Spijbelen

Het is vandaag de dag van de leerplicht. In 174 gemeenten gaat de politie de straat om op spijbelende scholieren te vangen en terug naar school te brengen....

Martin Bril

Zelf heb ik erg veel gespijbeld, en ik heb daar nooit spijt van gehad. Terwijl ik spijbelde, las ik het weergaloze Ik Jan Cremer. De Jan van dat boek wordt morgen 65, wat gevierd zal worden met een kloeke selectie uit de vele duizenden brieven die hij tijdens zijn loopbaan schreef. Ik heb nou al zin in dat boek.

Ik weet niet of het lezen van Ik Jan Cremer van invloed is geweest op mijn spijbelarij. Ik denk het eigenlijk wel. Om te beginnen was er het boek zelf; dat had ik niet en in de openbare bibliotheek stond het ook niet. Om het te kunnen lezen, moest ik naar een oom en tante in een aanpalend dorp – daar stond het in een boekenrek van Tomado in de studeerkamer van mijn oom, naast Voorspel van Loe de Jong, een boek dat over heel iets anders ging dan de titel deed vermoeden.

Het beste tijdstip om bij die oom en tante aan te komen, was rond een uur of halfdrie – dan deed tante haar dutje en waren haar eigen kinderen nog niet thuis van school. Omdat de keukendeur altijd open stond, kon ik rustig het huis betreden om stiekem Jan Cremer te lezen en tante's koektrommels te plunderen.

Ik was een jaar of 14.

Na Cremer volgde Jan Wolkers, die met Kort Amerikaans en Serpentina's petticoat in het Tomadorek vertegenwoordigd was, en daarna was ik 15 en vastbesloten een schrijversleven te gaan leven. Dat voornemen bracht ik ten uitvoer door nog meer te spijbelen, wat het juiste bohémien-achtig gevoel gaf.

De tijd die al spijbelend vrijkwam, bracht ik door bij een al wat ouder meisje dat nog meer spijbelde dan ik, en als bijkomend voordeel had dat haar alleenstaande moeder werkte. Daardoor konden we de hele dag op haar kamer zitten, platen van Herman van Veen draaien, sjekkies roken, aan elkaar friemelen en goedkope bessenjenever drinken. Erna heette ze, en ze woonde vlakbij de Klok-fabriek in Heerde.

Weer wat later werd ik 16. Daarmee deed de brommer zijn intrede in het spijbelende leven. Mijn Berini zonder versnellingen leek in de verste verte niet op de duivelse machine waarmee Jan Cremer op het omslag van zijn onverbiddelijke bestseller stond, maar hij deed het wel en hij vergrootte de actieradius van mijn nietsdoen zodanig dat ik nu in grote steden als Zwolle en Amersfoort de wereldliteratuur op de kop kon tikken. Aanvankelijk was ik vooral geïnteresseerd in alles waar het bijtje van de Bezige Bij op stond, dat waren gegarandeerd boeken met seks en avontuur, maar al snel kreeg ook de rest van de letteren greep op me.

Inmiddels naderden de laatste loodjes van de middelbare school en om te voorkomen dat ik, door te zakken, voor het eindexamen nog langer in de provincie zou moeten blijven, ging ik aan de slag. Ik ontdekte dat er genoeg te leren viel, want ik had veel gemist, maar zoiets inspirerends als Ik Jan Cremer kwam ik niet tegen. Toch slaagde ik voor het eindexamen, vastbesloten als ik was daarna van het spijbelen mijn beroep te maken.

Meer over