Spaanse premier Aznar verwijdert laatste sporen Franco-dictatuur PP wordt 'partij van het centrum'

De Partido Popular is niet langer rechts. De Spaanse regeringspartij van premier José María Aznar heeft definitief de laatste resten van het verleden van zich afgeworpen om zich een moderne jas aan te meten....

Van onze correspondent

Cees Zoon

MADRID

Aznar maakt al enige tijd duidelijk dat hij van zijn rechtse imago af wil. Om dat te bewerkstelligen heeft hij de top van de partij gereorganiseerd en een meer prominente rol toebedeeld aan een groep jonge en dynamische politici.

De koerswijziging werd zonder slag of stoot geaccepteerd door het partijcongres van afgelopen weekeinde, de eerste bijeenkomst sinds de PP bijna drie jaar geleden de macht veroverde. Want rechts of centrum, binnen de PP is er maar één de baas.

Het verleden heeft in de Spaanse context doorgaans betrekking op de veertig jaar lange dictatuur van generaal Franco, die pas door zijn overlijden in 1975 Spanje de kans bood een normaal Europees land te worden. Rond dat overlijden verzamelden de getrouwen van de generaal zich in de Alianza Popular (AP), een bedenksel van Franco's voormalige minister van Informatie, Manuel Fraga.

Het voortzetten van de oude politiek met nieuwe middelen bleek bij de Spanjaarden niet aan te slaan. Verkiezing na verkiezing eindigde in een zeperd voor Fraga. Pas met de komst van Aznar eind jaren tachtig veranderde dit. De partij werd omgedoopt in Partido Popular en de ergste diehards werden op een zijspoor gezet. Daarna deed de teloorgang van de socialisten onder Felipe González de rest.

Aznar heeft als premier de wind behoorlijk mee. Economisch gaat het uitstekend met Spanje, het land heeft zich zonder problemen aangesloten bij de euro. Afgezien van de eeuwige strubbelingen in Baskenland en Catalonië heeft Aznar niet al te veel kopzorgen.

Maar zijn PP beschikt niet over een meerderheid, is afhankelijk van de steun van de nationalisten in de periferie.

Aznar waarschuwde in zijn slotrede de nationalisten 'geen onverantwoorde avonturen' te ondernemen. 'Er is geen alternatief voor de grondwet.'

De verschuiving naar het centrum moet de electorale basis van de partij verbreden en het mogelijk maken dat de PP nog een decennium aan de macht blijft, zoals het plan is.

Maar de ambities van Aznar reiken verder: hij wil zich opwerpen als de Europese leider van alles wat niet sociaal-democratisch is. De val van de Duitse leider Helmut Kohl vorig najaar heeft hem doen beseffen dat er een gat in de markt is in Europa.

Spanje is het laatste grote land waar de conservatieven nog aan de macht zijn en Aznar ziet het als zijn doel alle conservatieven, rechts- en centrum-denkenden aan zich te binden.

Om dat doel te bereiken heeft hij eerst zijn eigen partij een facelift gegeven. Het voornaamste slachtoffer is secretaris-generaal Francisco Alvarez Cascos, die met zijn agressieve stijl het symbool van het oude rechts in Spanje is.

Als zijn opvolger heeft Aznar de 41-jarige Javier Arenas aangewezen, die als minister van Arbeid een goede reputatie heeft opgebouwd. Arenas beloofde aan het slot van het partijcongres 'de dialoog binnen de PP en naarbuiten' te intensiveren en zei de oppositie te beschouwen als 'tegenstanders' en niet als 'vijanden'.

Daarmee stelde hij zich aanmerkelijk verzoenender tegenover de oppositie op dan zijn voorganger Alvarez.

De partijleden hadden over zijn benoeming hoegenaamd niets te zeggen. Aznar heerste over de PP als een ouderwetse caudillo. Zijn wil was wet en tegenspraak werd niet geduld. De drieduizend afgevaardigden op het congres hadden de benoeming van Arenas maar te slikken. Aznar heeft de reputatie volledig solitair te werken en zich aan niemand iets gelegen te laten liggen.

Zelfs Arenas was stomverbaasd te vernemen dat hij de nieuwe secretaris-generaal werd. Die werkwijze hanteert Aznar ook binnen het kabinet. Gelijk met de benoeming van Arenas bracht hij enkele wijzigingen in de regering aan. Geen minister wist of hij weg moest of mocht blijven, tot Aznar het vonnis uitsprak.

Doodleuk liet hij zijn woordvoerder bekend maken dat Esperanza Aguirre, tot dusver een wankelende minister van Onderwijs, de nieuwe voorzitter van de senaat wordt. De PP heeft daarin de absolute meerderheid, dus kan haar wil opleggen, maar de oppositie schreeuwt moord en brand dat Aznar met het aanwijzen van een voorzitter van de senaat de democratische spelregels aan zijn laars lapt.

Voor de socialisten is het nieuwe imago van Aznar als een politicus van het midden dan ook een holle frase. De stijl die Aznar hanteert binnen zijn partij en binnen de regering blijft nadrukkelijk herinneren aan het verleden.

Meer over