Springen als idioten met pruik en sambabal

Heel gauw heel vrolijk worden, luidt het kernachtig recept voor een prettige avond in Montpellier, waar liefhebbers van lulligheid een man met zijn wanstaltig wonderorgel kunnen beluisteren....

HENRICO PRINS

LE BOSKOP, daar gaat het gebeuren vanavond. Sympathieke jonge mensen zullen er dansen en drinken tot zonsopgang en als zij elkaar hebben gevonden, in het ochtendgloren zwierend over de Rue Boyer, ja, dan zijn er eigenlijk nog maar twee mogelijkheden: of je neemt haar mee naar jouw kamer, of ze voert je naar die van haar. Moet je niet vreemd opkijken als er bij de deur nog een paar smachtende huisgenootjes op je staan te wachten: in Montpellier is 60 procent van de bevolking vrouw en een kwart van hen studeert, je kunt op je vingers natellen dat er in appartementen met louter meisjes heel wat afgehunkerd wordt, these days.

Dit komt allemaal in een vloeiende stroom uit de grote mond van Thierry, die 24 jaar oud is, opgegroeid in Parijs en nu studerend te Montpellier. (Zijn vrienden denken dat de waarachtige betekenis hiervan voor buitenstaanders nauwelijks te doorgronden is. Herhaling: Thierry komt uit Parijs en studeert in Montpellier. Als we dat even, vergelijkenderwijs, in een handzame vrije vertaling mogen gieten: Amsterdammer vindt het geluk in Emmercompascuum. Nou ja, zoiets.)

Terwijl hij me wijst op eenzame dames met openstaande bontjassen, netkousen en minirokjes - een dracht die hen er overigens niet van weerhoudt in de snijdende wind op de bus te gaan staan wachten, of wat ze daar aan de kant van de weg ook maar aan het doen zijn - vraagt Michel, een vriend, zich hardop af of er niet iets mee aan de hand was, met Le Boskop. Maar neen, malle jongen toch, vorig jaar nog geweest, ouderwets gezellig.

Na een minuut of vijf zijn we waar we wezen moeten. Uithangbord: Le Boskop. Schreeuwende letters op de gevel: Le Boskop. Kan niet missen. Maar Thierry en Michel beginnen zachtjes te schelden.

Kijk je even de andere kant op, hebben ze de boel ineens dichtgemetseld.

Michel: 'Ik zei het toch?'

Thierry: 'Kut.'

In deze rottige buurt, vlak achter het station, is wel meer dichtgemetseld. Best logisch dat er zo nu en dan ook een jeugdsoos, of wat kan het helemaal geweest zijn, aan de verkrotting ten prooi valt. Kwestie van evenwicht.

Een paar straten verderop lopen we langs Megère, Club Privé, zo te zien bedoeld voor heren uit de lagere welstandsklasse. We willen naar binnen, zeggen we. Ongecompliceerd blote vrouwen kijken, zinnend op passende wraak voor hen die Le Boskop zo geniepig om zeep hebben gebracht. Maar we durven niet. Dat gaat ongeveer zo: we mompelen tegen mekaar dat het elf uur is en 'nog veel te vroeg' voor 'dit soort dingen'. Intussen staan we, om niet op te vallen, naar een etalage te kijken met oude jukeboxen van Wurlitzer en tafelvoetbalkasten die beter tijden hebben gekend.

Mochten we straks om vier uur toevallig langs lopen, dan zullen we geen moment aarzelen. Dat spreken we af.

DAN MAAR NAAR Dock's Café? Ja, dan maar naar Dock's. Geen taxi te zien, we sjokken naar het station en gaan even bier slempen in de Macadam Pub omdat het, meent Thierry, hard nodig is dat we heel gauw heel vrolijk worden. Dat lijkt me lang niet eenvoudig, in de Macadam Pub. Gemene dikke jongens aan het biljart (een béétje café heeft een biljart, in Montpellier) kijken misprijzend wanneer we onszelf langs hen heen wurmen.

'They know when you're gonna die', lispelt Michel twee meter verderop. Ik zou iets terug kunnen zeggen in het Engels, maar dat verstaat hij niet. Een paar zinnetjes, altijd handig, ontleent hij aan de onafzienbare rij western-video's in Originalfassung, die hij thuis heeft staan.

'Het is oké', zeg ik met de duim omhoog, 'sterven is super.' Dat begrijpen ze wel, alles vinden ze super (spreek uit: supèr), zelfs doodgaan.

Via Happy Jack, een bar met een kelder die plaats biedt aan samenscholingen van jongeren - het voorovergebogen dansen op muziek van The Black Crowes blijkt hun voornaamste subversieve activiteit - kachelen we naar Dock's Café. Dat ligt aan de Avenue Saint-Lazare, evenals het plaatselijke kerkhof trouwens, in een slaperige wijk die Les Beaux-Arts is genoemd.

Cellist Pablo Casals heeft er een straat gekregen, Edith Piaf een parkje. Er is ook een kunstacademie. En - ver uit de buurt van, tja, van alles eigenlijk - een studentencafé. Als we wachten tot de portier open doet, wrijft Michel zich alvast maar in de handen. 'Leuker zul je het niet krijgen vannacht', grijnst-ie.

Jas afgeven, diep ademhalen, hoekje om, duwen. In een kleine zaal met balkon verdringen zich honderden malloten. Sommigen dragen goud- of zilverkleurige pruiken, anderen slaan op trommeltjes, van het met de sambabal betimmeren van een tafel (of een hoofd) kijkt niemand op. De discjockey staat op het podium Think mee te blèren met Aretha Franklin. Op gezette tijden onderbreekt hij ten behoeve van zijn eigen gekrijs ook de andere, meest Franstalige feestplaatjes, die in een razend tempo voorbij komen.

Michel haalt bier, ik begrijp plots waarom we in de Macadam rap in de stemming moesten zien te komen. Thierry poogt me duidelijk te maken dat het hier altijd, zeven dagen per week, zo'n gekkenhuis is. 'Studenten die willen dansen, gaan naar de sociëteit van de Fidem. Studenten die willen feestvieren, komen hier.'

Hij komt, zo te zien, altijd hier.

Zijn vriendinnen komen ook altijd hier.

Met een van hen raak ik verwikkeld in een waanzinnig interessant gesprek over godsdienstoorlogen door de eeuwen heen. Om vier uur 's nachts kunnen we derhalve niet bij Megère zijn, de club voor echte mannen. Als idioten staan wij te springen in Dock's Café. Met een pruik op, ja.

We hadden het gehad over de Fidem, herinnert Thierry zich de volgende dag als hij opbelt. Daar moeten we nog heen, we moeten naar de Rockstore, we hebben nog wat bars te bezoeken. In Diagonal-Centre, een van de drie bioscopen in Montpellier waar ze ondertitelde films draaien, kijken we aan het eind van de middag naar Smoke. Tussen acht en negen eten we ergens op de Place de la Chapelle-Neuve, een plein vol raadselen: er lijken meer restaurants dan huizen te staan, hoe kan dat? Daarna belanden we op de Place Jean Jaurès, waar een ontmoedigende hoeveelheid kroegen wacht.

In La Crypte zitten jongens en meisjes van de gestampte pot rond de bar. Het is vol, niemand danst. Pijnlijk harde house wordt hier ondergaan als betrof het een collectie luisterliedjes hors catégorie. Cafés links en rechts bieden dezelfde aanblik, rustiger wordt het pas bij Leffe, waar de temperatuur van het bier belangrijker is dan muziek. Aan de andere zijde van het plein, in de London Pub, draait het om de zoetgevooisde tonen van een man met zijn wanstaltig wonderorgel. Voor liefhebbers van lulligheid.

Vrijdagavond is het en pas tien uur, maar haast overal puilt het uit. Om één uur 's nachts gaan de cafés dicht, verklaart Thierry - als ze tenminste niet stiekem doorgaan met de deur op slot, maar dan moet je wel binnen wezen. Al vlak na middernacht wordt de spoeling snel dunner voor wie flink wil doorhalen, en geheel overeenkomstig een merkwaardige Zuideuropese gewoonte bevinden de meeste discotheken zich op ruime afstand van het stadscentrum.

DIT SCHRIJNEND gebrek aan mechanisch voortgebracht gebonk wordt adequaat gecompenseerd door een programma van concerten en concertjes dat de lokale tak van de muzikantenvakbond bepaald tevreden moet stemmen. We zien bejaarde beboppers aan het werk in het Chorus Café, een groot uitgevallen huiskamer met affiches van Zappa en Hendrix aan de wand. Zonder twijfel beschikt de eigenaar over een groot hart. Ook Sting, de rebelse vernieuwer, glimlacht de bezoeker toe.

Klaaglijk gemiauw van een mondharp bereikt ons wanneer we de kerk van de Heilige Anna passeren, en dan is het in de bochtige straatjes even zoeken om uit te vinden hoe dit geluid tot stand komt. Het komt uitLe Poisson d'Avril, waar het duo Les Gros Mots zichzelf met harmonika, gitaar, tamboerijn en rinkelbom bijstaat tijdens de vertolking van eigen chansons. Een paar hoeken verder, in het rockerscafeetje Le Lance-Bière, doen de drie bluesjongens van The Chuckers hun stinkende best op een paar tegenspartelende nummers.

Thierry kreunt als we weer buiten staan. 'En dan hebben we de echte podia nog niet eens gehad.' Victoire 2 en Au Diapason zijn te ver weg. Om het nog maar even niet te hebben over Le Zénith, Montpelliers eigen Ahoy'. In eindeloze ritten door industriegebied hebben we geen zin. Twee zaaltjes met bands gaan we langs: Le Cargo, waar lollige jazzdance wordt gespeeld, en het aanpalende l'Antirouille. Een Braziliaan, kennelijk gestrand in Frankrijk, staat er weemoedig te zingen over zijn geboorteland.

En dan is er nog de Rockstore - tot vorig jaar een club waar alles kon, vertelt Thierry, zolang het maar iets van doen had met luid versterkte gitaren. De armen van geest hebben het veld geruimd, want thans hoor je alles door elkaar: wereldmuziek, hip hop, punk. Wanneer er niet wordt opgetreden, fungeert de Rockstore als 'enige discotheek in de stad'.

Voor vijftig franc mag je naar binnen en in ruil voor je entreebewijs krijg je aan de bar iets te drinken, zo gaat dat meestal in Franse disco's. Volgende consumpties komen al gauw op dertig, veertig franc. Het lijkt me een gouden business, die van horeca-exploitant te Frankrijk: je maakt het hele assortiment aan dranken tweemaal zo duur als noodzakelijk en je wacht tot het schip met geld binnenloopt. Ik schiet in de lach als ik denk aan de kreet die een Nederlands bedrijf, Computap of zo, op zijn auto's heeft staan: Maak van uw tap een geldkraan. Die aansporing hebben ze hier niet nodig, dat hadden ze zelf al bedacht, lang voordat Computap 'ook uw integrale bierschenktraject' kon stroomlijnen.

In de Rockstore, een fabuleuze ruimte met aardig schilderwerk op de muur, is de muziek helemaal in orde. The Bee Gees gaan vooraf aan een stevige dot rap en op de dansvloer bulkt het van de witte negers. Hoe wordt men een witte neger? Les 1: blijf tijdens het dansen op dezelfde plaats. Beenbeweging komt voort uit het rustig ritmisch buigen van de knieën. Les 2: trek de schouders naar achter, maak met de armen het gebaar van 'ik weet het ook allemaal niet meer', wissel dit af met het hardhandig over de bol aaien van een fictief kind van een meter hoog. Scheur dan een denkbeeldig telefoonboek doormidden. Herhaal dit naar believen.

Als ik Thierry les 2 aan het bijbrengen ben, schakelt de dj over op Christopher Cross, Ride like the wind. De meisjes vinden dit erg leuk.

Om drie uur staan we in de rij voor Fidem, de sociëteit van de studentenfederatie in Montpellier. Je moet je collegekaart laten zien. Of betalen: veertig franc (met consumptie). Spookachtig is het, een prachtig oud gebouw met een binnenplaats, een barretje hier en een vreetbalie daar. Dansen doe je in een spelonkige zaal die ooit het domein geweest zal zijn van een obscuur kerkgenootschap.

Wat zeer en vogue blijkt, onder studenten in Montpellier: voor 350 franc een fles whisky, gin of wodka bestellen, en die mengen met cola of jus d'orange.

Wij nemen whisky en gaan in een donker hoekje staan.

Thierry: 'In Montpellier hebben we ook nog drie Internet-cafés, wist je dat?'

Adressen: Macadam Pub, Rue des 2 Ponts 1; Dock's Café, Avenue Saint-Lazare 38 bis; Happy Jack, Rue de l'Université 1; Diagonal-Centre, Place Saint-Denis 18; La Crypte, Place Jean Jaurès 5; Chorus Café, Rue Saint-Léon 10; Le Poisson d'Avril, Rue Terral 3; Le Lance-Bière, Rue de l'Amandier 35; Le Cargo, Rue du Grand Saint-Jean 5; l'Antirouille, Rue Anatole France 12; Rockstore, Rue de Verdun 20; Fidem/Le Cercle des Etudiants, Rue de la Croix d'Or 3. Informatie over concerten, feesten en party's is te vinden in Sortir en Hérault Campus, gratis bij cafés te krijgen, en in het weekblad La Gazette, te koop bij boekhandels en kiosken. Handige gids: de Montpellier-editie van Le Petit Futé.

Meer over