Spanje zoekt met grondradar naar de botten van zijn eerste literaire reus

MADRID - Waar ligt Miguel de Cervantes (1547-1616)? In Madrid is de zoektocht geopend naar de botten van de schrijver die onsterfelijk werd met zijn roman Don Quichot van La Mancha.

Ergens onder de kerk van de Trinitarias aan de Calle Lope de Vega, een keurig gerestaureerd bakstenen gebouw in het oude centrum van Madrid, moeten zich de resten van Spanjes eerste literaire reus bevinden. De laatste onderaardse speurtechnieken - grondradar en infrarood - zijn op last van het gemeentebestuur ingezet. Burgemeester Ana Botella heeft haar vertrouwen uitgesproken in de zoekploeg, die deze week vol goede moed aan de slag gaat met de apparatuur.

Zoektochten naar kwijtgeraakte resten van historische helden vormen een bijna obsessief probleem in Spanje. In 1998 werd een pleintje in de Madrileense binnenstad nabij de Plaza Oriente grondig omgespit op zoek naar de botten van meesterschilder Velázquez. De ondergrondse parkeergarage die er werd aangelegd, was een uitgelezen moment om het graf te delven waar Velázquez in 1660 was begraven.

De fundamenten van het kerkje waar de schilder van De overgave van Breda zou moeten liggen, werden inderdaad gevonden, maar diens botten bleken spoorloos. Geen wonder: nadere bestudering van de archiefstukken leerde dat de kerkpastoor de graven al ergens in de 18de eeuw had laten ontruimen.

Gevoeliger nog lag de tegenslag bij de speurtocht in 2009 naar het lichaam van de dichter en toneelschrijver García Lorca, die in 1936 tijdens de burgeroorlog werd gefusilleerd door de troepen van de latere dictator Franco. Op basis van een oude getuigenis werd een heuvel even buiten Granada afgegraven, overigens tot groot ongenoegen van een deel van de nazaten van de dichter. Na bijna twee maanden tevergeefs spitten werd de zoektocht gestaakt.

Berucht is ook de slepende twist over wie de resten van ontdekkingsreiziger Colombus in handen heeft: de kathedraal van Sevilla of die in Santo Domingo. Santo Domingo, dat geen botten wil vrijgeven, lijkt de strijd in geloofwaardigheid te verliezen, maar dna-onderzoek in Sevilla gaf evenmin uitsluitsel, zodat de ruimte voor twijfel blijft bestaan.

Met Cervantes wordt de kans op ontdekking hoger ingeschat. Hoewel het literaire genie berooid en achtervolgd door schuldeisers op relatief hoge leeftijd (69) de geest gaf, melden de archieven vrij nauwkeurig dat zijn resten een eigen graf hebben onder het kerk-altaar van het Franciscaner klooster. Jammer alleen dat die kerk is afgebroken en de crypte ergens onder het huidige gebouw is verdwenen.

Alle hoop is nu gevestigd op de nieuwe sonartechnieken om onderaardse holtes bloot te leggen. De infraroodapparatuur moet vervolgens op zoek naar de botten. Geen eenvoudige opgave, omdat ook ander organisch materiaal netjes door de metingen worden vastgelegd, inclusief planten en boomwortels. Maar als alles voorspoedig verloopt, staan forensisch deskundigen klaar om het dna te vergelijken met dat van nazaten van Cervantes. Bij succes kan Cervantes een passende herbegrafenis tegemoet zien.

undefined

Meer over