Spaanse banken nog niet veilig

'Bad banks' moesten de Spaanse bankensector erbovenop helpen. Toch zijn de vastgoedrisico's bij de banken nog steeds ongekend hoog. Ze vrezen dan ook de komende stresstest van de ECB.

MADRID - Te koop: 11de-eeuws kasteeltje, gerenoveerd, in het stadje Biniés in de noordoostelijke provincie Huesca. Drie verdiepingen, vier torens en een patio, in de 16de eeuw omgebouwd tot woonpaleis, zes slaapkamers, zes badkamers, 925 vierkante meter bebouwd. Referentieprijs: 500 duizend euro. Francisco González, woordvoerder-directeur van de Spaanse 'bad bank' Sareb, kan een zekere trots niet onderdrukken. 'Ja, een echt middeleeuws kasteel in de aanbieding. Een buitenkans, al zeg ik het zelf'.

Het kasteeltje in Biniés is een van de 200 duizend activa - met gebouwen gegarandeerde leningen aan bouwbedrijven, onroerend goed en contracten - die zijn ondergebracht in Sareb. Het financiële vehikel, waaraan negen praktisch failliete spaarbanken hun 'slechte' activa hebben verkocht om hun balans te saneren, viert deze week zijn 1-jarig bestaan.

Het hoofdkwartier van Sareb in Madrid is gevestigd in een anonieme kantoorkolos in de zakenwijk aan de centrale Paseo de la Castellana. Aan de gevel van het gebouw wijst niets erop dat hier een van de grootste onroerendgoedbedrijven van Spanje is gevestigd: verspreid over twee etages werken bijna 200 mannen en vrouwen in grote open kantoorruimtes om een portefeuille van 50 miljard euro op de markt te brengen.

'Banco malo, bij Sareb houden ze niet van die naam, zegt Gonzalez. 'Vooral dat van 'bank', want dat zijn we niet. We zijn een vreemde mengvorm van een administratiekantoor voor activa, een onroerendgoedhandelaar en een liquidatiefirma.' Sareb heeft de komende vijftien jaar de tijd gekregen om de boedel die werd weggekocht bij negen geprivatiseerde spaarbanken, te verkopen.

Failliete boedel

Het grootste probleem van Sareb, zegt González, was om erachter te komen wat ze eigenlijk hadden gekocht. Want het overhevelen van de activa had veel van een Amerikaanse garage sale zoals je die op tv ziet: kopers bieden blindelings op de inhoud van een garage waarin een failliete boedel ligt opgeslagen, maar weten pas bij het openbreken van de deur wat ze hebben gekocht. De gok kan goed, maar ook heel slecht uitpakken.

'Al 50 procent van de waarde van de huizen en zelfs 80 procent van de grond was afgeboekt toen wij ze kochten. Wij hebben daardoor prijzen betaald die ons in staat stellen met winst te verkopen.' Bij Sareb wordt rekening gehouden met een rendement van 13 tot 14 procent voor de aandeelhouders: de Spaanse banken en de staat.

Het dilemma van de garageverkoop beperkt zich niet tot Sareb, maar drukt op de hele Spaanse bankensector. Ondanks het instellen van de 'bad bank' staat verreweg het grootste deel van de leningen en de daaraan gekoppelde erfenis van de Spaanse huizenbubbel nog steeds geparkeerd op de balansen van de banken. Niemand weet precies wat het waard is.

Dat is ook in de internationale financiële wereld opgevallen. 'De ontwikkelingsrisico's op het onroerend goed bij de banken zijn nog steeds aan de hoge kant in verhouding tot de getroffen voorzieningen', laat Martin Skanberg, Europees fundmanager bij de institutionele beleggingsbeheerder Schroders, vanuit Londen weten. Die risico's kunnen oplopen tot 40 procent van het eigen vermogen van de banken, schatten ze in Londen. Geen wonder dus dat in de Spaanse bankenwereld met enige vrees wordt uitgekeken naar de komende stresstest onder leiding van de Europese Centrale Bank (ECB). Na de twijfelachtige en haastig bij elkaar geraapte resultaten van de eerdere twee stresstesten zou de waardering van het ratjetoe aan huizen, half afgebouwde casco's en grond dit keer een stuk minder geruststellend kunnen uitpakken, is de vrees.

Maandag nam Spanje met een zucht van verlichting afscheid van de inspecteurs van de trojka (EU, IMF en Europese Centrale Bank) die het land voor het laatst bezochten in verband met de 41 miljard aan bankensteun die het land heeft ontvangen. Er is flink gesaneerd bij de banken: in de afgelopen vijf jaar werd zo'n 250 miljard euro op de activa afgeboekt, een waarde die ongeveer overeenkomt met een kwart van het jaarlijkse bruto binnenlands product. Tienduizenden banen verdwenen, vele duizenden kantoren werden gesloten.

Toekomstig onheil

Of alles achter de rug is, blijft de vraag. Van de grote Spaanse banken worden de twee Europese reuzen - Santander en BBVA - nog als het minst kwetsbaar ingeschat dankzij de grote internationale spreiding van hun activiteiten. De rest zucht echter nog altijd onder de erfenis van de Spaanse huizenbubbel. De kapitaalbuffers tegen toekomstig onheil zijn bij de Spaanse banken nog lang niet op peil.

Daarnaast groeit de twijfel over het goedkope krediet dat de Spaanse banken van de ECB hebben gekregen. De goed renderende Spaanse staatsobligaties die hiervoor zijn gekocht, hebben aan 20 tot soms wel 40 procent van de nettowinsten bijgedragen.

'Dat is goed voor het herstel van de banken, maar is dit een duurzame bron van inkomen?' , vraagt fondsbeheerder Skanberg zich af. Als de banken weer op de particuliere kapitaalmarkten moeten aankloppen, zijn ze een stuk duurder uit. 'Wij geloven best in het genezingsproces van de Spaanse bankensector tegen de achtergrond van een voorzichtig herstel van de economie, maar Spanje kampt nog steeds met een ongedekt risico op al zijn banken. Dat moet nog gesaneerd worden.'

undefined

Meer over