Stad van repressie verdient Spelen niet

Als het Internationaal Olympisch Comité besluit de Spelen van 2008 aan Peking toe te kennen breekt het met zijn eigen ideaal, stelt Bob van den Bos....

IN China worden de mensenrechten op grote schaal geschonden. Martelingen door politie en militairen zijn aan de orde van de dag, dissidenten worden vervolgd en na een schijnproces lang opgesloten of, geheel in de stalinistische traditie, naar psychiatrische inrichtingen gestuurd. Vrijheid van meningsuiting ontbreekt, etnische en religieuze minderheden worden onderdrukt, zoals in het bezette Tibet. Zelfs voor geringe vergrijpen wordt vaak de doodstraf uitgesproken: in de afgelopen drie maanden zijn in China meer mensen geëxecuteerd (1781) dan in de rest van de wereld in drie jaar.

Noch de ingrijpende economische hervorming, noch de politieke dialoog met Europa en Amerika heeft het Chinese stelsel zijn onderdrukkende karakter ontnomen. Integendeel, de communistische leiders voelen zich door de snelle intensivering van de contacten met de buitenwereld bedreigd in hun machtspositie. Democratische normen en waarden mogen vooral geen wortel schieten onder de bevolking. Pleidooien voor politieke hervormingen en kritiek op de autoriteiten zijn ten strengste verboden.

Het tachtigjarig bestaan van de partij heeft het bewind gevierd met het aansteken van ouderwets communistisch vuurwerk richting de media: tientallen journalisten werden ontslagen of naar een instituut voor 'heropvoeding' gestuurd. Kranten en weekbladen kregen een publicatieverbod, achtduizend internetcafé's werden gesloten en de websites van BBC en CNN zijn niet meer toegankelijk. Alle nieuwsmedia is te verstaan gegeven dat zij onmiddellijk worden verboden als ze de censuurregels overtreden.

Vooral sinds het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede (1989) slaan de stoppen bij de machthebbers door in geval van de geringste ongehoorzaamheid. Zelfs de geweldloze en non-politieke Falun Gong-beweging wordt als zo bedreigend ervaren dat aanhangers hun leven niet meer zeker zijn.

Het Chinese regiem ontkracht met dit repressieve beleid het belangrijkste argument van de voorstanders van Peking als Olympische stad, namelijk dat het perspectief op de Spelen een verbetering van de mensenrechtensituatie zou afdwingen. De angst voor verlies van de eigen machtspositie weegt bij hen echter nog zwaarder dan het vooruitzicht op het grote evenement. Vóór alles moet voorkomen worden dat het partijcongres in 2002 tot ingrijpende politieke hervormingen besluit. Het bewind gokt duidelijk op een dubbelstrategie: de macht niet uit handen geven en toch de Spelen binnen halen.

Staten wier reputatie een opknapbeurt kan gebruiken, vestigen graag een nieuw Olympisch record in het politiek exploiteren van het evenement. De geschiedenis van de Spelen geeft aan dat deze zich hier goed voor lenen. De huidige wereldomspannende media-aandacht biedt hiertoe meer mogelijkheden dan ooit. De Chinese leiders zullen toekenning van de organisatie aan Peking maximaal uitbuiten als een bewijs van internationale waardering. Wie er ook medailles winnen op het sportveld, vooraan op de eretribune wordt politiek goud behaald.

Versterking van de legitimatie van de machthebbers betekent verzwakking van de positie van dissidenten, hervormers en slachtoffers van het regiem. De organisatoren zullen alles doen om te voorkomen dat de internationale media hun aandacht verleggen van de sintelbaan naar de straat, van het erepodium naar de beklaagdenbank.

De recente grote internationale evenementen in China (Oost-Azië Spelen 1990, Internationale Vrouwen Conferentie 1995) zijn steeds vooraf gegaan door arrestaties van dissidenten en zelfs daklozen om het vredelievende beeld niet te verstoren. Nu al staat vast wie de grootste verliezer van het sportevenement zal zijn: de lokale bevolking. De organisatie kost zo'n veertig miljard gulden, goed voor de bouw van tienduizenden scholen. Een groot deel van Peking zal worden afgebroken. De bewoners moeten gedwongen verhuizen.

Het gevaar is levensgroot dat het IOC zich van al deze negatieve overwegingen niets aantrekt. Een commissie onder voorzitterschap van de Nederlander Hein Verbruggen, die de besluitvorming heeft voorbereid, schetst een zeer positief beeld van de Chinese mogelijkheden om de Spelen uitstekend te organiseren. Conform de opdracht gaat het advies niet in op kwesties van politiek en mensenrechten.

De IOC-leden worden geacht hun eigen afweging te maken. Ongetwijfeld zal een aantal van hen redeneren dat politiek en sport gescheiden moeten blijven. Zij zien daarbij over het hoofd dat het negeren van politieke aspecten in zich zelf een politieke keuze is die de machthebbers zeer goed uitkomt. Een belangrijk argument voor China zal ongetwijfeld zijn dat het meest bevolkingrijke land ter wereld nog nooit Olympische Spelen heeft mogen organiseren.

Peking had eerder de strijd om de organisatie voor 2000 op het nippertje verloren. De kansen van de belangrijkste concurrent, Toronto, worden verkleind doordat Canada de laatste dertig jaar al twee keer de Olympiade heeft mogen vieren (Montreal 1976, Calgary 1988). De andere serieuze kandidaat, Parijs, heeft het grote nadeel dat voor 2004 al een Europese stad is aangewezen, namelijk Athene.

Daar komt bij dat er tot nu toe weinig politieke druk op het IOC is uitgeoefend door regeringen of parlementen om niet voor Peking te kiezen. De gezamenlijke lidstaten van de Europese Unie hebben helaas geen standpunt ingenomen. Ongetwijfeld liggen economische en strategische belangen mede ten grondslag aan deze weinig principiële opstelling. Alleen het Europees Parlement heeft zich met overgrote meerderheid onomwonden tegen de kandidatuur van Peking uitgesproken.

De IOC-leden stemmen zonder last of ruggespraak en in het geheim. Onze Prins van Oranje heeft met de Nederlandse regering afgesproken dat hij niet zal deelnemen aan stemmingen met politieke implicaties. Daarom moet aangenomen worden dat hij niet meestemt over de keuze voor 2008. Onthouding kan echter in het voordeel werken van favoriet Peking. Mocht deze stad gekozen worden dan draagt de kroonprins hoe dan ook medeverantwoordelijkheid voor het besluit. Dit is een even onwenselijk als onvermijdelijk gevolg van zijn IOC-lidmaatschap.

De mensenrechtensituatie in China kan op langere termijn alleen verbeteren door politieke en economische betrekkingen met de rest van de wereld. Deze relaties kunnen dus niet vrijblijvend zijn zolang de onderdrukking blijft bestaan. Een vroegtijdig belangrijk politiek gebaar van acceptatie werkt het voortduren van de misstanden in de hand. Dat is beschamend.

Daarom moet Peking de Spelen pas toebedeeld krijgen als de Olympische gedachte van menselijke waardigheid en harmonie niet meer beperkt blijft tot de muren van het stadion.

Meer over