InterviewRon Meyer

SP-politicus Ron Meyer wil dat de onmisbare klasse zichtbaar wordt: ‘Het is de rode draad door het toeslagen- en chroom-6-schandaal en Groningen’

SP-politicus Ron Meyer in de Rennemigstraat in Heerlen. Op de achtergrond staan jarentachtigwoningen. Niet slecht, vindt hij, maar ook niets om trots op te zijn. 	 Beeld Ivo van der Bent
SP-politicus Ron Meyer in de Rennemigstraat in Heerlen. Op de achtergrond staan jarentachtigwoningen. Niet slecht, vindt hij, maar ook niets om trots op te zijn.Beeld Ivo van der Bent

Bij de vraag waar het met Nederland heen moet, speelt klassebewustzijn nog amper een rol. Dat moet veranderen, vindt SP-politicus Ron Meyer. Met het boek De onmisbaren wil hij dat de kennis en pijn van zijn Heerlense buurtgenoten zichtbaar worden.

We gaan straks lopen, om de buurten te zien waar de mensen wonen waar Ron Meyer in De onmisbaren over schrijft. Dat is aan de andere kant van het spoor. Maar voor een goede chai latte moet je toch echt aan deze kant van het station zijn. Misschien is er achter het spoor überhaupt nergens chai latte te bekennen.

Ron Meyer drinkt geen koffie, nooit gedaan ook. Koffie doet hem te veel denken aan de permanente stress van zijn ouders. Ook het roken heeft hij niet van zijn ouders overgenomen. Best bijzonder voor een vakbondsman, zegt hij terwijl de thee in een wandelbeker op de toonbank wordt gezet. Chai latte, dat is dan weer een van die middenklassemanieren die hij zich als arbeidersjongen heeft eigen gemaakt, net als hardlopen, je niets aantrekken van snelheidsbekeuringen – zijn boek staat er vol mee.

Zijn boek heeft als ondertitel ‘Een ode aan mijn sociale klasse’. Zijn klasse, dat is de arbeidersklasse, al valt zijn opleiding tot fiscaal jurist daar moeilijk mee te rijmen. Hoe die klasse eraan toe is, wil Meyer laten zien tijdens een wandeling door Heerlen, waar hij al zijn hele leven woont en sinds 2006 gemeenteraadslid is.

Het woord ‘arbeidersklasse’ is nagenoeg uit het dagelijkse taalgebruik verdwenen. Wie zoekt in het Volkskrant-archief van het afgelopen jaar komt het amper nog tegen, hooguit in verband met sport, literatuur of de dissidenten van Rood, de jongerenafdeling van de SP, de partij waarvan Meyer tot 2019 voorzitter was. Ook Meyer gebruikt het niet: hij gebruikt ‘de onmisbaren’ als klasseaanduiding. Goederen zijn diensten geworden, de onmisbaren zijn schoonmakers, beveiligers, zorgverleners, vuilnismannen, pakketbezorgers.

Als middel om maatschappelijke posities en tegenstellingen zichtbaar te maken heeft de sociale klasse afgedaan. Andere overeenkomsten en verschillen zijn dominant geworden: etnische afkomst, geaardheid, sociale en politieke opvattingen. Bij de vraag waar het met Nederland heen moet, speelt klassenbewustzijn amper nog een rol.

Dat moet veranderen, vindt Meyer. Een breekijzer noemt hij zijn boek, een middel om de gedeelde belangen zichtbaar te maken. De onmisbaren is gericht aan zijn vader, die koelmonteur was, en aan zijn moeder, die schoonmaakte bij andere mensen. Zijn ouders, zestigers, kampen beiden met een slechte gezondheid. Moeder zit in een rolstoel vanwege een progressieve spierziekte, vader lijdt aan hart- en vaatziekten.

Dat is de vaststelling waar Meyer in zijn boek telkens weer bij uitkomt: als hij met de bus van zijn ene vriend Ad, die treinen schoonmaakt, naar zijn andere vriend Martijn in Heerlen-Zuid gaat, die eigenaar is van een financieel adviesbureau, een tochtje van 2 kilometer, stijgt de levensverwachting met zes jaar. De huizen worden beter, de inkomens stijgen, het opleidingsniveau wordt hoger. Niet omdat de mensen aan de andere kant van het spoor hun kansen niet grijpen, betoogt Meyer, maar omdat die kansen er niet zijn. Ad en Martijn zullen op de wandeling nog vaak worden genoemd.

We beginnen in het Maankwartier, een door de kunstenaar Michel Huisman bedachte mediterrane stationswijk waarvan de lof al vaak bezongen is. Hier wordt zichtbaar dat Heerlen radicaal breekt met zijn verleden van verpaupering, nadat de mijnen sloten. Meyer wijst op de stalen punten boven op de straatlantaarns: een verwijzing naar de spuiten waar het hier vol mee lag. Hij gaat voor naar waar de tunnel onder het spoor begon. Als scholier kwam hij er vier keer per dag langs. Er klonk altijd klassieke muziek, vertelt hij. Omdat de junks die in de tunnel bivakkeerden, daar niet tegen konden. ‘Totale symptoombestrijding natuurlijk.’

Even verderop was de tippelzone. ‘Hoe kan de samenleving dat accepteren, dacht ik elke dag als ik er op weg naar de middelbare school langskwam. Daar staan in weer en wind doodzieke dames van wie misbruik wordt gemaakt. Dat besef heeft me aan het denken gezet: hoe moeilijk kan het zijn daar wat aan te doen?’

Waar vroeger de ingang van de tunnel was, staat nu een standbeeld van een lezend meisje. Ging hij zo vroeger naar de middelbare school, jongen uit een arbeiderswijk met de neus in de boeken? ‘Ik was wel altijd aan het nadenken. Maar dat kon ook zijn over het laatste wedstrijdverslag van Roda JC, die toen in de top van de eredivisie speelde.’

Boeken waren er thuis niet, kranten evenmin. Zijn vader was geen lezer, zijn moeder wel. Die wilde kapper worden, maar de opleiding was te duur. Ze moest in de winkel van een oom werken. ‘Als er thuis formulieren moesten worden ingevuld, was dat mijn werk. Ik was me wel ervan bewust dat er verschillen waren met andere kinderen.’

Bij opa en oma was het anders. Die hadden de krant en woonden in Benzenrade, een gehucht in de heuvels met volgens Meyer Franse allure, waar boeren en mijnwerkers woonden, en nu artsen en architecten. Opa ging met de fiets naar de Oranje-Nassau III-mijn. Als mijnwerker verdiende hij goed. Meyers ouders zouden het minder krijgen. Zoals heel Heerlen het minder kreeg, nadat in 1974 de mijnen sloten.

‘Die generatie viel in een diep gat. Ze zagen de junks op straat, de gebouwen die werden gesloopt. Hadden wij maar kunnen studeren, zei moeder. En ook: als je begint met studeren, zul je het afmaken ook. Ik ben fiscaal recht gaan doen, god mag weten waarom. Ik dacht dat dat ging over het delen van kennis en macht.

‘Mijn ouders keken op tegen mensen die welbespraakt waren, dat heb ik nooit begrepen. Juist jullie zijn onmisbaar, dacht ik, en niet de senior consultant manager. Die was zoals de mensen die ik elke dag op school en universiteit zag; zoals ik zelf was geworden.’

Ron Meyer spreekt met een inwoner van een oud mijnwerkershuis. Voor de deur liep vroeger een spoor, nu is er een parkje. Beeld Ivo van der Bent
Ron Meyer spreekt met een inwoner van een oud mijnwerkershuis. Voor de deur liep vroeger een spoor, nu is er een parkje.Beeld Ivo van der Bent

‘Vrijheid wordt vaak gebruikt als de mogelijkheid iemand tot op het bot te kunnen beledigen. Voor ons had vrijheid altijd met geld te maken: kunnen we de huur betalen?’ Het is de openingsscène in het boek. Ronnie, 12 jaar, belt oma om te zeggen dat zijn ouders de energierekening niet kunnen betalen en misschien uit huis worden gezet. ‘Maak je geen zorgen’, zegt oma. ‘We lossen dit op. En het is ons geheim.’

We zijn net goed en wel het Maankwartier uit of daar is Ad – alsof het afgesproken werk is. Hij loopt achter de kinderwagen met zijn kleinkind, zijn vrouw Ria rijdt in een scootmobiel.

Ad is schoonmaker bij de NS, voorman van een ploeg. Meyer leerde hem kennen bij de vakbond. Zijn vrouw werkte in de thuiszorg. Ad vindt het belangrijk dat over de werkende klasse wordt geschreven, zegt hij. ‘De verschillen worden steeds groter. Het gewone volk moet in opstand komen, tegen de regering zeggen: zo gaat het niet verder. We moeten een duidelijke stem laten horen, bewijzen dat rechts niet de waarheid spreekt.’

Ad is 59, zijn gezondheid laat te wensen over. ‘Ik ben blij als ik mijn pensioen haal’, zegt hij. ‘Een heel leven nachtdiensten, dat is ongezond.’ Ze verlaten binnenkort Meezenbroek om te verhuizen naar een flat vlak bij het station. Gelijkvloers, vanwege de handicap van zijn vrouw.

‘Ad is wat ik bedoel met dat citaat van Augustinus dat ik in mijn boek aanhaal, over de hoop die twee prachtige dochters heeft: woede en moed’, zegt Meyer terwijl we verder lopen. ‘Je kunt gemakkelijk vervallen in cynisme. Ik heb liever dat mensen woedend zijn. Als je afhaakt, apathisch wordt, niet gaat stemmen, is dat erger dan wanneer je boos wordt. Ik kijk op tegen mensen als Ad, die alle reden hebben om te zeggen: bekijk het maar. Maar die al hun vrije tijd stoppen in actievoeren om de omstandigheden beter te maken.’ Plechtig: ‘Hij is onmisbaar maar niet onzichtbaar.’

Waarom kiest u zo nadrukkelijk voor de sociale klasse als invalshoek?

Twee jongens die op het achterwiel van hun motor de hele straat door rijden zorgen ervoor dat Meyer even moet wachten met antwoorden. Dan: ‘De economische machtsverhoudingen zijn sinds de jaren zeventig niet wezenlijk verbeterd, eerder verslechterd. Er is intrinsieke onrechtvaardigheid. Ik besef dat ik maar 10 procent kans had om op de universiteit te komen, bij Martijn was dat 50 procent. In mijn jeugd werd alles nog aan het systeem geweten: kleine Ronnie uit Zeswegen, ga maar niet te hard werken, het lukt toch niet. Nu doen we alsof iedereen onbeperkte mogelijkheden heeft en alles op individuele keuzen berust. Veel middenklassevrienden zeiden als student: ik heb er toch zeker hard voor gewerkt? Daarmee zeg je ook dat wie die positie niet heeft, kennelijk niet z’n best heeft gedaan.’

Er moet dus een andere waardering komen van hand- en hoofdarbeid?

‘Dat, en de kennis van de massa wordt niet benut. Het gaat om vertegenwoordiging. Het toeslagenschandaal bleef tien jaar verborgen, omdat de heersende macht het niet wilde zien. Neem het chroom-6-schandaal, de kankerverwekkende verf die bij defensiepersoneel slachtoffers veroorzaakte, of de aardbevingsschade in Groningen. De overheid wist ervan en toch ging het door. Als je daar niet woest om wordt, ben je dan wel een mens? Aan de andere kant is er Booking.com dat staatssteun kreeg en bonussen uitkeert. Ongelooflijk.’

U noemt de toeslagenaffaire als voorbeeld van het negeren van uw sociale klasse. De Belastingdienst bleek voor te sorteren op mensen met een niet-westerse achternaam. Hoe verhoudt het een zich tot het ander?

‘Het klopt dat veel gekleurde mensen slachtoffer zijn. Er zijn verschillende vormen van uitbuiting. Ik zeg niet dat als de achterstelling van de onmisbaren wordt opgelost, er geen racisme en discriminatie meer zal zijn. Mijn punt is: de discussie over identiteit en kleur wordt vaak ontdaan van de klassenanalyse. Niet onze kleur, maar onze sociale omstandigheden zijn de grote gemene deler.’

Geert Wilders maakt diezelfde analyse in omgekeerde richting als hij zegt dat migranten onze ic’s bezet houden.

‘Als Wilders tweet over Mohammed en Fatima, heeft hij het eigenlijk over de klasse van mijn ouders. Die hadden daar kunnen liggen. Het is niets nieuws dat extreem-rechts culturele achtergrond uitspeelt, terwijl het om sociaal-economische klasse gaat.

‘Wat wij niet moeten laten gebeuren is dat mensen zich tegen elkaar laten uitspelen. Door het niet over klasse te hebben, geef je ruimte om het over die culturele verschillen te hebben. Als iemand me kan laten zien dat het juist rijke speculanten zijn die massaal op de ic’s belanden, heb je een ander verhaal.’

Het dominante discours loopt tegenwoordig langs cultuurpolitieke lijnen, is etnisch en gendergerelateerd. Hoe gaat u ervoor zorgen dat die klassenanalyse wordt gemaakt?

‘Het gaat mij om de toegang tot de economie, media en macht. Als je dat als criterium hanteert, zie je welke groep erbuiten valt.’

We passeren een tunnel waar volgens Meyer vroeger de junks bivakkeerden. Zijn woorden kaatsen tegen de tunnelwanden: ‘Hoeveel ministers hebben weleens hun oma moeten bellen voor de huur? Hoeveel hebben ooit voor hun ouders een formulier ingevuld voor de toeslagen? Dit is geen kabinet van mijn klasse, onze klasse.’

Zijn die mensen er wel bij de SP, waar in de fractie ook iedereen hoogopgeleid is?

Meyer hapert even, zegt dat hij daar straks op terugkomt, omdat hij eerst wil vertellen over de arbeiderswijk waar hij opgroeide, gebouwd op een afgegraven mijn. ‘Mijn vrienden uit Heerlen-zuid maakten grappen als ze naar Zeswegen kwamen: moeten we dan een pasje laten zien? Is het daar wel veilig?’

Zielloze architectuur vindt hij wat daar is gebouwd. ‘Dan was je kind van een mijnwerker, word je thuiszorger, doe je onmisbaar werk, maar je krijgt geen goede woning en de supermarkt gaat weg, want die kan elders meer omzetten. Dat is the story of our lifetime. In de coronacrisis krijgen de onmisbaren onzekere contracten met laag loon en gaan als stank voor dank zes jaar eerder dood.’

Voor hem geldt dat niet, beaamt hij. ‘Ik heb een hoge opleiding door de, afschuwelijk begrip, sociale mobiliteit. Maar mijn vriendjes en vriendinnetjes daar mogen de shit opruimen.’

SP-Kamerleden zijn doorgaans schoolvoorbeelden van sociale mobiliteit. Hoogopgeleid, vaak een leerroute op het Binnenhof of in de polder doorlopen. Hoe zit het dan met de herkenbaarheid?

‘We hebben wel herkenbare vertegenwoordigers, zoals Sandra Beckerman, heel herkenbaar voor Groningen, of Renske Leijten in het toeslagenschandaal. Mijn ouders zouden bepaalde functies niet kunnen vervullen omdat hun opleidingsniveau niet voldoet, wordt vaak gezegd. Zo veel actievoerders uit de schoonmaak of zorg zouden een fantastische directeur of Kamerlid zijn. Ik geloof in directe vertegenwoordiging van de onzichtbare klasse.’

De SP lijkt al jaren te aarzelen tussen uw verhaal, met sociale klasse als invalshoek en achterban, en een veel breder links verhaal dat de klassenanalyse verdunt. Hoe kom je daar uit?

‘Juist de klassenanalyse ís het brede verhaal. Het is linking the issues, de rode draad tussen kankerverwekkende verf bij defensie, Groningen, de toeslagenaffaire en woningcorporaties die huizen verwaarlozen. Doe niet alsof dat allemaal incidenten zijn.’

We lopen door een groene vallei met links en rechts voormalige mijnwerkerswijken. Meyer wijst op een torenspits. ‘Daar deed ik mijn eerste communie.’ Een gebouw van Frits Peutz, zoals in de mijnwerkerstijd veel in Heerlen door architecten van naam werd ontworpen.

Heel katholiek waren ze niet in huize Meyer, noch heel politiek bewust. ‘Daar was geen tijd voor.’ Vader was lid van de bond en stemde PvdA. Moeder ging in de jaren tachtig SP stemmen, vooral omdat Jan de Wit, die later Kamerlid zou worden, in pak met stropdas langs de deuren kwam. ‘Er zat iets passiefs in hun houding: we gaan het toch niet beter krijgen.’

We lopen nu van de Oranje-Nassau I-mijn richting de Oranje-Nassau III, vertelt Meyer. De IV ligt nog een stukje verder, de II lag de andere kant op, en in Hoensbroek had je nog de Emma. Hij wil de huizen laten zien: links van de weg de functionaliteit van de jaren tachtig: kleine ramen, simpele constructies. Niet slecht, vindt Meyer, maar ook niets om trots op te zijn. Even verderop staan vrijstaande mijnwerkerswoningen met moestuinen: honderd jaar oud en in goede conditie met metselwerk met contrasten en veel details. ‘Door de beste architecten ontworpen, dat biedt waardigheid.’

Hoe bundel je die sociale kracht waarover u spreekt?

‘We hebben in de vakbond laten zien dat het kan, door actievoerders als Kapi, Khadija en Ad zichzelf te laten vertegenwoordigen. Het zal ook moeten: als de sociale beweging in Nederland niet als de wiedeweerga overgaat tot machtsvorming, is het verloren. Voormalig vakbondsvoorzitter Lodewijk de Waal zei ooit dat het in het polderende Nederland moeilijk is het met elkaar oneens te zijn. Dat vind ik een afschuwelijke uitspraak. Als de onzen, in Zeswegen of Kanaleneiland, zes jaar eerder doodgaan... Wat heb je meer nodig om ruzie over te maken?’

Ron Meyer in de Caumerbeeklaan, een rijker deel van Heerlen.  Beeld Ivo van der Bent
Ron Meyer in de Caumerbeeklaan, een rijker deel van Heerlen.Beeld Ivo van der Bent

Ooit konden arbeiders de druk opvoeren: we gooien de boel plat, we gaan bezetten. Waar is dat gebleven?

‘Die middelen zijn er nog steeds, maar je moet dat opbouwen. Dat zal samen moeten. Niet alleen de SP, ook de vakbeweging, de milieubeweging, de mensen in Zeswegen die zich niet bij bewegingen thuis voelen. Mensen zoals Kristie, die het op tv tegen Rutte opnam over de toeslagen. De onzichtbaren moeten afdwingen dat ze in de media terechtkomen. Het gaat niet veranderen totdat de meerderheid er genoeg van heeft en nooit meer onzichtbaar wil zijn. Daar zit zo veel potentiële kracht.’

Wat wilt u bereiken met uw boek?

‘Ik wil dat de kennis en pijn van mensen in buurten als de mijne zichtbaar worden. Dat bij mijn ouders in coronatijd thuiszorgers kwamen zonder bescherming, is onverteerbaar. Hetzelfde geldt voor pakketbezorgers, voor mensen in slachterijen, in distributiecentra.

‘Ik hoop dat dit boek mensen overtuigt van, zoals de Franse premier Clemenceau het noemde, de macht van de luizen om leeuwen te eten. Een democratische rechtsstaat die geen sociale rechtsstaat is, is gedoemd zichzelf van binnenuit te ondermijnen. Als het systeem niet voor jou doet wat goed is en jou wantrouwt, dan ga jij het systeem wantrouwen. In Zeswegen gaat al vijf verkiezingen lang een meerderheid niet stemmen.’

Hoe brengt u dat verhaal naar Den Haag? Twee jaar geleden had u die toegang nog, als voorzitter van de SP. Ambieert u zoiets weer?

Hij houdt de boot even af. Dan: ‘Voor mezelf heb ik geen concrete plannen. Waar ik in alle bescheidenheid goed in ben is mensen organiseren, hen in staat stellen hun belangen te behartigen. Dat blijf ik doen.’

Meyer werd gezien als iemand die de partij richting kan geven. Toen kwam de desastreuze campagne voor de Europese verkiezingen met het spotje over Hans Brusselmans, een op PvdA-kandidaat Frans Timmermans geïnspireerde, volgevreten Brusselse bureaucraat. De SP haalde nul zetels, Meyer stapte op. ‘Als je van grote afstand op doel schiet, kun je ook huizenhoog overschieten. Probeer je nooit wat, dan scoor je niet. Was het ineffectief? Ja, dat was het. Ik heb daar verantwoordelijkheid voor genomen.’

We zijn terug in Maankwartier. Hoe denkt hij over Rood, de jongerenafdeling van de SP, waar stemmen opgaan om de klassenstrijd letterlijk te nemen en als uiterste consequentie arbeidersmilities te organiseren, met als gevolg dat de SP zijn jongeren de wacht heeft aangezegd?

‘Je kunt iemand uit 1818 citeren, zoals Karl Marx, maar het moet wel verband houden met de werkelijkheid. Jongeren verdienen de ruimte voor grote ideeën en de scherpte, de naïviteit die daarbij hoort. Maar wil je het land veranderen, dan altijd langs democratische weg.

‘Er zijn veel wezenlijker zaken. De buurt beter maken bijvoorbeeld. Het kost veel tijd en energie om er met mensen in Zeswegen voor te zorgen dat de supermarkt blijft. Wat schieten die mensen op met een debat over of je wel of niet Lenin mag noemen?’

Ron Meyer: De onmisbaren. Prometheus; 192 pagina’s; € 17,50.