Analyse

SP loopt leeg, CDA krimpt in de stad en geen doorbraak uiterst rechts. Bij de lokalen kan overal de vlag uit

Bij deze gemeenteraadsverkiezingen is het grootste cliché meteen ook de hoogste waarheid: dit draaide om lokale kwesties en om lokale politici. Politici van Leefbaar Rotterdam, Hart voor Den Haag en Echt voor Barendrecht.

Serena Frijters en Ariejan Korteweg
Woensdag kon er ook gestemd worden in Safaripark Beekse Bergen in Hilvarenbeek. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Woensdag kon er ook gestemd worden in Safaripark Beekse Bergen in Hilvarenbeek.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Verkiezingen zeggen alleen iets over de bestuurslaag waarop ze betrekking hebben, een vertaling naar landelijke verhoudingen gaat mank. Zo was dat bij de provinciale verkiezingen van 2019 waar Forum voor Democratie de grootste werd. Zo was het bij de Europese verkiezingen van datzelfde jaar, toen de PvdA met Frans Timmermans een stemmenkanon in huis bleek te hebben.

Landelijke partijen vertoonden bij de verkiezingen van deze week per gemeente sterk verschillende resultaten. Zo verloor het CDA in Rotterdam, maar won het in Utrecht. GroenLinks boekte forse winst in Tilburg en Eindhoven, maar verloor in Groningen en Utrecht. D66 won in Den Haag, maar leed verlies in Eindhoven. Voor de VVD was er uitzonderlijke winst in Haarlemmermeer, maar dik verlies in Dronten en Deventer.

Lokale partijen in tweederde gemeenten de grootste

De grote electorale beweging die bij deze verkiezingen is voortgezet, is de verschuiving van landelijke naar lokale partijen van zeer uiteenlopende signatuur. Lokale partijen vertegenwoordigen nu samen 36 procent van de stemmen, tegen een kleine 29 procent vier jaar geleden. Veelzeggender nog is dat lokale partijen in 223 van de 333 gemeenten waar is gestemd als de grootste uit de bus zijn gekomen. Dat is een grote winst ten opzichte van vier jaar geleden, toen ze in 166 gemeenten de grootste waren. Het betekent dat lokale partijen in de meeste gemeenten het initiatief zullen krijgen bij de vorming van een college en grote kans maken een of meer wethouders te leveren.

Vooral in Noord-Nederland, Limburg, West-Friesland en rond de grote steden in het westen kwamen lokale partijen vaker als grootste uit de stembus. Al in 1913 werd in Opmeer een lokale partij opgericht. Na de ontzuiling zetten lokale partijen, niet zelden als afsplitsing van landelijke partijen, een groeispurt in die in de jaren negentig vleugels kreeg en tot op de dag van vandaag doorloopt.

CDA verliest in de steden

CDA-leider Wopke Hoekstra haalde woensdagavond opgelucht adem toen hij de eerste peilingen zag: het verlies was minder dramatisch dan het zich had laten aanzien. Sterker: dit verlies zou als winst kunnen worden uitgelegd. Immers, ondanks het verlies aan stemmen is het CDA andermaal de landelijke partij met de meeste raadszetels. Weliswaar 240 minder dan vier jaar geleden, maar toch altijd nog ruim honderd meer dan de VVD.

Die ogenschijnlijk vreemde verhouding tussen aantallen kiezers en zetels legt meteen het probleem bloot waarmee de partij kampt. Het CDA wordt in toenemende mate een plattelandspartij en haalt dus zijn zetels in gemeenten waar daarvoor minder kiezers nodig zijn dan in de steden. De ene zetel in Amsterdam is net behouden, in veel grotere steden zoals Leiden, Haarlem, Alkmaar, Enschede en Tilburg leverde de partij zetels in.

Dat inleveren gebeurde aan lokale partijen. Het CDA was in 2018 in 69 gemeenten de grootste en is dat nu nog in 38; in 34 gemeenten nam een lokale partij die positie over. Dat alles in de wetenschap dat BBB, de grote concurrent op het platteland, de gemeenteraadsverkiezingen liet passeren.

SP lijdt vijfde nederlaag op rij

Is het verlies van het CDA nog als overkomelijk te verkopen, dat ligt anders voor de SP. De socialisten lijden hun vijfde nederlaag op rij. Ze raken met Oss, Heerlen, Pekela en Enkhuizen de laatste bolwerken kwijt waar ze in 2018 als grootste partij uit de stembus kwamen. In Rotterdam haalden de geroyeerde partijleden onder de naam Socialisten 010 genoeg stemmen om de SP zetelverlies te bezorgen – de geroyeerden haalden zelf nergens de kiesdrempel. Terwijl de andere linkse partijen boven verwachting terugveerden en de Partij voor de Dieren bijna verdubbelde van 35 naar 63 raadszetels, loopt de SP langzaam leeg. De partijleiding wijt dit aan de lage opkomst, maar heeft kennelijk zelf niet de wervende kracht om kiezers te mobiliseren.

Dat de partij slechts in 86 gemeenten meedeed (in 2018 waren dat er nog 110) is tekenend voor de impasse. De SP kampt met interne ruzie rond radicale jongeren en ging over tot een lange reeks royementen, waarmee ook veel actieve leden buiten gevecht werden gesteld. Vervolgens bleek het lastig geschikte kandidaten te vinden.

Geen doorbraak populistisch rechts

Dat de vier landelijke coalitiepartijen aanhang verloren, zal geen toeval zijn; zij kunnen worden afgerekend op een gebrek aan vertrouwen in de Haagse politiek. Was het dan zo dat de landelijke oppositie daar garen bij spon? Ook dat niet. Forum voor Democratie kwam met het grootste offensief. De partij deed mee in vijftig gemeenten en forceerde bijna overal een kleine teen tussen de deur: één zetel, hooguit twee. Opmerkelijk: FvD kreeg ruim 75.000 stemmen en heeft volgens eigen opgave ruim 60.000 leden, wat zou betekenen dat de partij weinig kiezers buiten de eigen kring wist te trekken.

BvNL, de partij van Forum-verlater Wybren van Haga, haalde zeventien raadszetels en werd in enkele gemeenten (Edam/Volendam was opvallend) groter dan FvD. De PVV deed in 31 gemeenten mee, één meer dan in 2018. Het resultaat zal Wilders slecht bevallen: 11 raadszetels verlies. JA21 deed alleen mee in Amsterdam en scoorde twee zetels; Forum voor Democratie (nu één zetel in Amsterdam) haalde er vier jaar geleden nog drie.

Let dus niet te veel op al die Haagse kopstukken die, bijna ongeacht de uitslag, klaarstonden om een succes voor hun partij te claimen. De landelijke politiek had, misschien ook door de oorlog in Oekraïne, minder dan ooit met deze verkiezingen van doen. Dit waren de verkiezingen van lokale politici, van Leefbaar Rotterdam dat opnieuw veruit de grootste partij werd, van Hart voor Den Haag van Richard de Mos, van de PvdA van Marjolein Moorman in Amsterdam en van Echt voor Barendrecht van Lennart van der Linden, dat 20 van de 29 raadszetels haalde.

Meer over