Staatssecretaris wil aantal stadsprovincies beperken tot drie

De stedelijke gebieden Utrecht, Arnhem/Nijmegen, Eindhoven/Helmond en Hengelo/Enschede mogen geen stadsprovincie worden zoals de regio's Rotterdam, Amsterdam en Den Haag....

JOHN WANDERS

Van onze verslaggever

John Wanders

DEN HAAG

Staatssecretaris Van de Vondervoort van Binnenlandse Zaken wil de centrumgemeenten Utrecht, Arnhem/Nijmegen, Eindhoven/Helmond en Hengelo/Enschede via herindeling wel meer bestuurlijke armslag geven en laten uitgroeien tot zelfstandige provincies. Maar ze krijgen niet de status van stadsprovincie.

De vier stedelijke gebieden worden voor de rest van het land voorbeeld van de 'provincie nieuwe stijl'. Andere stedelijke gebieden kunnen op de langere termijn dit voorbeeld volgen.

De creatie van meer definitieve en krachtiger regionale besturen - waarvoor speciale wetgeving noodzakelijk is - dient volgens Van de Vondervoort beperkt te blijven tot de agglomeratiegebieden Rotterdam (OOR), Amsterdam (ROA) en Den Haag (Haaglanden). De staatssecretaris onderbreekt hiermee een lijn die onder het vorige kabinet is ingezet, en waarvan de coalitie in het regeerakkoord stelt dat zij zal worden voortgezet.

Tot nog toe gold dat Utrecht, Arnhem/Nijmegen, Eindhoven/Helmond en Hengelo/Enschede het voorbeeld van Rotterdam zouden mogen volgen, indien ze dat zouden willen. De vier stedelijke gebieden zijn samen met de regio's Rotterdam, Amsterdam en Den Haag door het kabinet aangewezen als Regionaal Openbaar Lichaam (ROL).

In de begroting 1995 van Binnenlandse Zaken staat hierover: 'In 1997 dienen de stedelijke gebieden een evaluatie uit te voeren van de ROL-fase. Op basis van deze evaluatie zal per gebied beslist worden over het verdere traject.'

Deze passage betrof bij uitstek de regio's Utrecht, Arnhem/Nijmegen, Eindhoven/Helmond en Hengelo/Enschede, omdat Rotterdam, Amsterdam en Den Haag zich al hebben uitgesproken voor een zo snel mogelijke overgang naar de stadsprovincie. Rotterdam wordt op 1 januari 1997 stadsprovincie, Amsterdam en Den Haag een jaar later.

De zin van een evaluatie wordt voor Utrecht, Arhem/Nijmegen, Eindhoven/Helmond en Hengelo/Enschede aanzienlijk minder als nu door het kabinet wordt vastgesteld dat ze hoe dan ook niet door mogen richting stadsprovincie.

De aantrekkelijkheid van de nieuwe bestuursstructuur in de Rotterdamse, Amsterdamse en Haagse regio schuilt in de uitgebreide bovenlokale bevoegdheden van de stadsprovincie en de financiële ruimte die het bestuur van een dergelijke regio krijgt: de bevoegdheden van provincies en gemeenten en de gelden uit het gemeente- en provinciefonds worden bij elkaar geschoven en neergelegd bij het bestuur van de stadsprovincie.

Meer over