Spaanse danscombinatie gaat erin als zoete koek

Je ziet dat een goede balletdanser een krachtig topsporter en verfijnd kunstenaar ineen is.

DOOR MIRJAM VAN DER LINDEN

Het is een combinatie die erin glijdt als zoete koek, het Spaans geïnspireerde programma Carmen, Paquita, Bolero door Het Nationale Ballet. Uiterst virtuoos en uiterst meeneuriebaar (met dank vooral aan Bizet, bewerkt door Rodion Shchedrin). Het ensemble draait als een goed geoliede machine, en dat is fijn om te zien. Het Spaanse zit 'm vooral in het uitgesproken, fiere of dramatische karakter van de diverse personages.

Het snelle, musicalachtige Carmen (1999) van artistiek leider Ted Brandsen - het enige repriseballet - speelt zich niet, zoals het verhaal wil, af in Sevilla en Carmen is geen rokende femme fatale uit de sigarenfabriek aldaar. Carmen is eerste soliste Igone de Jongh, een ranke, klassieke verschijning, die helder en met een zekere afstandelijkheid een ongenaakbare vrouw neerzet. Haar vertolking is gegroeid; dat ze haar onafhankelijkheid belangrijker vindt dat een symbiotische relatie, ook al voelt ze zich verbonden met de dolverliefde José (Jozef Varga), is geloofwaardiger geworden.

Huischoreograaf Krzystof Pastor heeft Ravels onsterfelijke Bolero (de bolero is oorspronkelijk een Spaanse dans) onder handen genomen. Hij heeft een compositorisch mooie vertaling bedacht: waar de muziek eerst een enkele fluit is en dan geleidelijk aanzwelt tot een compleet orkest, zet hij meteen dertig dansers op de vloer. Uit deze massa duiken een man en een vrouw op, hun bodysuits zijn, in tegenstelling tot die van de anderen, niet bruin maar bordeauxrood. Hun relatie, een welles/nietes-spelletje, staat centraal. Nu en dan verschijnen andere dansers - een enkeling, hele rijen - en vormen als het ware een schaduw of echo van het paar.

Dat paar wordt vol overgave gedanst door Sasha Mukhamedov en James Stout. Wat het geheel minder sprankelend maakt, is het dansvocabulaire. Dat is, net als de aankleding, vrij ouderwets. Met vloeiende, gymnastisch ogende bewegingen en Hans van Manen-citaten - armen afwerend opzij, handen koket op heupen, als trotse struisvogels van elkaar weglopen - maar dan iets te ver doorgestrekt en balletesk, zonder autoriteit.

Hoe krachtig en veelzeggend klassiek ballet kan zijn, bewijst Paquita. Aan het oorspronkelijke liefdesverhaal over een zigeunermeisje en een officier aan het Spaanse hof, voegde Marius Petipa in 1881 een zogenaamd divertissement toe: pure dans om de technische brille van de dansers te etaleren. Dat deel heeft Rachel Beaujean, balletmeester bij Het Nationale Ballet, opgepoetst.

In een nieuwe aankleding van Francois-Noel Cherpin - met een blik op het Alhambra en weelderige, kleurrijke tutu's - laat de cast, op een enkele uitzondering na, zien dat een goede balletdanser krachtig topsporter en verfijnd kunstenaar ineen is. Paquita is een wervelende, maar ook beheerste en stijlvolle showcase van sprongen en draaien. Het fabuleuze solistenpaar Anna Tsygankova en Matthew Golding weet hun superioriteit bovendien menselijk te houden.

undefined

Meer over