Nieuws

Staatsbosbeheer verwerkt plastic in wandelpaden, mag dat wel?

Staatsbosbeheer verwerkt plastic resten bij de aanleg van wandelpaden, laat onderzoek van platform Pointer zien. Volgens hoogleraar Violette Geissen is dat onderdeel van een groter probleem: een gebrek aan overheidsrichtlijnen voor schadelijke afvalstoffen in de natuur.

Veel wandelpaden in Nederland zijn gemaakt van zogeheten recyclingsgranulaat. Dat bestaat voornamelijk uit steen en beton, maar wordt niet helemaal gefilterd van stoffen als plastic, rubber en metaal. Beeld Caspar Huurdeman
Veel wandelpaden in Nederland zijn gemaakt van zogeheten recyclingsgranulaat. Dat bestaat voornamelijk uit steen en beton, maar wordt niet helemaal gefilterd van stoffen als plastic, rubber en metaal.Beeld Caspar Huurdeman

Het onderzoek van Pointer, dat maandagavond wordt uitgezonden op NPO2, verklaart waarom veel Nederlandse bosbezoekers vervuilende afvalresten, zoals een elektriciteitsdraad of een stuk van pvc-buis, op wandelpaden in de natuur tegenkomen. Staatsbosbeheer heeft ze zelf daar gestort.

Veel wandelpaden in Nederland zijn gemaakt van zogeheten recyclingsgranulaat, een mix van gebroken puin afkomstig uit de bouw. Dat bestaat voornamelijk uit steen en beton, maar wordt niet helemaal gefilterd van stoffen als plastic, rubber en metaal.

Staatsbosbeheer gebruikt het mengsel om financiële redenen. Recylingsgranulaat is bij het aanleggen of verharden van wegen een aantrekkelijk alternatief voor zand of grind, dat eerst moet worden gewonnen en dus duurder is.

Puinmix

Wettelijk is bepaald dat de puinmix voor maximaal één procent uit vervuilende stoffen mag bestaan. Zo’n klein percentage moet je niet bagatelliseren, zegt Violette Geissen, hoogleraar bodemdegradatie en landbeheer aan Wageningen Universiteit & Research. Het is volgens haar een utopie dat plastic en rubber op wandelpaden blijven liggen. Via wind, water of beestjes komen die stoffen in de natuur terecht, waar ze de omgeving vervuilen.

‘Natuurlijk kun je dan denken: het gaat maar om één procent, wat maakt het uit?’, zegt Geissen. ‘Maar plastic bestaat niet uit één polymeer: het bevat ook toegevoegde stoffen om elastisch en toch stabiel te zijn. Het absorbeert andere organische verontreinigingen. De vraag is niet voor hoeveel procent de wandelpaden uit zo’n stof mag bestaan. Het gaat erom hoeveel plastic je überhaupt in de natuur wilt.’

Norm

Het onderzoek van Pointer raakt zodoende een grotere discussie: hoe moet Nederland met zijn spaarzame natuur omgaan? Volgens Geissen is ‘het grote probleem’ dat er op dit moment helemaal geen beperkingen worden gesteld aan vervuilende stoffen in de bodem van natuurgebieden.

Eerder beloofde demissionair staatssecretaris Van Veldhoven onderzoek naar microplastics in bosgebieden. Volgens Geissen is het noodzakelijk dat daar een norm uitrolt. Een limiet aan vervuilend materiaal in bijvoorbeeld recyclingsgranulaat is niet genoeg. Ook de grond zelf moet met een maximum worden beschermd.

Wat die norm moet zijn, kan Geissen niet zeggen: de invloed van plastic op de natuur is daarvoor nog te onbekend. Ze adviseert de overheid te kijken naar een ‘voorzorgsprincipe’: nu ingrijpen, omdat het anders misschien te laat is. Zeker omdat ook andere vervuilende stoffen worden gevonden in bodemonderzoek, zoals pesticiden en stikstof. Veel kleine beetjes maken samen een hoop.

Boswachter Mark Kras van Staatsbosbeheer noemt recyclingsgranulaat tegen Pointer om financiële redenen ‘de beste oplossing’. Voor natuurbeheer heeft de instantie ‘een redelijk budget’, zegt Kras, ‘maar voor recreatiebeheer is dat vrij beperkt’. Wandelpaden vallen onder de laatste categorie.

Het maakt de kwestie volgens Geissen een politieke keuze. ‘Financiële overwegingen zijn heel belangrijk voor besluitvorming, maar het is niet alles. Het is goed voor de natuur om plastic in de bodem te beperken. Een rijk land als Nederland zou aandacht daaraan moeten besteden.’

Staatsbosbeheer schrijft in een reactie het beeld dat Pointer schetst 'wat eenzijdig’ te vinden. De instantie benadrukt dat bij aanleg of verharding van wegen sowieso vaak recyclingsgranulaat wordt gebruikt; het zou ook zonde zijn al die puin weg te moeten gooien. Staatsbosbeheer erkent dat plastic een groot nadeel is van het mengsel en ‘doet er alles aan’ om inmenging in de natuur te voorkomen.

Staatsbosbeheer ondersteunt meer onderzoek naar de kwestie. ‘Als daaruit blijkt dat microplastics schadelijk zijn, is het aan de politiek om maatregelen te nemen’, aldus een woordvoerder.

Lees verder:

Speciale ‘afvaloeveronderzoekers’ struinen langs de rivieren om de rommel in kaart te brengen. En stuiten op kilo’s wattenstaafjes, maandverband, snoepwikkels. Want de rivieroevers zijn nog viezer dan onze stranden.

Bacteriën die hongeren naar polymeren en massaal de aanval inzetten op het plastic afval in de oceanen. Het klinkt als een sprookje. Maar de eerste plastic-eters zijn al gesignaleerd en de evolutie kan zelfs een handje helpen bij het opruimen van plastic.

Meer over