Spaarfonds kan een kabinet redden, maar blijkt vaak weinig doelmatig

Geld apart zetten in een fonds: de politiek is er dol op. Maar in de praktijk werkt het vaak niet.

ROBERT GIEBELS

Dinsdagnacht kwam er weer eentje bij. Premier Rutte omarmde het Toekomstfonds van D66-leider Pechtold 'gericht op duurzame economische groei, mede gevoed door een deel van de gasbaten'. In het aardgasfonds wordt om te beginnen 100 miljoen euro gestopt - minder dan 1 procent van de jaarlijkse aardgasbaten. Bedoeld voor de motor van de economie: het midden- en kleinbedrijf.

Rutte omarmde het gasfonds enthousiast waar minister Dijsselbloem van Financiën het in februari nog categorisch afwees. Het komt veel en veel te laat, vond de PvdA-bewindsman toen. 'Als we er nu nog mee zouden beginnen, zou het niet veel meer opleveren.'

Dijsselbloem kent zijn zaakjes, want er gaat nogal wat mis zodra de politieke keuze op een spaarpot valt. Van 1994 tot 2011 was er al het Fonds Economische Structuurversterking (FES), gevoed door 40 procent van de jaarlijkse gasopbrengst. Aanvankelijk bedoeld voor infrastructurele projecten zoals de Betuweroute en de hogesnelheidslijn.

Gaandeweg werd steeds mistiger wat wel en wat niet uit dat fonds mocht worden betaald. Het moest goed zijn voor de economie op de lange termijn en vooral iets extra toevoegen, net zoals het gasgeld zelf een extraatje vormt. Maar die dure spoorbanen waren er zonder het fonds ook gekomen. Bovendien: onderwijs, innovatie en duurzaamheid zijn toch te belangrijk om aan een onregelmatig gevoed fonds over te laten?

Het eerste kabinet van Rutte vond van wel en al snel stroomde het gasgeld weer als vanouds volledig in de begroting. Er moet immers een financiële crisis worden overwonnen. Bovendien was het FES geen echt fonds zoals de Noren wel hebben. Daar komt het olie- en gasgeld erin en wordt alleen het rendement uitgegeven.

Goedbedoelde fondsen die niet blijken te werken, zijn er in alle soorten en maten. In 1998 begon het AOW-spaarfonds, dat op een slimme manier geld apart leek te zetten om de kosten van de vergrijzing op te vangen. In 2011 was het spel uit en ontmaskerde het kabinet het fonds als een 'papieren constructie' waarmee alleen maar tientallen miljarden van de ene naar de andere post waren verplaatst.

Bewindslieden verzinnen soms fondsen om hun actuele probleem op te lossen. Zo bedacht de minister van Wonen, Ella Vogelaar, een investeringsfonds waarin woningbouwcorporaties tien jaar lang 250 miljoen euro zouden storten. Het fonds was bedoeld voor verbetering van veertig 'Vogelaarwijken', maar het kwam er nooit door verzet van de corporaties.

Soms heeft een fonds louter de functie om zichtbaar te maken waaraan geld wordt besteed. Zie het Deltafonds, waarmee tot 2028 geld apart wordt gezet voor investeringen om Nederlanders te beschermen tegen hoog water. Zo'n fonds smoelt beter dan een verborgen begrotingspost.

Een van de vreemdste fondsen gaat volgende week ter ziele. Het stamde uit 1973 en was bedoeld om werklozen pensioen te laten opbouwen, met overheidsgeld. Rond de eeuwwisseling zat er ruim 2,5 miljard euro in de pot. Maar het fonds had grote moeite dit geld tegelijk te beleggen en werklozen te helpen. Want hoe slechter de economie, hoe meer werklozen en hoe beroerder het beleggingsrendement. En nu is de pot leeg.

Met het aardgasfonds voor Pechtold verstevigt het kabinet à 100 miljoen euro de band met de meest geliefde oppositie - D66, ChristenUnie en SGP. Een fonds kan een kabinet kennelijk in het zadel houden. Of ronduit redden, zoals minister Blok eind vorig jaar merkte in de senaat. Hij bedacht nog net op een tijd een fonds van 70 miljoen 'voor de huursector' om PvdA-senator Duivesteijn vóór het kabinet te laten stemmen.

undefined

Noors oliefonds wel succesvol

Noorwegen vond in 1969 olie voor zijn kust in de Noordzee. Al snel bleek dat het om veel olie ging. En ook veel gas. Tot 1990 vloeiden de opbrengsten ervan gewoon in de staatskas en verdwenen de miljarden Noorse kronen in de reguliere overheidsuitgaven. Maar omdat die olie- en gasinkomsten zo onvoorspelbaar waren, werden ze in een apart 'Oliefonds' gestopt. Om het doel van het fonds te benadrukken, is het in 2006 omgedoopt tot Pensioenfonds van de Overheid. Toch is het fonds niet per se bedoeld om pensioenen uit te betalen. Het is vooral een spaarpot om met geld geld te verdienen. En hoe. Het fonds is nu ruim 600 miljard euro groot. Liefst eenderde daarvan is rendement: geld dat de Noren hebben verdiend met tamelijk voorzichtige beleggingen uit het fonds.

undefined

Meer over