Spaanse lente

Komende week is het een jaar geleden dat terroristen vier forensentreinen in Madrid opbliezen. Sindsdien lijkt de nieuwe premier, José Luis Rodríguez Zapatero, in Spanje zomaar een sociale revolutie te hebben ontketend - al ziet Spanje dat zelf anders....

Door Alex Burghoorn

Aan de Avenida Carmen Martín Gaite in Leganés zijn de vuilniszakken in de prullenbakken roze. De winterwind heeft vat op ze gekregen en het geklapper van het plastic domineert op een doordeweekse dag de stilte in deze slaapstad, even ten zuiden van Madrid.

Op huisnummer 40 hebben zich op 3 april 2004 zeven terroristen opgeblazen, toen de Spaanse politie hen had omsingeld. De vijf Marokkanen, een Tunesiër en een Algerijn verkozen de martelaarsdood boven een gevangenisstraf voor het plegen van de aanslagen op vier forensentreinen rond het Atocha-station in Madrid, drie weken eerder. Met de collectieve zelfmoord kwam een einde aan de klopjacht op de daders. Het Spaanse speurwerk naar voortvluchtige verdachten heeft sindsdien de trage tred gekregen die het politieonderzoek in de strijd tegen het terrorisme ook elders in de wereld kenmerkt. Het spoor is vaak doodgelopen.

Voor het woonblok waar nummer 40 op de eerste etage was gelegen, staat een hijskraan. Het pand is na het politieonderzoek tot de grond toe afgebroken - aan weerszijden was de pui er op een paar verdiepingen uitgeblazen. Maar de wederopbouw verloopt vlot: werklui leggen de laatste hand aan de dakgoot. Het pand is uit dezelfde kale bakstenen opgetrokken als weleer. Nog een paar weken en dan is het of er aan Avenida Carmen Martín Gaite nooit iets is gebeurd.

Nee, voor een zoektocht naar de betekenis van '11-M' lijkt Avenida Dos de Mayo 29, een stevige wandeling verderop in Leganés, een beter adres te zijn. Daar zitten Gloria, Carmen, Elisa en haar bazin señora Vazquez in de wachtruimte van de Sociale Dienst. De drie Colombiaanse huishoudsters werken illegaal in Spanje. Maar dat gaat veranderen. Met dank aan José Luis Rodríguez Zapatero, de socialist die de Spanjaarden drie dagen na het bloedbad in Madrid van de weeromstuit tot premier kozen.

Na de beëdiging van zijn kabinet kondigde Zapatero al snel een 'regulering' aan van de illegale gastarbeiders - een kwart van de 191 doden van '11 maart' was immigrant. De redenering van Zapatero: de Spaanse economie heeft hen blijkbaar nodig, dus laten we hen in ruil rechten geven. Sinds een maand kunnen de arbeiders zich daarom in het gezelschap van hun bazen melden voor een verblijfs- en werkvergunning. De schattingen over het aantal migranten dat zich voor de sluitdatum van 7 mei gaat melden, lopen op tot een miljoen. Het kan wel eens het omvangrijkste generaal pardon uit de Europese geschiedenis worden, op een moment dat de meeste landen van de EU juist strenge migratiewetten nastreven.

Bewijs van goed gedrag

Haastig trekt Elisa haar babyblauwe winterjas uit als, dingdong, nummer 444 op het bord verschijnt. Tot dan toe heeft ze van de zenuwen vrijwel niets gezegd. Maar als ze opstaat en haar paperassen tegen haar borst klemt, lichten haar ogen op: qué emoción, wat spannend!

Samen met señora Vazquez gaat Elisa naar een vrij bureau. De ambtenaren kennen de procedure inmiddels van buiten. Lever maar in: een kopie van het Colombiaanse paspoort, een bewijs van goed gedrag uitgegeven door de Colombiaanse regering, een bewijs dat ze al minstens zes maanden in Spanje werkt en een arbeidscontract voor ten minste nog eens zes maanden.

Het verloopt vlot. Elisa en haar bazin hebben alles grondig voorbereid. Opgelucht keren ze terug naar de wachtruimte. Felicitaties zijn haar deel: binnen twee maanden moeten verblijfs- en werkvergunning voor een jaar in orde zijn. Ook krijgt Elisa dan de felbegeerde identiteitskaart, zodat ze voor het eerst in vier jaar haar vaderland kan bezoeken om daarna probleemloos naar señora Vazquez terug te keren. De bazin ontloopt op haar beurt de hoge boetes die vanaf 7 mei gaan gelden voor het in dienst nemen van illegalen.

Het generaal pardon staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van wat zomaar een sociale revolte kan worden genoemd. José Luis Rodríguez Zapatero heeft de laatste maanden in hoog tempo de lijnen uitgezet voor een Nieuw Spanje.

In aanloop naar zijn premierschap zei Zapatero er veel eer in te stellen 'volledige gelijkheid van de seksen' te bewerkstelligen en 'onophoudelijk te strijden tegen crimineel machismo'. En ziedaar: op zijn eerste werkdag als minister-president zette hij de goedkeuring in gang van een wet die vrouwen beter beschermt als ze slachtoffer zijn van huiselijk geweld - in 2004 kwamen 72 vrouwen bij vechtpartijen met hun echtgenoot om het leven. Zijn kabinet is samengesteld uit evenveel mannen als vrouwen - alleen Zweden doet Spanje dat na. En hij heeft voorgesteld de grondwet te wijzigen zodat ook een vrouw de troon mag bestijgen.

'Al in 2002 heeft Zapatero de vrouwenorganisaties beloofd dat zijn eerste wet voor hen zou zijn', zegt advocate Maria Duran Febrer, die al sinds 1985 vrouwen bijstaat die slachtoffer van geweld zijn. 'De socialistische partij PSOE had in datzelfde jaar, toen de conservatieve Partido Popular van premier José Maria Aznar nog de absolute meerderheid in het parlement had, al eens zo'n wet bij het parlement ingediend. De PP heeft die tegengehouden, onder andere omdat de kosten van de uitvoering ervan te hoog zouden zijn.'

Uitbreiding van de abortuswetgeving staat ook op de rol; vooralsnog is een ingreep alleen toegestaan om medische redenen, of na een verkrachting. Zapatero wil bovendien in navolging van Nederland en België het homohuwelijk invoeren, met de steun van 68 procent van de bevolking. Zelfs adoptie van kinderen door homoparen staat op zijn 'nog te doen'-lijstje.

Aartskatholiek

De paus, het spreekt bijna vanzelf, volgt de ontwikkelingen in het vanouds aartskatholieke Spanje misprijzend. Twee maanden geleden verweet hij Zapatero nog 'lichtzinnigheid'. Maar het doet de socialist weinig: hij staat al sinds jaar en dag een lossere band met de moederkerk voor.

De emancipatie van immigranten, vrouwen, homoseksuelen - het is alsof na '11 maart 2004' de luiken van Spanje zijn opengegaan en een frisse wind door het land waait.

In het souterrain van het eerbiedwaardige Koninklijk Instituut 'Elcano' hoort Javier Noya het hoofdschuddend aan. Terwijl door het bovenraam het geraas van de avondspits zijn werkkamer in het centrum van Madrid binnendringt, zegt hij: 'Met alle respect: het verhaal van de sociale revolte is flauwekul.'

Javier Noya is socioloog en politicoloog en heeft zich toegelegd op de beeldvorming over Spanje in het buitenland. Het is wonderlijk: in Europa valt de sociale politiek van Zapatero op, terwijl de Spanjaarden het zelf als niet meer dan een bijzaak ervaren.

'De Spaanse kiezers hebben na 11 maart maar om één reden op Zapatero gestemd: hij had beloofd de Spaanse troepen terug te trekken uit Irak. En dat was wat velen na 11 maart wilden. Niet omdat ze ineens slappe benen hadden gekregen na de aanslagen, maar omdat ze het nooit eens waren geweest met het regeringsbesluit om naar Irak te gaan.'

Premier José Maria Aznar, van de conservatieve Partido Popular, was na de aanslagen in New York en Washington op 11 september 2001 steeds dichter tegen de Verenigde Staten aangekropen. 'Geheel tegen de Spaanse traditie van de laatste twintig jaar in.' Het hoogtepunt van zijn bondgenootschap met George W. Bush was de oorlog tegen Saddam Hussein in Irak. Aznar stond schouder aan schouder met Bush en Blair en stuurde troepen, terwijl 90 procent van de Spanjaarden tegen de oorlog was.

Javier Noya: 'Aan het einde van het tijdperk-Aznar maakte heimwee naar de jaren tachtig zich meester van de Spanjaarden - het gebeurde onderhuids, vrijwel niemand heeft dat toen doorgehad. In de jaren tachtig werd Spanje, na de Franco-dictatuur, weer gerespecteerd in de wereld en traden we toe tot de Europese Gemeenschap. Het waren jaren van stabiliteit, rust en een zekere zorgeloosheid. Met zijn activistische internationale politiek is Aznar volkomen voorbijgegaan aan die gevoelens, die óók bij de traditionele achterban van de PP leefden. Zodoende geeft 70 procent van de bevolking Aznar nog altijd de schuld van 11 maart.'

Moordenaars

In een galerij in het station Atocha hangen papieren kokers waar honderden passanten kreten op hebben geschreven ter nagedachtenis aan de slachtoffers. De roep om paz, vrede, is groot. 'Blair, Bush en Aznar, jullie zijn de moordenaars' staat er - en variaties daarop. No a la guerra staat er ook, het motto waaronder in Madrid in 2003 een van de grootste vredesdemonstraties in aanloop naar de Irak-oorlog is gehouden.

Zijn belangrijkste besluit heeft Zapatero zo bezien genomen op zijn eerste dag als premier: hij verordonneerde ogenblikkelijk de terugtrekking van de Spaanse troepen uit Irak. Het in gang zetten van de wetten voor vrouwenbescherming was in de ogen van de meesten van zijn kiezers een terloops besluit.

'Begrijp me goed', zegt Noya. 'Het belang van die sociale veranderingen is groot, maar het is nauwelijks onderwerp van discussie.' Vrouwenadvocate Maria Duran Febrer beaamt het. 'In 2003 was al duidelijk dat 70 procent van de Spanjaarden voorstander was van een alomvattende wet die het geweld tegen vrouwen moest indammen. Het was het resultaat van een publieke debat dat sinds 1998 is gevoerd. Tegenwoordig zijn we al ver opgeschoten.'

De positie van migranten is meer omstreden. Maar, zegt Javier Noya weer, daarover zijn Spanjaarden zo verdeeld dat elke politieke partij er zijn eigen draai aan kan geven. 'Enerzijds is er sympathie voor migranten, omdat Spanjaarden in de tweede helft van de vorige eeuw als gastarbeider zijn uitgezwermd over Europa, anderzijds is er angst voor het onbekende. Maar vooralsnog geniet Zapatero voldoende steun.'

Señora Vazquez, de bazin van de drie Columbiaanse huishoudsters, is in de vijftig. Ze is klein van stuk, geblondeerd en draagt een winterjas met een kraag van nepbont. 'Luister, deze meiden zijn fijn', zegt ze ongevraagd. 'Maar Marokkanen en zwarten, die moet ik niet. Het liefst zou Zapatero ze allemaal legaliseren.'

Even valt een stilte in de wachtruimte van de Sociale Dienst. Dan vraagt Gloria: 'Was u voor Aznar?' Vazquez trekt een vies gezicht. 'Ik ben altijd meer van rechts geweest, maar Aznar, nee.'

In de Spaanse kranten, die zich warmlopen voor de herdenking van '11-M', duiken waarschuwingen op. Terreurcellen, zo denkt de inlichtingendienst, hebben de datum 3 april op het oog om weer toe te slaan. Als eerbetoon aan de martelaren van Leganés. 'Sinds de troepen uit Irak weg zijn, heerst er een moelijk te begrijpen angst', zegt Javier Noya. 'Wat hebben we verkeerd gedaan?, vragen wij ons net als de Amerikanen af. Maar in plaats van erop af te gaan, duiken de Spanjaarden het liefst weg, terug naar de rust van vroeger. Het is het trauma-Aznar.'

Meer over