Sporen Confucius in Chinees design

In China manifesteert zich een generatie ontwerpers. Talent te over, blijkt in Londen...

Londen Dat de Chinezen weten hoe ze eigentijdse producten moeten maken, is in het Westen niet onopgemerkt gebleven. Niet alleen H & M en Ikea maar ook elektronicagigant Philips en zelfs spannende interieurlabels als Moooi van topontwerper Marcel Wanders hebben de productie naar China verplaatst. Maar wat ze in China ook door hebben is dat je producten ook zelf kunt ontwerpen, zo blijkt op de expositie China Design Now in het Victoria & Albert Museum in Londen. En dat zou menig Westerse fabrikant slapeloze nachten moeten bezorgen.

China Design Now geeft een overzicht van deze aanstormende ontwerpgeneratie. Een laptop met een buitenkant van leer die wordt afgesloten met een riempje – van afstand meer een notitieboek dan een computer – zal de designafdeling van Apple wel eens kunnen inspireren. De houten Ming Stool, een sierlijke kruk, zou niet misstaan in de collectie van de grote Italiaanse designhuizen.

Het reservoir aan talent waaruit China kan putten is immens. Om overzicht te bewaren zoomt de expositie in op drie steden. Peking – voor deze gelegenheid omgedoopt tot city of the future – is de broedplaats voor architectuur. Jammer alleen dat veel gebouwen al veel aandacht hebben gehad, en dan moet het Olympische publiciteitscircus nog beginnen.

Minder bekend is de bloeiende grafische ontwerpscene in Shenzhen (frontier city). De gemiddelde leeftijd in deze stad, ooit een buffer tegen het aangrenzende kapitalistische Hongkong, is slechts 27 jaar. En de jeugd zoekt altijd naar nieuwe manieren van communiceren. Dat op veel affiches, reclames en tijdschriftcovers de Chinese karakters een hoofdrol spelen, is geen verrassing; deze rudimentaire pictogrammen vormen een vruchtbare voedingsbodem voor grafische spielerei. Tegelijkertijd valt op dat veel grafische uitingen een hang naar eenvoud combineren met fel realisme, een erfenis van 1500 jaar Confucius en een halve eeuw communistische dictatuur.

Maar het interessantst zijn de ontwikkelingen op gebied van mode en interieur, geconcentreerd in dream city Shanghai – de stad met de grootste middenklasse, en de dromen en wensen van deze bevolkingsgroep bepalen hoe de producten van morgen eruit zien. Een zekere traditie is er al: Shanghai gold in het interbellum als het ‘Parijs van de Oriënt’.

Vooral Chinese modeontwerpers hebben duidelijk een eigen stijl. De qipao is al gemeengoed in het Westerse straatbeeld. Maar het lijkt slechts een kwestie van tijd tot ook de meer gewaagde versies van dit nauwsluitende jurkje overwaaien, bijvoorbeeld met extreem hoge kragen of uitdagende open ruggen. Westers voor de Chinees, en Chinees voor de westerling – geen slechte basis voor succes.

Meer over