Specialist in bezweren en in tochten door de bush

In jagersgroene pullover ontving informateur Herman Wijffels vorige week in Beetsterzwaag de onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie. Dat kledingstuk gaat ongetwijfeld mee in de bagage naar Zuid-Afrika....

Niet om te jagen op wild. Er wordt eerder ‘gejaagd’ op wat er bij die ondernemers zelf van binnen woelt.

IKON-programmamaker Paul Rosenmöller trok eind 2005 in de Afrikaanse wildernis een aantal dagen met Wijffels op en onderging op haast contemplatieve wijze de levensfilosofie van de toenmalige voorzitter van de Sociaal Economische Raad. ‘De omgeving was een soort metafoor voor wat verantwoord ondernemerschap eigenlijk behelst.’

Wat Wijffels tijdens die tocht wilde duidelijk maken is dat ook ondernemers gebonden zijn aan door de natuur gestelde grenzen. Hoeveel de mens ook vermag, de natuur bepaalt. Voor de chief executive officer kan zo’n gevoel van nietigheid en afhankelijkheid louterend werken. En ’s nachts, tijdens een wacht, als de andere deelnemers slapen en hyena’s rondsluipen, wordt als vanzelf het gevoel van verantwoordelijkheid voor een groep aangewakkerd.

Zweverig? Duurzaamheid ligt Wijffels zeer aan het hart. Niet voor niets hielp hij prinses Irene in 2001 bij het opzetten van het Natuurcollege.

De boerenzoon Herman Wijffels (64) drijft op reflectie en relativering. Het rentmeesterschap – we hebben de aarde slechts in bruikleen en moeten haar goed beheren voor volgende generaties – beleeft hij als een zendingsopdracht. Eenmaal in een natuurlijke omgeving komt de mens tot een helderder kijk en een productiever opstelling.

Zo bezien mag duidelijk zijn wie heeft bedacht dat de onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie vorige week bijeen moesten komen in een landelijke omgeving in Friesland. Op landgoed Lauswolt zwerven weliswaar geen hyena’s rond, maar voor het versterken van een groepsgevoel kan zo’n ambiance geen kwaad, moet Wijffels hebben gedacht.

Er zal de afgelopen twintig jaar geen (in-)formatieperiode hebben plaatsgevonden, of de naam van Herman Wijffels zong in het Haagse rond. De voormalige algemeen secretaris van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) en oud-topman van de Rabobank werd altijd weer genoemd als kandidaat-bewindsman voor het CDA. Maar ‘Den Haag’ bleef buiten schot – al was het maar omdat hij zelf niet stond te trappelen – en dichter bij het kabinet dan een rol als topadviseur (voorzitter van de Sociaal Economische Raad) kwam hij niet.

Dat het niet zijn eigen CDA was maar juist de PvdA en ChristenUnie die aandrongen op zijn informateurschap zegt veel. Als er iemand is die én goed in kaart kan brengen welke grote taken een nieuw kabinet wacht én zeer bekwaam is in het op een lijn brengen van mensen, dan is het Wijffels wel, zeggen velen.

In een lofzang op Wijffels, vastgelegd in een boekje bij diens afscheid bij de Rabobank in 1999, zet hoogleraar sociologie Kees Schuyt hem neer als ‘de voerman en de veerman’. Die laatste kwalificatie roept beelden op van de streek waarin Wijffels opgroeide: Zeeuws-Vlaanderen.

Hij groeide op in een katholiek milieu in het gehucht Turkeije, gemeente IJzerdijke, als zoon van een akkerbouwer. Vader en moeder overleden op relatief jonge leeftijd; met 21 jaar was Wijffels, toen student economie in Tilburg, ineens hoofd van een gezin. Op zijn initiatief werd voorkomen dat de acht kinderen bij familie werden ondergebracht. Broer Eugène brak zijn studie af om de boerderij te runnen. Herman bleef studeren en keerde ieder weekeinde huiswaarts.

‘Herman bewaakte de grote lijnen en hij is altijd in grote lijnen blijven denken’, meent broer Eugène, boer in Aardenburg, nu. Het natuurlijke leiderschap zat er bij Herman altijd al in en is niet zo zeer door de familieomstandigheden tot wasdom gekomen, zegt Eugène. ‘Op de middelbare school was hij al voorzitter van allerlei commissies en hij was ook aanvoerder van het voetbalteam.’

Oud-VVD-senator David Luteijn groeide tien kilometer verderop, in Zuidzande, op en is eveneens boerenzoon. Hij leerde Wijffels kennen ten tijde van diens NCW-periode, en de twee Zeeuwen kwamen elkaar ook weer bij de Rabobank (Luteijn als lid van de Raad van Beheer) tegen. Over de Zeeuws-Vlaamse invloed zegt hij: ‘In de akkerbouw zit het denken-in-cycli verweven. Je blik wordt bepaald door wat de natuur dicteert.’

Toen Paul Rosenmöller in 2005 met Wijffels terugkeerde naar de ouderlijke boerderij viel het hem op hoezeer de informateur is gevormd door zijn Zeeuws-Vlaamse verleden. ‘Daar is dat enorm grote verantwoordelijkheidsgevoel voor mensen maar ook voor de natuur ontstaan. Bij Herman is dat een zichtbare karaktertrek.’

Ook Kees Schuyt dook in het verleden in een poging het wezen van Wijffels bloot te leggen: ‘Een katholieke opvoeding in de jaren vijftig was doordesemd van verantwoordelijkheidsgevoel. Je moet iets dienen. Je leeft niet voor jezelf.’

Na een ambtelijke carrière in Brussel en Den Haag (ministerie van Landbouw) werd Wijffels op 35-jarige leeftijd ‘secretaris’ bij werkgeversvereniging NCW. Vier jaar later trad hij toe tot de hoofddirectie van de Rabobank. De coöperatieve grondslag van de bank was hem op het lijf geschreven.

Luteijn: ‘Bij de hoofddirectie is het verplichte kost jaarlijks een rondje te maken langs de plaatselijke banken. Ik ken er genoeg die dat vreselijk vonden, maar Herman vond nou juist dát leuk. Hij was geen klassieke, gestudeerde bankier. Het samenwerken aan iets moois, van hoog tot laag, is hem aan het hart gebakken,’

Goed in delegeren en in inspireren. Een visionaire man, iemand die goed kan luisteren en in grote stappen denkt. Een bedachtzaam iemand met een haast mystieke statuur. Het zijn typeringen die steeds weer terugkomen als mensen wordt gevraagd naar hun opvattingen over Wijffels. Paul Rosenmöller: ‘Een sobere man die ontvankelijk is geraakt voor wat ik noem de zachte waarden.’

Niek-Jan van Kesteren, algemeen directeur van werkgeversorganisatie VNO-NCW, kent hem vooral als voorzitter van de SER: ‘Wijffels ziet alles in perspectief van de toekomst. Hij is niet geschapen voor het eenvoudige handwerk, wel voor de vergezichten. Hoe de wereld er uit kán zien, daar heeft hij sterke opvattingen over.’ Agnes Jongerius, voorzitter van de FNV, kenschetst hem als ‘een buitengewoon onafhankelijk mens.’ Hij raakt niet snel van slag en vaart liever op eigen kompas dan op wat anderen vinden, zegt ze.

En als hij dan eens verbitterd is, dan ondergaat hij zijn lot het liefst in stilte. ‘Ook al heeft hij kritiek op zijn eigen partij, de loyaliteit overheerst’, weet Jongerius. De ruzie tussen kabinet en vakbeweging van 2004, uitmondend in een massabetoging op het Amsterdamse Museumplein, ergerde hem , maar wat hem écht raakte was dat premier Balkenende hem niet benaderde voor een bemiddelende rol.

Mensen bij elkaar brengen, het is een van de grootste kwaliteiten van Wijffels. Er kleeft iets vertrouwenwekkends aan hem. Zijn manier van spreken, met een rustgevend diepe stem, maakt hem een specialist in bezwerende formules. Hans Prakke, woordvoerder bij de SER schetst het gevaar: ‘Dan heb je na onderhandelingen ‘ja’ gezegd en vraag je na afloop aan de ander: we zijn het eens maar weet jij waarover ook al weer? Nee, zegt die ander dan, maar het was mooi.’

Graag mag Wijffels een weekje vasten, om zichzelf lichamelijk en geestelijk te zuiveren. Terug in het Zeeuws-Vlaamse land pakt hij regelmatig de wielrenfiets, vertelt broer Eugène. Die passie voor wielrennen is authentiek. Het was David Luteijn die zijn vriend Jan Raas medio jaren negentig in contact bracht met Rabo als potentiële sponsor. Om te voorkomen dat het als een particulier speeltje werd gezien, legde Wijffels het idee om een wielerploeg te sponsoren aan de directeur marketing voor. Luteijn: ‘Een schitterende zet. Herman is graag bij wielrennen. Het is een zeer effectieve investering gebleken.’

In de Volkskrant-reeks over de machtigen van het land plaatsten de machtigen zelf Wijffels op positie twee. Aan veel van zijn nevenfuncties (onder meer voorzitter Natuurmonumenten en lid van het Innovatieplatform) kwam een einde toen hij vorig jaar als toezichthouder bij de Wereldbank naar Washington verhuisde.

Als SER-voorzitter kwam Wijffels’ talent voor het smeden van akkoorden misschien wel het meest tot uiting. Het WAO-advies van 2002 werd onder zijn leiding groots gepresenteerd, voor het eerst voordat achterbannen van werknemers en werkgevers zich erover hadden uitgelaten.

Maar het ging ook wel eens mis. Het laatste ‘MTL-advies’ (middellange termijn advies) moest een visionair stuk worden over een nieuwe opzet van de sociale zekerheid, scholing etcetera. ‘In het advies wat er nu ligt zijn echte keuzes omzeild’, stelt Niek-Jan van Kesteren vast. Wijffels vertrek naar de Wereldbank is daar debet aan geweest, zeggen velen.

Een analogie dringt zich op met het vertrek bij de Rabobank in 1999. Terwijl vaststond dat Wijffels naar de SER zou gaan, ketste op het laatste moment een fusie met Achmea af. Zelfs voor de vleesgeworden bruggenbouwer was er geen redden meer aan.

Over het welslagen van de informatie zegt Paul Rosenmöller: ‘Aan hem zal het niet liggen. Maar of de partijen werkelijk willen...’ Met het ‘gehyper’ van de dag en incidentjes en details heeft Wijffels helemaal niets, zegt Agnes Jongerius.

Broer Eugène is net als zus Annelien politiek actief. Beiden zijn CDA-Statenlid, in respectievelijk Zeeland en Groningen. ‘Tsja...’, mijmert Eugène, ‘de praktische politiek. Herman is er eigenlijk niet geschikt voor.’

Meer over