Speck en Malaise

Voor zover ik weet heeft de wijsgerige ethiek nog steeds geen definitief antwoord gevonden op de vraag met welk afwasmiddel je het beste een eend kunt wassen....

Mijn familie belde vanuit Frankrijk om te vertellen dat er eindelijk wilde eenden waren neergestreken op de vijver in Normandië. Omdat ik op het moment een kleine bevlieging heb op het punt van eenden, maakte dat bericht me aanvankelijk blij. Maar het was mei, en die maand staat ons maar verdomd weinig blijdschap toe. Waarheen je je ook wendt, overal word je wijsgemaakt dat de wereld bestaat uit dood en verraad en leed en smart en oorlog en geweld. Zo zaten we thuis net vredig citroenkwark te eten, of de dorpskrant begon alweer over de vroegere Ortskommandant van het dorp waar wij wonen, en die heette uiteraard Hauptmann Speck. Kortom, toen het bericht over de eenden kwam, dacht ik dat ook die arme eenden aan de Franse westkust wel vol zouden zitten met stookolie en petroleum.

Maar gelukkig zijn er mensen die zich door smart, geweld en leed niet uit het veld laten slaan. In het kustasiel Fûgelpits te Anjum proberen medewerkers al jarenlang vieze vogels zo goed mogelijk schoon te poetsen - en vanaf 1983 gebruiken ze daarvoor het allerliefst Dreft. Tweeënhalf jaar geleden startten Fûgelpits en Dreft zelfs gezamenlijk een reclamecampagne, waarin je een hoopgevende combinatie voorbij zag komen van flessen Dreft en vliegende vogels. Het was allemaal vanzelfsprekend voor een goed doel, maar bij de Reclame Code Commissie werd over deze campagne een klacht ingediend. 'Vogels en flessen Dreft', stelde de klager met recht, 'komen niet naast elkaar voor in de natuur.'

In het krantenknipsel dat op mijn werkkamer hing, werd de klager vertegenwoordigd door een man die Malaise heette. En deze Malaise verzette zich vooral tegen de suggestie dat Dreft van vogels zou houden en zelfs begaan zou zijn met het welzijn van petroleumslachtoffers. Procter & Gamble, de producent van Dreft, ging immers intussen nog gewoon door met dierproeven die nergens voor dienden. En bovendien waren de eenden het slachtoffer geworden van aardolietransporten - en maakte Dreft niet gebruik van precies diezelfde aardolietransporten? Nee, de zaak lag simpelweg zo: olie is puur slecht en Dreft is puur olie. 'Volgens Malaise bestaat Dreft voor meer dan 85 procent uit oliederivaten', huiverde het knipsel.

Ik veranderde van werk, ontruimde mijn werkkamer, haalde het knipsel van de muur, besloot een mooi gebaar te maken en stapte over op Ecover, het merk ecologische wasmiddelen dat werd gepromoot door Malaise. Je weet maar nooit waar het goed voor is, moet ik gedacht hebben. Dat wil zeggen, ik kan mijn beslissing onmogelijk hebben gebaseerd op de conclusie die ik trok uit het krantenknipsel. Ja, het is waar, een kort moment was ik ervan overtuigd geweest dat olie slecht is en ecologie goed. Maar dit simpele houvast werd me weer ontnomen toen ik las wat een woordvoerster van de Fûgelpits had te zeggen: 'We hebben na de recente olieramp voor de kust van Bretagne een vogel behandeld met een ecologisch wasmiddel. Hij was daarna blind.'

Tegenwoordig is de boodschap van de maand mei dat de dingen altijd ingewikkelder zijn dan ze lijken. Hauptmann Speck, schreef de dorpskrant, was een Luthers predikant en een redelijk mens. En hetzelfde verschil tussen schijn en wezen geldt in mijn geval omgekeerd: ik mag dan wel rondlopen in kleren die zijn gewassen met ongeparfumeerde zeep, maar ik loop kans dat ik door dat brave gedrag de hele mensheid met blindheid sla. En kijk, precies daarom heb ik het krantenknipsel over de Fûgelpits altijd bewaard: om me te blijven herinneren aan de onmogelijke dilemma's van het dagelijks leven.

Goed, de dingen gingen door, de Reclame Code Commissie wees de klacht van Malaise en zijn werkgever af, de Fûgelpits en Dreft brachten geld bijeen voor een nieuw vogelcentrum. En ik begon me in toenemende mate te ergeren aan de beschuldigende toon waarop wij worden aangesproken over goede doelen. Diezelfde liefdadige fondsen die nu door beleggingsbeslissingen een deel van hun vermogen zijn kwijtgeraakt op de beurs, stuurden de afgelopen jaren brieven rond waarin de anonieme burger stevig werd aangesproken op zijn slechte gedrag. Als het goeddoen zo'n onoplosbaar dilemma is, mompelde ik iedere keer weer, waarom geven de goede doelen dan de Nederlandse burger niet op zijn minst wat moreel krediet?

Een van de naarste brieven die ik kreeg van het goede doel, arriveerde rond Kerst. De brief had de vorm van een kassabon: onder elkaar stond een boodschappenlijst opgesomd, van hertenbiefstukjes via chipolatapudding en knoflookolijven tot schuursponsjes. Opgeteld 52,53 Euro. En onderaan de bon stond subtiel: 'Twee voedzame maaltijden voor een straatkind in Somalië: 3,49 Euro.' Tot slot kon je een machtiging geven om éénmalig 3,49 van je bankrekening te laten afschrijven. Want, begrijp goed, de liefdadigheidsorganisatie zette zich natuurlijk voor de volle honderd procent in, ze werkte met man en macht, ze liet geen steen op de andere, maar helaas kon ze het ditmaal niet alleen af, en dus riep ze de hulp in van al die vadsige Nederlanders die zich op dat moment volstrekt gedachtenloos en onverschillig verlustigden in de knoflookolijven: 'Van u dus.'

Iets goed doen valt niet mee. Wassen we met ongeparfumeerde zeep, dan worden de eenden blind. Wassen we met geparfumeerde zeep, dan gaan de eenden dood. Ons onherroepelijke falen lijkt reden genoeg om ons aan te sluiten bij al die zwartgallige commentaren over de verwende en verderfelijke natuur van de Nederlandse burger die in mei sinds vorig jaar verdubbeld door het land galmen. Maar waarom zouden we ons niet eens concentreren op al die concrete onoplosbare dilemma's die we in de toekomst verkeerd - maar toch! - moeten gaan oplossen. Mei zou er van opknappen. En wij ook.

Meer over