Srebrenica onbedoeld einddoel

Het kabinet Lubbers-Kok heeft begin december 1993 zonder enige discussie ingestemd met Srebrenica toen dat door de VN werd aangewezen als de plek waar Nederlandse troepen zouden worden gestationeerd....

Van onze verslaggevers

Op de derde dag van de verhoren door de parlementaire enquêtecommissie die het Srebrenica-drama onderzoekt, schetsten Ter Beek (PvdA) en zijn toenmalige collega Kooijmans (CDA) van Buitenlandse Zaken hoe Nederlandse blauwhelmen onbedoeld terechtkwamen in de zogeheten safe area. Aanvankelijk had het kabinet troepen aangeboden voor een vredesmacht. Bij gebrek aan een vredesregeling stelden de VN echter de safe area's in, waar Moslims veilig zouden zijn voor de Serviërs. Nederland handhaafde het aanbod van troepen, al wist het niet waar ze in Bosnië gestationeerd zouden worden. Volgens Kooijmans was een van de voorwaarden dat ze zouden opereren in de nabijheid van een Nederlands transportbataljon. De VN beslisten eind 1993 anders. Toch ging Nederland akkoord.

'Er heeft daarover nooit enige discussie plaatsgevonden, noch in het kabinet, noch op mijn ministerie, noch in de Tweede Kamer', stelde Ter Beek donderdag. Op 3 december 1993 meldde het kabinet dat de keuze van de VN gevallen was op de geïsoleerde enclave Srebrenica. Toen de Kamer op 1 februari 1994 instemde met uitzending van Dutchbat, waren er al Nederlandse eenheden in Bosnië.

Deze gang van zaken had veel te maken met een gebrekkige communicatie tussen Buitenlandse Zaken en Defensie, bleek gisteren. Ter Beek: 'Het was mijn stellige overtuiging dat ons aanbod bedoeld was voor een vredesmacht, het was geen blanco cheque.' Maar BZ had een brief van zijn hand niet doorgestuurd naar VN-secretaris-generaal Boutros Ghali. Daardoor werd Nederland 'opgezadeld' met Srebrenica, waarvan snel duidelijk werd dat het niet te verdedigen viel.

Volgens de voormalige VN-diplomaat Biegman had Nederland 'de vrijheid om te zeggen: ''We doen het wel of we doen het niet''.' Maar volgens Ter Beek en Kooijmans was er geen weg terug. Nederland had immers al maandenlang troepen in het vooruitzicht gesteld. Dat was gebeurd in de hoop dat andere landen zouden volgen, aldus Kooijmans.

Zijn toenmalige rechterhand Vos zei dat Nederland een voorbeeld wilde stellen. 'Je kunt anderen niet vragen iets te doen als je zelf niets doet.' Groot was de teleurstelling in Den Haag toen bleek dat slechts weinig landen bereid waren troepen te sturen.

Meer over