SPANJE TEGEN SPANJE

Het begon in 1983 knullig, met de ontvoering van de verkeerde man. Daarna vermoordden de Spaanse Antiterroristische Bevrijdingsgroepen (GAL) zeker 27 slachtoffers, vooral ETA-leden....

HET liep tegen achten op een donkere decemberavond in het Zuid-Franse stadje Hendaye. De man zette de televisie aan, zich verheugend op een nieuwe aflevering van Benny Hill. Omdat het reclameblok nog niet voorbij was, besloot hij even naar de badkamer te lopen om zijn handen te wassen. Hij hoorde de bel en hoe zijn vrouw zich opmaakte om open te doen.

Toen hij de trap afkwam, zag hij dat de buitendeur openstond. Een onbekende liep op hem toe en vroeg of dat zijn auto was die voor de deur geparkeerd stond. Voor hij antwoord kon geven, sloeg de onbekende een hand rond zijn nek en sleurde hem naar buiten, waar een tweede individu wachtte. Uit zijn ooghoeken zag hij nog net dat zijn vrouw zich uit de voeten maakte. De man zette het op een schreeuwen en greep de deur vast, tot hij die onder een regen van klappen en schoppen moest loslaten. Tijdens de worsteling raakte hij zijn pantoffels en zijn bril kwijt. Geen van de buren reageerde op het tumult.

De man werd achterin een auto geduwd en met zijn gezicht tegen de bank gedrukt. 'Vuile smeerlap', siste een van de ontvoerders, terwijl hij een doek om de hals van de man zo strak aantrok dat die bijna stikte. 'Kijk uit, je vermoordt hem', waarschuwde een ander. De man begreep niet wat hem overkwam en herhaalde keer op keer zijn naam en achternaam. 'Houd je kop', schreeuwde de chauffeur. 'Je werkt op mijn zenuwen.'

Een chaotische tocht volgde. Ze wisselden verschillende keren van auto en de ontvoerders dwongen de inmiddels geblinddoekte man op zijn sokken door een weiland en dwars door twee ijskoude beken te lopen. Uiteindelijk daalden ze een heuvel af en gingen een huisje binnen. De man werd een kamer ingeduwd.

Diezelfde avond kwam er iemand op de ontvoerde man met de blinddoek af en beet hem in het Spaans toe: 'Etarra' (ETA-lid). De man raakte in alle staten en antwoordde: 'Etarra, no'

De ander zei: 'Ben jij degene die de revolutionaire belasting int?'

'Ik? Ik ben een handelsreiziger.'

'Ja, daarom juist, dan ontmoet je een hoop mensen.'

De man bleef ontkennen.

'Wacht maar, je bekent heus wel.'

Het was de wereld op zijn kop, de avond van de vierde december 1983. De ETA-terreur in Baskenland was op een hoogtepunt, aanslagen en ontvoeringen waren aan de orde van de dag. Hendaye, net over de grens, was een van de uitvalsbases van de terroristen, die in die dagen in Frankrijk nauwelijks last van de politie ondervonden.

Maar die avond waren de rollen omgekeerd, waren het geen terroristen die een politieman ontvoerd hadden, maar politiemannen die een terrorist in Frankrijk hadden gekidnapt en overgebracht naar een geheim adres in Spanje.

Het ETA-kopstuk Mikel Lujua zou op deze manier gedwongen worden de Spaanse politie te helpen een door zijn organisatie gegijzelde legerofficier te bevrijden. In het uiterste geval zouden de twee uitgeruild kunnen worden.

Althans, dat dachten de kidnappers. Maar de hele actie was een aaneenrijging van stommiteiten, te beginnen met het doelwit: ze hadden de verkeerde ontvoerd.

De man die ze uit zijn huis in Hendaye hadden gesleept, was níet de Etarra Mikel Lujua. Hij heette Segundo Marey, een 51-jarige Spanjaard die in Zuid-Frankrijk zijn brood verdiende als vertegenwoordiger in keukenmeubelen en kantoorartikelen. Marey wist niet meer van de ETA dan wat hij er, net als de gemiddelde burger, over in de krant had gelezen. Hoewel de vergissing al bij de overdracht van Marey aan de grens aan andere politiemensen was vastgesteld, werd besloten de actie toch door te zetten.

Negen dagen hielden ze de vertegenwoordiger vast. Toen zetten ze hem ergens op een stille weg uit de auto, met in zijn zak een briefje waarin de ontvoering werd opgeëist door de GAL, de Grupos Antiterroristas de Liberación (Antiterroristische Bevrijdingsgroepen).

Het was de eerste keer dat de Spanjaarden de afkorting GAL te horen kregen, en ze zouden er niet meer van afkomen. Bijna vijftien jaar later domineert de afkorting de politieke en mediawereld in Spanje, omdat eindelijk de hoogst verantwoordelijken voor de doodseskaders berecht worden: José Barrionuevo, de toenmalige socialistische minister van Binnenlandse Zaken, en Rafael Vera, zijn staatssecretaris voor Staatsveiligheid. Voor hun betrokkenheid in de zaak-Marey alleen al heeft de aanklager 23 jaar gevangenisstraf geëist. De aanklacht: illegale detentie, lidmaatschap van een gewapende bende en verduistering van overheidsgelden.

En dat is nog maar het begin. Want de allereerste onderneming van de GAL mocht dan op een fiasco zijn uitgedraaid, het betekende niet dat van verdere acties zou worden afgezien. Integendeel, de illegale groepen zetten een offensief in aan beide zijden van de Spaans-Franse grens, pleegden bomaanslagen, ontvoerden, martelden en moordden. Zij maakten ten minste 27 dodelijke slachtoffers.

De zaak-Marey is belangrijk omdat het de eerste is waar politici verantwoordelijk voor worden gesteld. Maar het betreft een van de relatief onschuldigste misdaden, want de ontvoerde kwam met de schrik vrij. Al zegt Segundo Marey tot op de dag van vandaag, vijftien jaar later, niet lekker te kunnen slapen.

De volgende zaak staat echter al in de steigers, en die is aanzienlijk bloediger. Lasa en Zabala waren twee ETA-leden die ook in Zuid-Frankrijk werden ontvoerd. Ze werden overgebracht naar een kazerne van de Guardia Civil bij San Sebastian, waar ze dagenlang gemarteld werden om informatie los te krijgen. Vervolgens werden de twee vermoord en ergens in een open veld clandestien begraven. Hun lichamen zijn pas vorig jaar gevonden, na een tip van een GAL-deelnemer die al voor een andere zaak in de gevangenis zit.

De bevelhebber van de kazerne in San Sebastian, generaal Galindo, zit al dik een jaar in voorarrest. Galindo was in de jaren tachtig Spanje's belangrijkste terreurbestrijder, die honderden succesvolle acties tegen de ETA ondernam.

Twaalf mannen staan terecht in de zaak-Marey. Acht politiemensen en vier politici, al is de werkelijke verhouding tijdens het proces tien tegen twee. Alle pijlen zijn gericht op ex-minister Barrionuevo en ex-staatssecretaris Vera. De acht politiemensen plus Julio Sancristóbal, de vroegere gouverneur van de Baskische provincie Vizcaya, en Ricardo García Damborenea, voormalig leider van de socialististische partij in dezelfde provincie, hebben een gesloten front gevormd.

Deze tien ontkennen hun rol in de ontvoering van Marey geen moment. Zijzelf en hun advocaten proberen echter de rechtbank ervan te overtuigen dat zij slechts handelden in opdracht van boven: de eindverantwoordelijkheid lag bij de minister en de staatssecretaris. Het woord ontvoering wordt in hun kamp niet gebezigd, daar spreekt men consequent van 'arrestatie'. Dat is geen kwestie van taalkundige voorkeuren of een poging de ontvoering een legaal tintje te geven. Als hun misdrijf illegale detentie is en geen ontvoering, dan is het inmiddels verjaard.

Het proces bij de tweede kamer van het Spaanse Hooggerechtshof is een nationale gebeurtenis waarvan niemand iets wil missen. Niet alleen zullen pas na jaren heen en weer gepraat elf rechters bepalen of de socialistische regering van Felipe González zich heeft schuldig gemaakt aan staatsterrorisme. De verhalen daarover in de pers leverden een forse bijdrage aan de verkiezingsnederlaag van de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE) in 1996.

M AAR het proces van de GAL maakt in socialistische ogen ook deel uit van de grote samenzwering die door rechts op touw is gezet om de PSOE voor lange tijd politiek kalt zu stellen. Zelfs nu de in die kring gehate Felipe González zich vrijwel geheel uit de nationale politiek heeft teruggetrokken, moet het offensief tegen zijn voormalige naaste medewerkers worden voortgezet: el caso Marey is, kort en krachtig gezegd, een politiek proces.

'Wat hier gebeurt, is niets anders dan een smerige afrekening van politieke aard, vermomd als een rechtszaak', stelde hoofdverdachte Barrionuevo aan de vooravond van het proces. De ex-minister is nog steeds parlementslid voor de PSOE en peinst er niet over zijn carrière op te geven. Zijn kandidatuur voor het burgemeesterschap van de kuststad Almería is een publiek geheim, met het officieel maken ervan wacht de partij tot na de uitspraak van het Hooggerechtshof.

Het proces heeft iets van een wedstrijd van de ene helft van Spanje tegen de andere helft, compleet met supportersgroepen. Inwoners van Barrionuevo's geboortedorp in Andalusië huurden een bus naar het verre Madrid. Daar nestelden zij zich voor de ingang van het Hooggerechtshof om hun beroemdste dorpsgenoot bij zijn aankomst met spreekkoren aan te moedigen.

Fractiegenoten van Barrionuevo veroorzaakten opschudding door hun bankjes in het parlement op te zoeken nadat zij een uitdagende button op de borst hadden gespeld met de tekst: 'Ik ben óók José Barrionuevo'. Een gebaar dat door leiders van de communistische partij werd beantwoord met het ophouden van bordjes: 'Ik ben óók Segundo Marey'.

De rechtszaak zelf wekt de indruk een lange aaneenrijging van leugens, fantasieën, kletsverhalen en beschuldigingen van de verdachten aan elkaars adres te zijn. Alle verdachten en getuigen hebben hun verklaringen tijdens het vooronderzoek meer dan eens compleet gewijzigd, en ook in de rechtszaal komen ze weer met nieuwe versies. 'Alleen Vera en ik hebben altijd hetzelfde gezegd', aldus Barrionuevo. 'Namelijk dat wij absoluut niets te maken hadden met de GAL.'

Alleen Segundo Marey, de vertegenwoordiger in keukenmeubelen die per ongeluk werd ontvoerd, lijkt de waarheid te vertellen. Zijn versie van de gebeurtenissen is min of meer gestaafd door de politiemensen die hem bewaakten tijdens zijn illegale detentie. Maar niet iedereen is voor honderd procent overtuigd dat hij zo onschuldig is als hij zich voordoet.

Enkele van de advocaten deden begin deze week een poging Marey van een slachtoffer om te kneden tot een handlanger van de ETA. Volgens hen werkte Marey onder meer voor het bedrijf Sokoa, waar de politie bij een inval in 1986 raketten, vuurwapens en documentatie van de ETA aantrof. Hetgeen Marey hardnekkig blijft ontkennen.

Wel gaf hij toe Mikel Lujua, het ETA-kopstuk voor wie hij was aangezien, te kennen. Lujua woonde een paar straten verderop in Hendaye en werkte als vrachtwagenchauffeur. Maar Marey kende hem slechts oppervlakkig, zei hij, en hij had niet de flauwste notie van 's mans betrokkenheid bij het terrorisme.

D E Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina, die voor de krant El País het proces volgt, noemde de poging van de advocaten een relatie tussen Marey en de ETA te leggen, perfide: 'Het is de aloude verdachtmaking die automatisch degene ten deel valt die wordt gearresteerd of die verdwijnt in de oneindige nacht van de dictatuur, op hem losgelaten met de koelheid waarmee men een beest de keel afsnijdt: ''Iets zal hij wel gedaan hebben''.'

Het proces geeft een onthutsend inkijkje in de wereld van de Spaanse terreurbestrijders. De hele ontvoeringsactie was een slechte B-film van het soort dat niet meer gemaakt wordt. En de verhalen die de verdachten en de getuigen erover afsteken tegenover de rechter, doen het peil nog verder dalen.

Er was een grote koffer met geld, één miljoen Franse francs. Opgehaald op het ministerie van Binnenlandse Zaken (volgens sommige getuigen gevuld door de minister persoonlijk) en overhandigd aan twee Franse huurlingen, die de eerste fase van de ontvoering voor hun rekening zouden nemen. Iedereen blijkt telefoongesprekken te hebben gehoord van anderen die de minister aan de lijn hadden, en iedereen weet zich voor honderd procent zeker te herinneren dat de minister daarin opdracht gaf door te gaan met de GAL-actie.

De twee politieagenten die de ontvoerde Marey negen dagen lang bewaakten, hebben geen moment een gevoel van twijfel gehad dat er iets niet klopte. 'Ons was verteld dat het een belangrijke ETA-figuur was. Misschien was het een beetje ongebruikelijk dat hij niet in een cel werd vastgehouden, maar in een afgelegen huis. Maar, ja, het was een geheime operatie.'

De kranten stonden bol van de affaire, maar de agenten lazen nu eenmaal geen kranten. 'Als ik thuis kwam, was ik zo moe dat ik geen puf had om de krant te lezen', verklaarde een van hen. Net als zijn collega was hij afkomstig van het bureau in Bilbao dat zich bezighield met het vergaren van informatie over het terrorisme. Nooit was het in hun hoofd opgekomen dat het wellicht nuttig was voor hun werk af en toe een blik in de kranten te werpen.

Een derde betrokken politieman is Miguel Domínguez, die elke dag per motor naar de rechtszaal komt en zijn helm pas binnen afzet. Hij werd als onervaren agent op de ontvoerde afgestuurd, omdat hij de enige op het hele buro was die een paar woorden Frans sprak. Terwijl de ETA haar aanslagen voorbereidde op Franse bodem, had niemand bij de terreurbestrijdingsdienst bedacht dat het handig zou zijn over een paar agenten te beschikken die Frans spraken.

Er zijn cynici die menen dat de wereld van de grote politiek één corrupte bende is. Liefhebbers van die theorie komen bij het proces-Marey aan hun trekken. Veel van de getuigen die de revue passeren en die vrijwel zonder uitzondering José Barrionuevo als de leider van de GAL aanwijzen, genieten niet echt een reputatie om over naar huis te schrijven. Betrouwbaarheid is niet hun grootste deugd.

Neem Luis Roldán, ooit de hoogste baas van de Guardia Civil en bijna door Felipe González benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken. Roldán zit een gevangenisstraf van 25 jaar uit omdat hij tijdens zijn dienstverband bij de Guardia Civil tientallen miljoenen guldens naar zijn eigen bankrekeningen wist te sluizen. Roldán ging voor de bijl, maar heeft laten weten zoveel mogelijk mensen in zijn val te zullen meeslepen.

Of ex-kolonel Juan Alberto Perote, voormalige tweede man van de Spaanse geheime dienst Cesid. Hij is de beroemdste geheim agent van het land, die er jarenlang voor heeft gezorgd dat staatsgeheimen linea recta bij de pers belandden. Bij zijn ontslag stal hij archiefkasten vol geheime informatie, waarmee hij politici trachtte te chanteren. Perote is uit het leger gezet en zit een straf van zeven jaar uit.

Maar de kern van de zaak is natuurlijk het grote anti-socialisten-complot zoals uit de doeken gedaan door een van de deelnemers, de rechtse journalist Anson. Opgezet door een soort geheim genootschap met als doel de PSOE in diskrediet te brengen. Daarin figureert, naast Perote, Mario Conde, de superbankier die de grootste oplichter uit de Spaanse geschiedenis bleek te zijn en nu in de cel zit. Voorts Pedro J. Ramírez, hoofdredacteur van de krant El Mundo en intiem vriend van premier Aznar, die zijn krant al jaren gebruikt voor een kruistocht tegen de socialisten. En, last but not least, Francisco Alvarez Cascos, eerste vice-premier van Spanje en de straatvechter van het kabinet.

Deze groep zou verantwoordelijk zijn voor wat hier heet het 'parallelle proces' tegen Barrionuevo: de media hebben hem al veroordeeld. Cascos zou een aantal betrokken en voor andere GAL-acties veroordeelde politieagenten amnestie in het vooruitzicht hebben gesteld, indien zij hun verklaringen zouden wijzigen en de ex-minister als hoofdverantwoordelijke aanwijzen.

En ten slotte de justitie. De instructierechter in de zaak-Marey is niemand minder dan Baltasar Garzón, de ster onder de rechters. Garzón ging begin jaren negentig de politiek in, als tweede man van González, en werd benoemd tot staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Toen zijn carrière daar niet voortvarend genoeg verliep, keerde hij terug naar de rechtszalen. Zo'n man, vol afkeer van zijn oude politieke vrienden, mist elke schijn van objectiviteit, zeggen de socialisten.

De druk op het Hooggerechtshof om Barrionuevo te veroordelen is groot. De Spaanse burger heeft hem al gevonnist, verklaarde vice-premier Cascos onomwonden, en de rechter dient zich hierbij aan te sluiten: 'Als het vonnis niet overeenstemt met het oordeel van de burgers, in het licht van de feiten die zijn vastgesteld, is de grote verliezer van dit proces de justitie.'

Meer over