Staren naar de sterren

Mijn universiteit is jarig. Utrecht. 365. Als alumna, oud-studente, word je weer betrokken bij een wereld die ver achter je leek te liggen....

Een onderdeel van het lustrum was de kennisshow. In de Domkerk werden vragen van Utrechters zo goed mogelijk beantwoord. De laatste werd gesteld door een aanstormend scheikundeleraar. Zijn er aanwijzingen dat natuurwetenschap en religie ooit onder één discipline komen te vallen? Twee eminente sprekers waren gevraagd zich hierover buigen. Alumnus monseigneur Bär en Nobel prijs winnaar theoretische fysica 't Hooft.

Tijdens het voorgesprek brak het zweet me uit. De wetenschapper trok zijn wenkbrauwen op, wat deed hij in dit gezelschap, de bisschop verleidde de disgenoten intussen met zijn verhalen. De wereld die vindt dat degenen die níet gezien hebben en toch geloven zalig zijn, moest worden verbonden met de wereld die alleen accepteert wat tegen het licht gehouden is, gepoogd te weerleggen en die zelfs dan nog liever over waarschijnlijkheden spreekt dan over zekerheden. Never the twain shall meet. Maar de leraar herhaalde zijn vraag met de ernst van een kind.

Het gezelschap toog naar de Domkerk. Mon seig neur beklom het podium en vertelde desgevraagd hoe hij als corpslid eens met kleren aan de gracht in was gesprongen, al roepend dat hij een zwaan was. Lachend voegde hij toe dat we nu konden vast stellen dat hij was gered. Er bevond zich niet één ex- katho liek meer in het gehoor. Toen de Nobel prijs winnaar zich bij hem voegde, had de vragensteller een naam bedacht voor de toe komstige studie: theofysica, en dat was geen grap.

De bisschop zat geamuseerd achter zijn glas rode wijn, de wetenschapper begon aan een zorgvuldig geformuleerde beantwoording. Hij vertelde over onderzoek, studie, en berekeningen. Die hadden niets te maken met het aannemen van onbewijsbare waarheden. Zelf dacht hij dat het leven georganiseerd was volgens een bepaalde formule, een ordenend principe, waar alle wetten van afhingen, maar velen waren het niet met hem eens. Ook zijn eigen uitgangspunten moest hij relativeren. De bisschop vertelde verheugd te zijn over de nieuwe inzichten aan de universiteit. De geschiedenis kent fikse botsingen tussen kerk en wetenschap. Maar beschouwt niet elk woord in de Bijbel als letterlijke waarheid. Genesis ziet hij als een saga, een ontstaansverhaal dat beelden aanlevert om je een voorstelling te maken van het mysterie van de schepping. Wie kan bewijzen hoe het precies is gegaan, gelooft hij graag.

Je kon een speld horen vallen. De ene man zegt in den beginne, de andere big bang, de één zegt God, de ander formule. Hun diepste drijfveer - willen weten hoe het echt is gegaan - delen ze. Ik dacht aan Brel: 'On n'était pas du même bord, mais on cherchait le même port.' De mannen knikten. Ze waren samengebracht. Na afloop scheen een licht sprookjesachtig in de kloostertuin. Blauwe druppels hingen om de fontein. Er was niets tastbaars gebeurd, niets dat een bedrijf de moeite waard zou vinden om te sponsoren. Toch prikten mijn ogen. De toewijding van deze mannen om in een door economen geregeerde wereld te onderzoeken wat ze bij leven nooit zullen ontdekken, is zo wondermooi dat ik een iets beter mens ben geworden. Al is het maar even. 'We liggen allemaal in de goot', schreef Oscar Wilde', 'maar sommigen van ons staren naar de sterren.' Is dat soms beschaving? Moge God verhoeden dat de universiteit ooit een beroepsopleiding wordt.

Meer over