Sprookjeswereld

Diederik Smit is een cabaretier die mij vaak laat lachen. Hij schrijft voor de Speld en maakt grappen op Twitter. Toen iemand me vertelde dat het een zeer overtuigd christen was, dacht ik dat dat ook een grap was, maar het was werkelijkheid. Ik bleek niet de enige die hier moeite mee had, want al snel werd er een Diederik Smit-filteraccount aangemaakt die je kon volgen als je wel zijn komische tweets wilde lezen, maar niet die over onderdrukte christenen of het belang van het woordje God in de grondwet. Wat dat Twitteraccount wel lukte, lukt mij niet: die dingen los van elkaar zien.

Smit is niet de enige die dit dilemma voedt. Naar aanleiding van mijn column van maandag, waarin ik de relatie tussen intelligentie en geloof besprak, kreeg ik het aan de stok met Cees Dekker. Dit bleek een biofysicus met de tekst 'Jezus=Heer' in zijn Twitterbiografie. Cees was niet gecharmeerd van mijn areligieuze beweringen en kaartte dit zelfs aan bij een redacteur van deze krant. Omdat ik nog niet eerder van hem had gehoord, las ik enkele artikelen op zijn website en vermaakte me binnen mijn wetenschappelijke beperkingen prima met zijn visie op DNA en elektronica op nanoschaal.

Zowel Smit als Dekker zijn voor mij in die zin raadselen. Het lijkt alsof ze een bepaalde vorm van ratio, analytisch vermogen en logisch redeneren met mij delen maar ergens stappen ze ineens een grens over, een heel specifieke sprookjeswereld binnen en gaan ze uit van een almachtige God met een zoon die uit de dood opstond en hechten ze aan een boek met een verzameling warrige en tegenstrijdige overleveringen. Ze zien ineens niet meer in hoe willekeurig de keuze voor hun christelijke god is en hoe ze per puur toeval niet in het oude Rome of het huidige Iran zijn opgevoed.

Anders gezegd: het is alsof je een tenniswedstrijd speelt tegen iemand die je qua tennisspel hoog hebt zitten. Er bestaat overeenstemming over de puntentelling, het materiaal, de spelregels. Dan ineens draait je tegenstander zich om, pakt een tosti-ijzer en begint de tennisbal te bakken. Als de bal bruin is knabbelt hij hem op om vervolgens triomfantelijk uit te roepen dat hij heeft gewonnen. En jij staat daar maar, met open mond en grote ogen naar hem te kijken. Zo voelt het.

Ik zou graag in navolging van helden als Richard Dawkins, wijlen Christopher Hitchens en de meer comedygerichte Ricky Gervais of Doug Stanhope een agressievere toon aanslaan in het debat, maar ik word al moe bij de gedachte. Dat is het merkwaardige van die slimme gelovigen, ze dragen het masker van de redelijkheid, maar zetten dat af zodra het te heet wordt daarbinnen.

undefined

Meer over