgen ook zelfstandigen de kans in het buitenland ervaring op te doen. Ze ontvangen één tot zes maanden een beurs om bij een mentorbedrijf te leren een eigen zaak op te bouwen. Dat bedrijf krijgt geen subsidie, maar profiteert van de kennis en het netwerk van zijn gast.

Het programma kost jaarlijks 4- tot 5 miljoen euro en moet de export in het midden- en kleinbedrijf stimuleren. Onbekend is hoeveel nieuwe bedrijven en banen het beurzenprogramma tot nu toe heeft opgeleverd.

Niet alle deelnemers hebben de bedoeling een bedrijf te beginnen. 'In plaats van ondernemers gebruiken afgestudeerde jongeren het programma', zegt Jens Ruesink van Kplus V-advies, tot eind 2012 contactpersoon voor Nederlandse ondernemers. 'Dat is ook mooi, maar niet de bedoeling.'

'Mensen zijn creatief als ze in financiële nood zijn', beaamt Peter Scholten, Europees koploper in het bijeenbrengen van ondernemers. 'Zuid-Europese deelnemers doen mee om tijdelijk inkomsten te genereren. Wellicht dat een gedeelte van hen later overweegt een bedrijf te starten, maar ze gaan vooral voor een gegarandeerd inkomen en een leuke ervaring. Sommigen schrijven zich tegen de regels een tweede keer in of kopiëren een bedrijfsplan van een andere ondernemer.'

Brussel kan zulk fout gedrag niet voorkomen, zegt Guendalina Cominotti van Eurochambres, de vereniging van Europese Kamers van Koophandel die het programma coördineert. 'Deze deelnemers hebben het programma verkeerd begrepen. Misschien deugt hun bedrijfsplan niet of missen ze het vereiste doorzettingsvermogen. Dat maakt niet uit, als ze van tevoren maar de intentie hebben een onderneming te beginnen.'

Nog niet veel Nederlandse ondernemers hebben het programma ontdekt. Twintig starters hebben meegedaan en tachtig buitenlandse deelnemers hebben met Nederlandse bedrijven meegelopen. De meeste zelfstandigen zien de meerwaarde niet, zegt Jens Ruesink: 'Ze denken: moet ik zes maanden naar het buitenland, dan mis ik de markt hier.' Bedrijven vinden het Erasmusproject te veel rompslomp en gaan op eigen houtje wel naar het buitenland.

De Kamer van Koophandel doet pas sinds dit jaar mee. Dat moet het programma in Nederland zichtbaarder maken, zegt woordvoerder Remco de Bruijn. 'Wij proberen met nieuwsbrieven en sociale media de bekendheid te vergroten. Er is nog veel te winnen.'

Er doen veel te weinig ondernemers mee, zegt ook contactpersoon Peter Scholten. 'Jaarlijks starten 130 duizend nieuwe ondernemers in Nederland. In heel de EU gaat het om miljoenen. Daarvan doen er ieder jaar slechts een paar honderd mee. Dat is veel te weinig. In Europa is er te weinig internationale handel en mobiliteit, dat moet Erasmus verbeteren. Het programma moet of stoppen, of tien keer groter worden.'

Ook de EU wil meer starters een beurs geven. Adviseur van de Europese Commissie Christian Weinberger rekent op vijfhonderd tot zevenhonderd uitwisselingen per jaar en Eurochambres zet zelfs in op 1.500 uitwisselingen. In 2020 moeten minstens tienduizend ondernemers naar het buitenland zijn gegaan. Erasmus valt vanaf volgend jaar onder het Europees programma voor het midden- en kleinbedrijf. Het is nog onduidelijk wat dat betekent voor het budget.

'Ik leer nieuwe markten te vinden'

Interview Luciano Avola (25)

De medewerker van een familiebedrijf in betontegels uit Comiso in Italië liep van april tot juni mee met adviesbureau Business Palace in Den Haag.

'Het begin in Nederland is me niet meegevallen. Ik kwam op een kantoor in Den Haag terecht en dat is heel wat anders dan een familiefabriek op Sicilië. Alles is hier strak georganiseerd en de mensen zijn niet zo warm. Dat is op het werk ook zo. Je moet een afspraak tijden van tevoren maken en je hebt heel veel vergaderingen. Na een week kwam ik er een beetje in.

'Ons familiebedrijf Avola Luciano maakt betontegels en verkoopt die in Italië, Roemenië, Malta en Marokko. Om meer klanten in het buitenland te vinden, heb ik me na mijn studie bedrijfskunde voor het Erasmusprogramma aangemeld. Ik ben dan wel geen startende ondernemer, maar als telg van een familiebedrijf mag je ook meedoen.

'De Nederlandse carrièrecoach Werner van Ekkendonk heeft me uit de database gepikt. Hij kon me helpen nieuwe markten te vinden. Ik heb drie maanden met zijn bedrijf Business Palace meegelopen. Mijn dag begon op kantoor met kijken op LinkedIn, dat is in Nederland veel populairder dan in Italië. Ik zocht op internet naar nieuwe klanten voor Avola Luciano en deed soms ook werk voor mijn gastbedrijf, zoals op een beurs promotiemateriaal uitdelen.

'Na afloop van mijn uitwisseling ben ik nog een maand op eigen kosten gebleven. Ik heb veel over de Nederlandse markt geleerd en een aantal potentiële klanten leren kennen. Dat is goed nieuws, want het zijn zware tijden voor de bouw. Ik ben deze week in Den Haag om met drie mogelijke klanten te praten.

'Mijn familie is trots op me. Mijn grootvader heeft een verstand van vijftig jaar geleden en mijn vader heeft weer een andere ondernemersgeest dan ik. Ze zien dat ik nieuwe dingen doe om ons bedrijf uit te breiden. Ik probeer de nieuwe wereld te leren kennen en hoop dat ik dit bedrijf later met succes kan voortzetten.'

'Je kunt hier snel een eigen zaak opzetten'

Interview Anna Heijker (26)

De Groningse starter in communicatietraining en -advies werkt van mei tot december samen met trainingsbureau Imparta South Eastern Europe in Boekarest.

'Na zes maanden vrijwilligerswerk in Boekarest zag ik mogelijkheden een eigen bedrijf te beginnen. Door het Erasmusprogramma kan dat zonder al te veel zorgen over het betalen van de huur. Als jonge ondernemer kun je in Roemenië snel een eigen zaak opzetten. Ik spreek binnenkort op het grootste bedrijfsevenement van het land, dat zou in Nederland veel langer duren.

'Met de Nederlander Richard Reese van Imparta had ik meteen een goede klik. We gaan niet als leraar en leerling met elkaar om, we zijn twee ondernemers die samenwerken. Hij hielp me in het begin met onderhandelingen met klanten en het opstellen van contracten. Ik doe voor hem onlinemarketing en heb bijvoorbeeld een LinkedIn-pagina voor hem geschreven. In het begin hadden we elke week een mentorsessie, nu eens per drie weken.

'Maar ik ben vooral met mijn eigen bedrijf bezig. Ik leer kleine ondernemers zich beter te presenteren. Ik help mijn klanten met het voorbereiden van presentaties en met hun onlinecommunicatie. Ik heb bijvoorbeeld met een softwareontwikkelaar van Twitter aan een pitch voor zijn eigen applicatie gewerkt.

'Ik werk niet op kantoor, maar bij het ondernemersplatform The Hub Boekarest. Daar ga ik na mijn afspraken met klanten elke dag heen. Ik kan er printen en heb er veel vrienden en potentiële klanten rondlopen.

'Zonder beurs zou wat ik nu doe niet mogelijk zijn geweest. Ik heb veel tijd gestoken in het bouwen van mijn website en het ontwikkelen van trainingen.

'Nu ik dat onder de knie heb, blijft er meer tijd voor klanten over. Ik wil mijn bedrijf uitbreiden en op den duur een team hebben.

'Ik heb ook de ambitie in Silicon Valley te werken. Ik vertrouw erop dat ik vanaf december genoeg verdien om zonder het programma verder te kunnen.'

undefined

Meer over