nieuws

Staat krijgt gelijk in hoger beroep: avondklok rechtmatig ingevoerd

In het hoger beroep over de avondklok heeft de staat gelijk gekregen: de maatregel is rechtmatig ingevoerd. Volgens het hof is ‘zonder meer duidelijk’ dat de pandemie als buitengewone omstandigheid kan worden aangemerkt.

Politie handhaaft de avondklok op het Museumplein in Amsterdam. Beeld ANP
Politie handhaaft de avondklok op het Museumplein in Amsterdam.Beeld ANP

De staat heeft wel degelijk op de goede juridische gronden de avondklok ingevoerd. De Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag maakt een dergelijke vergaande maatregel mogelijk, ook omdat andere juridische middelen ‘redelijkerwijs niet voorhanden zijn’.

Dat heeft het Haagse gerechtshof vrijdag bepaald in een door actiegroep Viruswaarheid aangespannen proces tegen de staat. Het hof vernietigde een eerdere uitspraak van de Haagse voorzieningenrechter die bepaalde dat de avondklok op een verkeerde juridische grondslag is ingesteld.

Die laatste rechterlijke uitspraak bracht veel teweeg: de overheid stelde een ‘turbo-spoedappel’ in en timmerde in allerijl een spoedwet in elkaar om de avondklok een nieuwe juridische basis te geven. De Tweede en Eerste Kamer moesten vorige week in het voorjaarsreces bijeenkomen om met die wet in te stemmen. Al die inspanningen waren, wat het gerechtshof betreft, niet nodig geweest.

Kansloos

De uitspraak van het hof betekent ook dat het aanvechten van opgelegde boetes wegens overtreding van de avondklok zo goed als kansloos is. Mede op basis van de eerdere uitspraak van de Haagse voorzieningenrechter waren advocatendaar al mee begonnen. Volgens het Openbaar Ministerie zijn er sinds de invoering van de avondklok (23 januari) 33 duizend boetes uitgeschreven, waarvan er voorlopig 9.000 hebben geleid tot een strafbeschikking in de vorm van een boete van 95 euro.

Overigens had de lagere Haagse rechter in de door Viruswaarheid toegejuichte en als ‘moedig’ gekwalificeerde uitspraak nergens het woord ‘onrechtmatig’ opgenomen. Op puur formeel juridische gronden oordeelde die rechter dat de staat een fout had gemaakt. De gebruikte wet is bedoeld voor plotse noodgevallen, zoals een dijkdoorbraak, en niet voor invoering van een avondklok, waarover al lang werd gesproken, zo luidde het oordeelde.

Veel juristen vonden dat de voorzieningenrechter daarmee tamelijk ver was gegaan. Voor hen komt het vonnis van het Gerechtshof ook niet als een verrassing. Het hof komt tot het oordeel dat er wel degelijk sprake is ‘buitengewone omstandigheden’ die het rechtvaardigen de invoering van de avondklok op de buitengewone wet te funderen.

Politieke kwestie

Dat er al maanden werd gesproken over een mogelijke invoering van een avondklok doet volgens het hof niet ter zake. Van belang is wel dat het Outbreak Management Team (OMT) die invoering op 21 januari concreet adviseerde aan het kabinet, omdat er varianten van het coronavirus rondwaren die besmettelijker zijn dan de oude variant. In die zin was er wel sprake van een uitzonderlijke en spoedeisende situatie, aldus het hof.

Welke maatregelen een kabinet in dergelijke situaties treft, is een politieke kwestie, zegt het hof. ‘De civiele rechter – en zeker de rechter in kort geding – moet zich daarom terughoudend opstellen bij de beoordeling van de keuzes.’ De wet waarop het kabinet de invoering baseerde kent geen eenduidige definitie van het begrip ‘buitengewone omstandigheden’. Volgens het hof is ‘zonder meer duidelijk’ dat de pandemie als zodanig betiteld mag worden.

‘Buitengewone omstandigheden’ alleen maar vertalen als ‘acute noodsituaties’ (zoals een dijkdoorbraak) is onterecht. Dan wordt de ‘lat’ te hoog gelegd, staat in het vonnis. Het hof erkent dat de avondklok leidt tot een beperking van grondrechten, maar vindt de maatregel in deze bijzondere tijden ‘proportioneel’.

Meer over