Spring nou toch eindelijk

Hier is een droom van mijn zusje, die zij mij vertelde op een warme zomeravond, in de allerbeste stemming. Zij was in de supermarkt met haar twee zoontjes, om boodschappen te doen uiteraard, waar anders voor!...

Beneden stond de bedrijfsleider. Hij riep, toen hij mij zusje zag aarzelen: kom op, spring! En zij riep naar beneden: hoe kan ik nou springen met mijn twee kinderen en mijn karretje helemaal vol boodschappen? Dat is toch veel te gevaarlijk! Wij zouden onze benen kunnen breken, om maar eens iets heel verschrikkelijks te noemen! De flessen wijn kunnen breken! De potten met allerlei zalfjes erin kunnen breken! En stel je eens voor dat ik met mijn gat precies op de zak chips terecht kom? Hoe slank ik ook ben - ziet u wel hoe slank, en ze maakte een elegant pirouetje - zo'n gebeurtenis zal binnen in die zak de ernstigste gevolgen hebben. Ik kijk wel uit, ik spring niet! Geen sprake van! Een dooie merel zingt nog eerder een prachtig en ontroerend lied uit volle borst, dan dat ik hier naar beneden spring!

En zo stond zij daar te bekvechten met die bedrijfsleider van die supermarkt. En die bedrijfsleider zei: als u niet springt, mevrouwtje, dan kunt u die boodschapjes van u wel vergeten. Dan geen malse biefstuk vanavond, afgemaakt in rode wijn, geen warme melk met honing voor uw bloedjes van kinderen, geen dure shampoo om hun haren nog glanzender te maken dan ze al zijn, en geen wc-papier. Wist u trouwens dat het in deze supermarkt verboden is om tegelijkertijd voedsel en wc-papier aan te schaffen? Dat is tegen de goede smaak. Foei, hoe kunt u dat doen? Een wagen vol voedsel en bovenop een pak wc-papier! Wat moeten de mensen wel niet van u denken? Nou vooruit, spring!, verduiveld nog aan toe, ik heb geen eeuwen de tijd. Maar het enige wat mijn zusje deed was geeuwen, zo'n saaie man vond ze die bedrijfsleider.

Ik kijk wel uit!, riep ze terug, en ze gingen nog een hele tijd door met ruziemaken, totdat iedereen er schoon genoeg van begon te krijgen. Spring nou toch eindelijk, stomme trien, riepen de klanten die achter haar in de rij stonden. Schiet op, we willen naar huis! Mijn zusje stond al helemaal op het randje van de afgrond met haar twee kinderen en haar kar vol boodschappen, zo werd er achter haar geduwd en gedaan. Maar toch riep ze nog: loop naar de bliksem, jullie allemaal! En de anderen riepen: vooruit, spring!

En toen viel ze, hoewel ze nog steeds weigerde om te springen, maar de ongeduldige klanten duwden haar zonder pardon over de rand, met de kindertjes en de boodschappen en al.

Nou, en waar ze het bangst voor was, gebeurde. Ze viel precies met haar slanke gat op die zak chips. En daarna vielen er achtereenvolgens een komkommer, vier tomaten, twee verse knoflookbollen, een ananas, dertig grotchampignons, zeven perziken, twee rode pepers, een rode paprika, een dikke biefstuk en een heel stel sjalotjes boven op haar hoofd. En meer niet.

Is dat geen rare droom? In de hele verzamelde werken van die Weense kwakzalver van een Sigmund Freud ben ik niet een zo'n droom tegengekomen!

Peter Bekkers

Meer over