Splinters spatten uit de krokodillenbekken

Voor de is het een beroep, voor de ander de nieuwste uitdaging: Timbersport, kampioenschappen houthakken. Robert Visscher beproeft zijn krachten op de oxe-head axe (bijl) en de STIHL (motorzaag)....

De houtsplinters schieten uit de boomstam, wanneer je met harde, goedgerichte slagen een driehoek van 10 centimeter uithouwt. Een plank van meter lang steek je in het net gemaakte gat. Even met de schouders erop leunen om te kijken of het goed vast zit. De volgende inkeping, een halve meter schuin boven de andere, hak je uit. De klok tikt door. Aanmoedigingen van de kant. Een nieuwe plank vaststeken, dan klim je van de onderste op de bovenste plank en begin je met de bijl te hakken op het houtblok. De plank waar je twee meter boven de grond opstaat buigt door. Zit het allemaal goed vast? Geen tijd, doorhakken: stukken hout ploffen op de grond.

Dirk Braun (34), voormalig bodybuilder, haalt een hakbijl uit een zware, grote gereedschapskoffer. Drie bijlen liggen in de koffer naast elkaar, daarboven vijf soorten vijlen, twee schroevendraaiers, twee tangen en een grote viltstift. In de lade eronder: spray en nog een kleinere vijl. Om de bijl extra te scherpen. Hij haalt alle vijlen uit de tas en begint de bijl te 'behandelen'. De vijlen piepen. Tot slot poetst Dirk het blad op met spray en een doekje, totdat het blinkt in de zon.

Timbersport waaide over uit de Verenigde Staten, waar in 1985 de eerste wedstrijden plaats hadden. De krachtmeting is verdeeld over zes onderdelen: drie hakoefeningen met een bijl, twee oefeningen met een motorzaag en met een twee meter lange trekzaag.

Bij de vorige Duitse kampioenschappen in zijn woonplaats Winterberg schreef hij zich voor de eerste keer in. Hij eindigde als zesde en het leverde hem de bijnaam'de Matador van Winterberg' op. In zijn achtertuin heeft hij vier van de zes disciplines nagebouwd. De hele tuin ligt vol boomstronken. 'Anderen gebruiken hun tuin voor het zonnen, ik alleen voor het houthakken.'

Met een centimeter meet Dirk eerst de diameter van het houtblok (30 cm) op, om te bepalen hoe groot het gat moet worden dat hij moet slaan. Alles gaat via de wedstrijdregels. Deze eerste discipline heet Standing block chop. Tussen vier enorme bouten is een houtblok bevestigd, die vanaf de zijkant doormidden gehakt moet worden. Dirk zet met een grote blauwe viltstift een stip op het blok ter hoogte van zijn heup. Vervolgens tekent hij het hakpatroon uit, zo ontstaan twee krokodillenbekken waar in gehakt moet worden. Als de bekken elkaar raken valt het houtblok op de grond.

De eerste twee slagen gaan in de onderkant. De bijl, een Oxe-head axe, doorklieft het hout dat alle kanten uit spat. De slagafstand bepaal je door vanaf je heup de afstand van de bijl plus je vuist tot het blok te nemen, zodat je met gestrekte armen kan slaan. Je gaat met de benen wijd staan zodat je meer kracht kan zetten. Je slagkracht komt zowel uit de armen als de heupen. Na twee slagen onder, volgen twee slagen boven. Het hout kraakt.

De eerste grote stukken laten los, een kleine driehoek is al uitgehakt. De kracht die je moet zetten om de bijl van 3,5 kilo in het populierenhout te jagen voel je al snel in je schouders. Toch is techniek belangrijker dan kracht. 'Uithoudingsvermogenen een goede conditie zijn belangrijk, maar als je verkeerd mikt heb je daar weinig aan,' zegt Dirk. 'Door goed te kijken waar je moet slaan, kom je op veel minder slagen uit en kun je krachten sparen.'

De rechterkant is uitgehakt, nu de andere kant. Nog een paar ferme slagen. n minuut later: je begint zwaar te hijgen, de bijl wordt zwaarder, de bewegingen moeilijker en het hout minder. Dan sla je het blok doormidden. Met een plof valt het op het gras. 'Super, schemacht!' roept Dirk enthousiast.

Van zijn werk heeft hij zijn hobby gemaakt. Overdag werkt hij als houthakker in de bossen, in het weekeinde oefent hij op zijn eigen trainingsveldje. Hij loopt naar het volgende onderdeel. De Underhand chop. Je gaat op een houtblok staan, dat overdwars ligt. De oefening lijkt op de vorige, maar nu moet je het blok onder je vandaan hakken. De kans dat je het blok mist en in je voeten hakt, is groter dan bij de andere oefeningen. Schoenen met stalen neuzen bieden bescherming en bij wedstrijden is het verplicht een soort maliolder te dragen om de voeten en onderbenen te beschermen. Wanneer de bijl dan op je voet valt breek je wel alle botten, maar snijdt het mes er niet doorheen.

Door je voeten parallel met de slagrichting van de bijl te zetten loop je het minste risico. Veiligheid voor alles, maar het gaat hier om een wedstrijd. De wil om te winnen maakt het risico nog groter. Dirk laat intussen de motorzaagal brullen. Een houtblok is overdwars een halve meter boven de grond vastgemaakt. Zandzakken zorgen voor meer stevigheid. Bij de Stock saw moet een blok met een diameter van 40 centimeter met een motorzaag (de STIHL MS 660) in plakjes van 10 cm worden gezaagd. De motorzaag giert, de buren in deze nette woonwijk openen ramen en deuren om te kijken waar het lawaai vandaan komt. Evoor vallen de plakken hout op de grond. Het zaagsel spat op tegen je benen. De STIHL jankt. De buren herkennen het geluid en sluiten de ramen alweer.

De motorzaag trilt in je handen, blijft een aantal keren bijna in het hout steken. De motorzaag doet het snijwerk, maar om de zaag in bedwang te houden kost aardig wat kracht. Na dertig seconden is de stam gehalveerd. Het resultaat ligt voor me uitgestald: vijf plakken. Tevreden meet je de dikte tussen de acht en vijftien centimeter. De stopwatch geeft aan dat je tien seconden sneller was dan net. 'Je blijven verbeteren,' zegt Dirk, 'daar gaat het om.'

Meer over