nieuws

Staat licht in jacht op uitkeringsfraude burgers volledig door, tot verbazing van privacy-experts

null Beeld Getty,  beeldbewerking  de Volkskrant:  Marco Stoker
Beeld Getty, beeldbewerking de Volkskrant: Marco Stoker

Wie een uitkering aanvraagt, krijgt vaak zonder het te weten te maken met het Inlichtingenbureau. Een stichting die in opdracht van de overheid een burger tot op het bot doorlicht. Het koppelt onopgemerkt allerlei data van instanties. Deskundigen zijn verbaasd: hoever denkt de overheid te mogen doordringen in het leven van een individu? Is dit niet te veel 1984 in 2021?

Wie een uitkering van de overheid aanneemt, heeft nauwelijks nog privacy. Dat zegt rechtsgeleerde en voorzitter van het Platform Bescherming Burgerrechten Tijmen Wisman. ‘Door steun te accepteren, lever je jezelf eigenlijk compleet over aan de overheid.’

Daardoor mag de overheid een bijstandsgerechtigde volledig binnenstebuiten keren, zegt advocaat Stijn Engelen uit Venlo. Hij staat geregeld mensen met een uitkering bij. ‘Ze weten echt alles van je.’

Zo’n allesweter is het Inlichtingenbureau: een stichting die van allerlei overheidsinstanties, gemeenten en sommige nutsbedrijven informatie verzamelt over burgers, deze naast elkaar legt en nog wat stoeit met die data. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar eventuele onregelmatigheden.

Als het Inlichtingenbureau vervolgens ‘een situatie’ constateert die ‘mogelijk van invloed is op het recht of de hoogte van de bijstand’ – een ‘samenloop’ heet dat in het jargon – dan gaat er een signaal naar de betreffende gemeente. Die kan dan een onderzoek beginnen. Zo was het signaal in de ‘boodschappenzaak’ van de bijstandsmoeder uit de gemeente Wijdemeren, die een paar maanden terug in de publiciteit kwam, waarschijnlijk dat ze meerdere dure voertuigen op haar naam had staan. De gemeente deed vervolgens onderzoek, constateerde dat de vrouw wekelijks een tas boodschappen van haar moeder kreeg, waarna ze 7.000 euro moest terugbetalen.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Jacht op fraudeurs

Het Inlichtingenbureau werd twintig jaar geleden ingesteld door de overheid en voert sindsdien vrijwel onopgemerkt en geruisloos zijn werk uit. Maar mede onder druk van de toeslagenaffaire, waarbij de jacht op fraudeurs tot vele, onterechte verdenkingen leidde, is er nu ook weer aandacht voor de Participatiewet, die de bijstand regelt. Daardoor is de vraag actueel hoever de overheid mag doordringen in het leven van een individu. En wat het Inlichtingenbureau precies doet en mag.

Zelf wil het bureau daarover geen uitleg geven. De afdeling voorlichting belt ondanks meerdere verzoeken nooit terug. Wel publiceert het Inlichtingenbureau elk jaar een zogeheten dienstencatalogus, waarin staat wat het allemaal doet en aan welke instanties het informatie levert: ‘In het kader van rechtmatigheidscontrole op bijstandsuitkeringen ondersteunt het Inlichtingenbureau gemeenten door bestandsvergelijkingen met een aantal zogenoemde bronnen uit te voeren. De resultaten van deze bestandsvergelijkingen worden omgezet in rapportages en signalen die gemeenten kunnen gebruiken bij hun taken in het kader van de rechtmatigheidscontrole op bijstandsuitkeringen.’

Het komt erop neer dat het bureau de data van organisaties zoals het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB), de Belastingdienst, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en gemeenten aan elkaar koppelt. Het kijkt bijvoorbeeld of iemand met een bijstandsuitkering niet een te dure auto op zijn naam heeft staan. Of dat iemand met een uitkering samenwoont met iemand die genoeg verdient. Of dat er nog ergens vermogen aanwezig is, of dat iemand ergens anders geld vandaan krijgt.

Losgezongen status

Het uitgangspunt de afgelopen jaren was: fraude moet worden voorkomen, dus waarom niet alle mogelijkheden inzetten om dat doel te bereiken? Door de voortschrijdende technische mogelijkheden is het daarbij steeds makkelijker om uitkeringsgerechtigden in de gaten te houden. Het Inlichtingenbureau speelt hierin een grote rol.

Dat het bureau zo onbekend is, verbaast me wel, zegt Hugo de Vos. Hij schreef in 2018 een rapport over de ‘gegevensinfrastructuur’ bij de overheid en wijdde een heel hoofdstuk aan het Inlichtingenbureau. De Vos beschrijft daarin hoe het bureau in 2001 door het ministerie van Sociale Zaken – met toenmalig staatssecretaris Mark Rutte als verantwoordelijke – werd ingesteld en hoe het als stichting een wat merkwaardige status heeft. ‘Het is ingesteld door het ministerie, valt eigenlijk onder de gemeenten, maar is juridisch gezien zelfstandig.’

Dat betekent in de praktijk dat informatie van het Inlichtingenbureau niet onder de Wet openbaarheid bestuur valt en onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor de data die het Inlichtingenbureau verwerkt. De Vos: ‘Bij wie moet je als burger dan zijn als je wilt weten wat ze precies over je hebben? En waar moet je aankloppen als er mogelijk fouten zijn gemaakt?’

Verbod door rechter

Het inlichtingenbureau was ook de uitvoerder van het omstreden Systeem Risico Indicatie (SyRi), dat aan de hand van een algoritme een lijst leverde met adressen waarvoor een verhoogd risico op fraude en misbruik bestond. Daarvoor werden allerlei gegevens over arbeid, detentie, belastingen, vastgoedbezit, handel, huisvesting, inburgering, onderwijs, pensioen, schulden, uitkeringen, toeslagen, vergunningen en de zorgverzekering in het systeem gegooid, dat er vervolgens mee aan de slag ging.

Begin vorig jaar werd dit systeem – dat overigens totaal niet succesvol was – door de rechter verboden, nadat privacybeschermingsclubs een proces hadden aangespannen. Volgens de rechter was het in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het gebrek aan transparantie zou leiden tot ‘onbedoeld stigmatiserende en discriminerende effecten’.

De stichting KDVP, een belangenorganisatie voor privacy in de geestelijke gezondheidszorg, was een van de partijen die bij de rechter bezwaar hadden gemaakt tegen SyRi. Dat was een mooie overwinning, zegt jurist Ad van Eldijk van de stichting. ‘Maar heel veel zijn we er niet mee opgeschoten.’

Want, zegt Van Eldijk, de gegevens die het Inlichtingenbureau toen in SyRi stopte over mogelijke fraudeurs, heeft het nog steeds. ‘Het gaat dus eigenlijk ook helemaal niet om het Inlichtingenbureau. Die instantie is helemaal niet zo interessant, het is een uitvoerder. Het gaat om de wetgeving die dit allemaal mogelijk maakt. Daar moeten we wat tegen doen.’

‘De wet moet aangepast’

Volgens Tijmen Wisman is er een veel te brede bevoegdheid gecreëerd in de Participatiewet, een soort ongelimiteerde onderzoeksmogelijkheid. ‘In heel algemene termen is omschreven wat wel en niet mag, waardoor niet zorgvuldig is afgebakend wat de overheid mag. Daarmee creëer je een onveilige samenleving.’

Het grootste risico is dat er fouten in de data van het Inlichtingenbureau zitten of dat de combinatie van data fouten oplevert, zegt Peter van Leeuwen van de Landelijke Cliëntenraad, belangenbehartiger van uitkeringsgerechtigden. ‘En als er dan een signaal is van het Inlichtingenbureau, een aanwijzing van fraude, stoppen ze meteen je uitkering. Ze keren de bewijslast om. Jij moet dan aantonen dat het niet zo is. Maar je weet helemaal niet precies welke gegevens ze allemaal hebben.’

‘Schimmig’, zegt universitair docent bestuurskunde Gerrit Dijkstra van de Universiteit Leiden over de informatie waarover het Inlichtingenbureau kan beschikken. ‘Net zoals het schimmig is hoe het bureau komt tot de signalen die het afgeeft. Terwijl de gevolgen van die signalen voor burgers enorm kunnen zijn.’

En wat levert deze enorme inspanning om mogelijke bijstandsfraude te achterhalen nu helemaal op, vraagt Van Leeuwen zich af. Natuurlijk zijn er echte fraudeurs, mensen die misbruik maken van het systeem. Dus is een vorm van controle prima, zegt hij. ‘Maar het moet wel proportioneel zijn. Waar ik moeite mee heb, is een dergelijk rigoureus ingrijpen op een groep mensen die eventuele terugvorderingen toch niet kunnen betalen. Je helpt ze alleen maar verder de problemen in.’

Wijziging op komst

Jurist Marlies van Eck van Hooghiemstra & Partners was als ambtenaar van het ministerie van Sociale Zaken betrokken bij de totstandkoming van het Inlichtingenbureau in 2001. Ze zocht in die tijd uit hoe het beschermingsrecht van gegevens juridisch moest worden geregeld voor ‘zo’n centraal knooppunt dat alle gemeenten faciliteert’. ‘De eerste vraag bij gegevensverwerking is altijd: wie kan ik aanspreken? En als bij diegene iets fout gaat, waar moet ik dan zijn?’

Daarom kreeg het bureau een zelfstandige positie en was het zelf verantwoordelijk voor de data, zegt ze nu. Later werd die status veranderd en was het bureau ineens slechts verwerker van data. Waarom weet Van Eck niet. ‘Daardoor is er een situatie ontstaan dat eigenlijk niemand verantwoordelijk is. Juridisch kan zoiets niet.’ Inmiddels heeft het ministerie van Sociale Zaken laten weten dat dit per 1 juli wordt aangepast. Van Eck, ook docent aan de Radboud Universiteit: ‘Dat is goed nieuws.’

Universitair docent Dijkstra vindt dat zulke ingrijpende bevoegdheden – net als dat privacygevoelige bestanden – principieel niet in handen mogen komen van een stichting als het Inlichtingenbureau. ‘Dit is een privaatrechtelijke organisatie, er is geen sprake van democratische verantwoording. Ze vallen niet onder de WOB (de Wet openbaarheid van bestuur), zodat je geen documenten over het Inlichtingenbureau kunt opvragen, en niet onder de wet op de Nationale Ombudsman. Ze hebben ook geen leden die de stichting kunnen controleren. Ze zitten dus eigenlijk onder de radar. ’

‘Straf op arm zijn’

Inmiddels heeft Van Eck zelf ook wel bedenkingen bij de verstrekkende controles die mensen met een uitkering moeten ondergaan. ‘Een Amerikaanse politicoloog, Virginia Eubanks, schreef daar een bekend boek over: Automating Inequality. Dat laat zien dat als de overheid controles doet, deze zich vooral richten op mensen die afhankelijk zijn van de overheid. Eubanks verklaart het als een straf op arm zijn.’

Laatst zag Van Eck een staatje met alle verschillende vormen van fraude. ‘Daaruit bleek dat btw-fraude en faillissementsfraude veel vaker voorkomen dan uitkeringsfraude. Dan zou je kunnen zeggen dat uitkeringsgerechtigden buitensporig in de gaten worden gehouden.’

In 2018 promoveerde ze op de gevolgen voor de burger en zijn rechtsbescherming bij het nemen van computerbesluiten door de overheid, iets wat je kunt toepassen op het Inlichtingenbureau. ‘Mijn onderzoek ging erom wat er gebeurt als er iets in zo’n systeem verkeerd komt te staan. Waar kan ik dan heen, bij wie kan ik aankloppen? Onder de motorkap blijken allerlei ketens te zitten die dan allemaal naar elkaar wijzen of niet weten waar de gegevens vandaan komen.’

Maar het probleem ligt bij de burger. Van Eck: ‘Die moet aantonen dat het systeem niet klopt. Toen ik nog bij de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst werkte, was er een paar dat gescheiden was. Maar dat stond niet zo in het systeem. Hun verhaal bleek te kloppen, maar ik twijfelde er wel aan. Het punt is namelijk: de echte overtreder zegt ook dat zijn gegevens niet kloppen.’

De principiële vraag

In de praktijk, zegt advocaat Stijn Engelen uit Venlo, komt hij zelden toe aan de twee grote problemen die kunnen ontstaan na een melding van het Inlichtingenbureau: welke gegevens er allemaal zijn gebruikt en of die kloppen, en de principiële vraag of de enorme gegevensverzameling geen inbreuk maakt op de rechten van het individu. ‘Hoever mag de overheid doordringen in het leven van een burger?’

Engelen staat geregeld bijstandsgerechtigden bij, als er een probleem is. ‘Maar ik word pas ingeschakeld als een uitkering al is stopgezet of een zaak bij de rechter is beland. Het onderzoekstraject daarvoor bij de gemeente, het beantwoorden van vragen, het aanleveren van informatie, dat moet de burger zelf doen zonder juridische hulp.’ En als Engelen als advocaat aan de beurt is, heeft hij door de bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand geen tijd en geld om echt goed onderzoek te doen, of er een juridisch principiële zaak van te maken. ‘Een keer echt laten toetsen, tot de hoogste instantie of de inbreuk op de privacy gerechtvaardigd is? Of het proportioneel is? Onmogelijk. Ik krijg meestal acht uur voor zo’n zaak. Dat kun je niet veel doen.’

De zaak van Fatima uit Venray

Hoever de overheid kan doordringen in het leven van een bijstandsgerechtigde, blijkt uit de zaak van de 51-jarige Fatima uit Venray. In de zomer van 2019 komt er bij de gemeente Venray een signaal binnen van de politie over Fatima. De politie was voor controle bij een Poolse man, die een eigen bedrijf heeft. Daar troffen ze Fatima aan. Ze heeft volgens de politie ‘een relatie’ met de man, is ‘de stiefmoeder’ van zijn kinderen en verzorgt hen en kookt en wast ‘dagelijks’ voor ze.

Volgens de sociaal rechercheur is er daardoor mogelijk sprake van een ‘gezamenlijke’ huishouding en van ‘zwarte werkzaamheden’ als ‘schoonmaakster, verzorgster, oppasser’, waarvoor ze inkomen ontvangt. En dat had ze moeten melden.

De rechercheur begint daarom een onderzoek en kijkt in het gemeentelijke systeem, waarin onder meer informatie van het Inlichtingenbureau staat. Waar woont ze, met wie, heeft ze een auto op haar naam staan? Ook vraagt de rechercheur bij Fatima bankafschriften op van de afgelopen drie maanden – ze is verplicht die te verstrekken. Uit gegevens van de RDW blijkt dat ze geen auto op haar naam heeft staan, maar uit de bankafschriften blijkt ze desondanks vaak bij tankstations af te rekenen.

Als ze vooral bij haar vermoedelijke vriend woont, maakt ze weinig kosten voor levensonderhoud. Maar in de verbruiksgegevens van het waterbedrijf ziet de rechercheur geen afwijkingen. Dus analyseert hij de bankafschriften. ‘Ze rookt waarschijnlijk’, krabbelt hij in de kantlijn. Ook markeert hij pinbetalingen bij de McDonald’s.

Hoeveel afval in de container?

Aan eten en drinken blijkt ze minder uit te geven dan volgens het Nibud de norm is, berekent de rechercheur. En in de afgelopen periode heeft Fatima eigenlijk zelden een vuilniszak in de ondergrondse container gegooid, ziet hij als hij de gegevens van haar afvalpas opvraagt.

Ook verzamelt de sociaal rechercheur tientallen foto’s en lappen teksten van Fatima’s Facebook-account en kijkt hij op de accounts van haar mogelijke vriend en moeder. Ze blijkt de Poolse man vaak ‘schatje’ te noemen en een keer ‘man des huizes’, blijkt uit het onderzoeksdossier van de gemeente. De rechercheur trekt ook de man na. Hij heeft een goedlopend bedrijf in de agrarische sector en in totaal tien auto’s en busjes op zijn naam staan. Zijn zeven kinderen wonen bij hem.

Om te achterhalen hoe het zit met haar huishouden, observeren rechercheurs in totaal 44 keer het huis van Fatima en haar vermoedelijke vriend. Een auto van hem blijkt in die periode 24 keer bij haar huis te staan.

Boete: 12 duizend euro

In een gesprek met de rechercheurs geeft Fatima vervolgens toe dat ze zeven dagen in de week bij het gezin van de Poolse man helpt. Dat doet ze al jaren. In ruil daarvoor eet ze gratis elke avond mee. En ze heeft als dank voor al haar hulp de sleutel gekregen van een auto, zodat ze die altijd kan gebruiken.

De rechercheur stelt vervolgens vast dat ze heeft gefraudeerd. Want de hulp in de huishouding is ‘op geld waardeerbaar’ werk. De auto die ze in bruikleen heeft, is te veel waard. Als bijstandsgerechtigde mag ze een vermogen van bijna 6.000 euro hebben, maar de auto is 20 duizend euro waard. Dit had ze daarom moeten melden. De uitkering wordt direct stopgezet en Fatima moet ruim 12 duizend euro terugbetalen.

Fatima heeft bij de rechter bezwaar gemaakt tegen het stopzetten van haar uitkering. De zaak is nog onder de rechter, zegt haar advocaat Stijn Engelen.

Meer over