Springen over de afgrond van je decolleté

NA HET succes van Adiós Nonino konden de Nederlandse tangoscholen de vraag nauwelijks meer aan. Willem-Alexander en Máxima hadden weliswaar zelf niet gedanst, toch wilde iedereen opeens de passen leren die horen bij Astor Piazzola's meesterwerk....

Literatuurhistoricus en accordeonist Arne Birkenstock schreef samen met de bandoneoniste Helena Rüegg een diepgravend verhaal over het ontstaan van de Argentijnse tango, inclusief alle sociale, politieke en culturele achtergronden. Beginnend in de negentiende eeuw komen zij via Carlos Gardel en de naoorlogse salontango uit bij de door klassieke muziek en jazz geïnspireerde leerlingen van Piazzola die nu op de podia staan. Een uitvoerige reeks portretten van muzikanten, componisten en tekstdichters completeert het boek.

Opvallend is dat beide schrijvers er voortdurend op uit zijn om de oude clichés van de tango op hun waarheidsgehalte te toetsen. Zo protesteren zij tegen het romantische idee dat het ontstaan van de tango geheel en al te danken is aan de 'compadrito's', messentrekkers en de 'milonguita's', bordeelbewoners. Weliswaar hebben zij een grote rol gespeeld, maar dat deden de 'cocolichen', de arme Italiaanse immigranten, volgens hen even goed.

Ook de vraag waar de eerste tango te horen was, wordt kritisch onder de loep genomen. Is de tango ontdekt door Afrikaanse slaven van wie het Bantoe-woord voor dansen, 'tamgoe', afkomstig zou zijn (theorie nummer één), door Japanners die op Cuba woonden (nummer twee), of toch gewoon door de oorspronkelijke plattelandsbevolking die van de pampa naar de grote stad trok (drie)?

Fascinerend is ook de beschrijving van de ontdekking van de bandoneon. Niet in de haven van Buenos Aires blijkt de wieg te hebben gestaan, maar in het Duitse Ertsgebergte, waar werkloze mijnwerkers halverwege de negentiende eeuw een nieuwe broodwinning zochten in het bouwen van instrumenten. Het was de muziekhandelaar Heinrich Band die de bestaande concertina verder ontwikkelde en in 1856 aan de bandoneon zijn naam verbond.

Gelukkig wordt in Tango ook veel aandacht besteed aan het tangolied. Bijna vijftig liedteksten zijn tweetalig opgenomen, waaronder teksten van grote namen als Jorge Luís Borges en Horacio Ferrer.

Deze laatste schreef de teksten voor een aantal van Piazzola's grootste kassuccessen, waaronder de beroemde 'Ballade van een gek': 'Gek! Gek! Gek!/ Als een waanzinnige acrobaat zal ik springen/ over de afgrond van je decolleté, tot ik voel/ dat ik je hart gek van vrijheid heb gemaakt. . ./ Je zult het merken!'

Meer over