Spaghetti

MIJN ZUS geeft een etentje, dat ze een dinnerparty noemt. Dan weet je meteen wat voor gasten ze vraagt: de Betere Bohémiens....

Mijn zuster eist van mij dat ik kom, maar stelt strenge voorwaarden: ik moet zelfgemaakte spaghetti meebrengen, maar ik mag geen jurk van eigen naald dragen, tenzij hij van zwart, strak plastic is. Anders vinden haar vrienden mij een trut. Ik moet laten merken dat ik de schrijver Céline, die ik een akelige engerd vind, nog steeds enorm bewonder. Ik mag niet verkrampt zwijgen om dan plotseling blij te zeggen dat haar echte Indiase vaas tegenwoordig bij Blokker hartstikke goedkoop is. Ik mag niet praten over stoompannetjes, breimachines, of voetbal. Ik mag vooral niet laten merken dat ik gelukkig getrouwd ben. O nee! Als een van de gasten aan me zit moet ik me juist gevleid voelen, en als er geflirt wordt mag het moderne, grove taalgebruik me niet shockeren. Als ik nou es gewoon aan iemand vraag hoeveel z'n huis kost, komt een gesprek vanzelf op gang, zegt mijn zus. En dat ik nog nooit naar New York ben geweest is al belachelijk genoeg, dus wil ik alsjeblieft niet zeggen dat ik daar ook helemaal niet heen wil? En kan ik het enig en origineel noemen dat we staand zullen eten?

Ik durf niet te gaan. Want hoe vertel ik haar dat de pastamachine, die ze me onlangs gaf, geen sliertjes maakt? Ik snap het niet, het deeg blijft maar ronddraaien op de rol en wordt steeds viezer. Ik ben al te laat, mijn zus rekent op me. Zal ik bellen dat ik haar vrienden niet lust? Dat ik echt geen honger heb?

Meer over