Starende koppen met ogen die niet kijken

Verwantschap, volgens de Van Dale: 'Een in het wezen verankerde betrekking.' In het geval van de jonge Nederlandse kunstenaars Rosemin Hendriks, Wouter van Riessen en Aafke Bennema betekent verwantschap echter: helderheid....

Merel Bem

In het Dordrechts Museum richtten zij een tentoonstelling in die de titel Helder meekreeg. Aanleiding vormt het steeds terugkerende commentaar op hun werk: het lijkt op elkaar. Van Riessen, Bennema en Hendriks worden 'verwante' kunstenaars genoemd.

Deze verwantschap bestaat uit een gezamenlijke opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem en een liefde voor het (zelf)portret in contourlijnen, of het nu tekeningen of schilderijen betreft. 'Helder' getekende voorstellingen met strakke ondubbelzinnige omtreklijnen die ogenschijnlijk in één keer, zonder enige aarzeling zijn neergezet, volgens de catalogus.

Maar is dat alles? Zijn er werkelijk geen verschillen?

Heel veel zelfs, zeggen de drie kunstenaars. Rosemin Hendriks vindt het jammer dat men zo'n globale voorstelling heeft van hun werk. Om hun verschillende werkwijzen te benadrukken, kozen de drie ieder een andere kunstenaar uit, met wie zij zich op hun beurt weer verwant voelen. Er ontstonden drie paren: Hendriks en Juul Kraijer, Van Riessen en Leif Trenkler, Bennema en Klaasje Vroon.

En dan kan het grote vergelijken beginnen. Hoe verhouden de andere kunstenaars zich tot de drie 'verwanten'? En zijn zij ook verwant aan elkaar? Of gaat hun werk het bewijs leveren dat de verschillen tussen Hendriks, Van Riessen en Bennema groter zijn dan de overeenkomsten?

Hierin schuilt het gevaar van Helder. Het uitgangspunt van de tentoonstelling is tweeledig. Aan de ene kant willen de kunstenaars uit Arnhem niet in een hokje worden gestopt. Okay, zeggen zij, er zíjn overeenkomsten in ons werk, maar de manier waarop Hendriks de contour-techniek toepast (harde lijnen, maar een zacht schaduw-effect daar meteen naast), is totaal anders dan die van Van Riessen (harde, zwarte stripcontouren), laat staan die van Bennema (gekleurde omtreklijnen).

Maar of het drietal uit Arnhem wil of niet: er bestaat gewoon een opvallende gelijkenis tussen hun werken. Vooral tussen de sterke conté-portretten van Hendriks ('honderd keer mijzelf') en de potloodtekeningen van Van Riessen, ondanks hun ijlheid.

Niet alleen de overeenkomst in stijl is frappant, ook de onderwerpen van de drie kunstenaars hebben met elkaar te maken. Starende, verstilde koppen. Ogen die je lijken aan te kijken, maar dit bij benadering helemaal niet doen.

Opmerkelijk is de keuze van Hendriks, Van Riessen en Bennema voor kunstenaars die veel 'schilderachtiger' zijn dan zijzelf. Kraijer, Trenkler en Vroon gebruiken aanzienlijk minder contourlijnen, hun werk is over het algemeen zachter, zowel in kleur als in techniek.

Zo zijn Bennema en Vroon moeilijk met elkaar te verenigen. Bennema schildert grote doeken met meisjes, die bestaan uit felgekleurde strepen, stippen, hokjes en arceringen. Vroon maakt geheimzinnig, bijna renaissancistisch werk. Maar wel: die vrouwen. Zij hebben dezelfde dromerigheid, dezelfde lege blik. Bovendien komt het decoratieve aspect van Bennema terug in de blauwe achtergond van Vroons Rode Werkster.

Ja, zo bekeken, kan het niet anders dan dat deze zes kunstenaars bij elkaar horen. Ze vullen elkaar aan. Zo lijkt Baadster van Klaasje Vroon in compositie en onderwerp opmerkelijk veel op een houtskooltekening van Juul Kraaijer, waarop een vrouw het hoofd schuin in de nek legt, terwijl een landschap haar lichaam overwoekert.

Dat er misschien ook nog verschillen zijn - dáár kijkt niemand naar.

Want hoewel het de kunstenaars zelf vooral om die verschillen gaat, gaven zij hun tentoonstelling wel de titel Helder. De nadruk ligt dus toch op de verwantschap: die zogenaamde klare lijn. Het wordt op deze manier heel makkelijk ook andere overeenkomsten te zien. Overeenkomsten die vóór de expositie wellicht niet eens bestonden.

En zo belanden alle zes de kunstenaars alsnog in een hokje. Zo worden ze alsnog bestempeld als grondleggers van de 'Heldere School van Arnhem', ook al komt Trenkler van de Düsseldorfse academie, en Kraaijer van die uit Rotterdam.

Meer over