Spaans voorzitterschap EU gaat Noorden geld kosten

De navel van Europa heeft zich verplaatst naar Spanje. Sinds 1 juli spreekt niet langer de Franse president Jacques Chirac namens Europa, maar de Spaanse premier Félipe Gonzalez....

Van onze correspondent

Jos Klaassen

MADRID

Gonzalez zelf: 'We hebben alles in de hand.' Waarmee hij bedoelt dat het Spaanse afluisterschandaal, dat als een houtworm aan zijn stoel knaagt, Europa niet wéér zal opzadelen met een 'lamme eend' als voorzitter.

En inderdaad, Félix Pons, de parlementsvoorzitter, de vakbondsleiders Cándido Méndez en Antonio Gutiérrez, de werkgevers én de oppositie, de Partido Popular - zij staan allemaal schouder aan schouder met Félipe als het over Europa gaat. Zij uiten weliswaar wensen, maar geen wanklanken.

De Unie is een jaar lang geplaagd geweest door invalide voorzitters. Verkiezingen in Duitsland (Kohl) en Frankrijk (de opvolging van Mitterrand) legden de Europese constructie vrijwel plat. In een haastige eindspurt boekten Bonn en Parijs enkele magere resultaten, die uiteraard als grote successen werden verkocht.

Het gepoch van een Frans politicus ten spijt dat Frankrijk de sterkste voorzitter sinds jaren was geweest, typeerde Le Figaro de Eurotop in Cannes als panne in Cannes. Ook bij Le Monde en Libération kon er geen applausje af voor 'het tussentopje' aan de Cote d'Azur.

Als nu ook Spanje door binnenlandse troebelen verlamd zou worden, zou de malaise in de Europese Unie nog erger worden. Voeg daarbij dat na Spanje het politiek zo instabiele Italië de leiding in de Unie overneemt, dan kan langzamerhand het Europese Huis onbewoonbaar worden verklaard.

Jacques Santer, die in Madrid met Félipe Gonzalez het werkprogram doornam, speelt het zonnetje in huis. Al die verkiezingen in landen, die juist hun handen vol hebben aan 'Europa', onderstrepen volgens de voorzitter van de Europese Commissie dat 'de democratie in Europa functioneert'.

De gevreesde vervroegde verkiezingen komen er in Spanje dit najaar vrijwel zeker niet. Het volk, geconfronteerd met de luistervinken van de Spaanse militaire inlichtingendienst, die zelfs de koning niet ontzagen, zou het misschien wel willen.

Want maar 42,8 procent van de Spanjaarden beschouwt de Unie als een 'goede zaak'. De enquête (van januari 1995) zou er vandaag de dag, na de Spaanse visoorlog met Canada, vermoedelijk nog slechter uitgezien hebben.

Het meeste verbaast de uitkomst dat ruim 38 procent van de Spanjaarden gelooft dat Spanje meer geld aan de Europese Unie betaalt dan het terugkrijgt. In werkelijkheid incasseert Spanje aanzienlijk meer van de Europese Unie dan het land betaalt, namelijk 156 gulden netto per hoofd van de bevolking. Het komt ongeveer neer op het bedrag dat elke Nederlander netto aan de Unie betaalt.

De gemiddelde Spanjaard ligt dus niet wakker van 'Europa'. Maar voor de politieke en economische klasse staat er heel veel op het spel. Topthema voor deze klasse is de Europese Middellandse-Zeepolitiek, waarvoor de Spaanse Euro-commissaris Manuel Marín in Cannes dertien miljard gulden in de wacht heeft gesleept.

Noord-Afrika, 'de bom aan de voordeur van de Europese Unie', heeft voor Spanje de hoogste prioriteit. De rest van de Europese Unie moet dat begrijpen', zeggen de Spaanse werkgevers. Alleen al in Marokko zitten meer dan zevenhonderd Spaanse ondernemingen, die steun verwachten van Brussel.

De handel ziet grote mogelijkheden. De Middellandse-Zeeconferentie, die dit najaar in Barcelona wordt gehouden, wordt waarschijnlijk het hoogtepunt van het Spaanse voorzitterschap van de Unie. Daar zal de grote clash plaatsvinden over het Gouden Kalf van dertien miljard.

Iedereen in de Europese Unie is het erover eens dat ook de zuidgrens van de Unie politiek stabiel moet wezen. Dat kost geld. Maar Noord-Afrika is bang dat het Europese geld een zoethoudertje is - hebben Spanje, Portugal, Frankrijk en Italië er immers geen belang bij om de méditerrane produkten uit Marokko, Tunesië, Egypte en Israël van de Europese markt te weren?

Spanje moet daarnaast de Intergouvernementele Conferentie van 1996 voorbereiden, de Europese Unie organisatorisch klaar moet maken voor de uitbreiding naar Oost-Europa. Op Mallorca wordt daarover dit najaar een extra topconferentie gehouden van de Europese regeringsleiders.

De organisatiestructuur van de huidige Unie is totaal ongeschikt om een gemeenschap van meer vijftien landen te runnen. Het Europese Zuiden is argwanend. Want met de toelating van Oost-Europa, zou de financiële steun voor Zuid-Europa wel eens fors kunnen verminderen.

'Dat gaat ons geld kosten', roept de top van de Partido Popular in Madrid en suggereert: 'Daar zijn wij tegen.' De socialist Javier Solana, de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, vreest zelfs 'een explosie' in Spanje, als Europa de geldkraan voor het Zuiden dichtdraait.

Dat is begrijpelijk. Zelfs de Spaanse werkgevers maken zich zorgen over de problemen van de werkgelegenheid in hun land. De jeugdwerkloosheid bedraagt 60 procent. En niemand weet hoe je in Spanje met zo'n immense, verloren generatie moet omgaan. Eén ding is zeker: het gaat het rijke noorden van de Unie geld kosten.

Dat is wat in Madrid ook steeds benadrukt wordt: de uitbreiding met Polen, Hongarije, Tsjechië etc. krijgt Noord-Europa niet voor niets. De rijke landen zullen omstreeks het einde van deze eeuw aanzienlijk meer moeten dokken voor de Unie.

Opmerkelijk is dat Spanje aan andere kant heilig gelooft om in 1999 mee te kunnen doen in de Economische en Monetaire Unie, de EMU. Pedro Solbes, de minister van Economische Zaken, rekent voor dat Spanje uiterlijk in 1997 zal voldoen aan de zogenoemde convergentiecriteria voor de EMU uit het Verdrag van Maastricht (geringe staatsschuld en slechts 3 procent inflatie).

Zijn collega van Buitenlandse Zaken Solana heeft minder haast. Maar Solbes heeft gelijk. Als de EMU er komt, bepalen de landen van de EMU de lotgevallen van de Europese Unie.

Welke greep de rest op deze ontwikkelingen heeft, hangt af van de Intergouvernementele Conferentie van 1996. Carlos Westendorp, de Spaanse minister van Europese Zaken, houdt zich daarmee bezig. Ook hij onderstreept dat de Europese Unie meer geld zal moeten gaan kosten, wil zij haar ambities waarmaken. Onderhuids dreigt hij zelfs: de Unie kan Oost-Europa vergeten, als er niet meer geld komt voor het Zuiden.

Meer over