Soul Jazz Orchestra

De strakheid is overtuigend, maar het materiaal zelf schiet tekort.

Vijftien jaar na de dood van afrobeatgrondlegger Fela Kuti is de Nigeriaanse funkvariant weer helemaal en vogue. Zo heeft Amerika Antibalas als vaandeldrager van de nieuwe afrobeat, net als Brazilië met Bixiga 70, Frankrijk met Fanga en in Duitsland Woima Collective.

Alleen al in Nederland zijn er twee groepen die zich door de muziek van de Nigeriaanse bandleider en activist laten inspireren: Mdungu, onlangs genomineerd voor de Edison World 2012, en Jungle by Night, die zelfs aan de vooravond van een internationale doorbraak lijken te staan.

Naast alle nieuwe groepen zijn ook Kuti's zonen Femi en Seun Kuti vrijwel continu op wereldtournee, net als zijn voormalige drummer Tony Allen. Op tal van kleine labels verschijnen gedegen verzamelalbums: van het Nigeria van de jaren zeventig tot en met hedendaagse hotspots voor afrobeat.

Bij een dergelijke mer à boire moet je stevig in de schoenen staan wil je nog boven water komen. Dinsdag kwam een Canadese afrobeatdelegatie naar het Amsterdamse MC Theater. Onder de misleidende naam Soul Jazz Orchestra bood men soul noch jazz, maar het resultaat bracht het volle café van MC wel degelijk aan het dansen.

Hun nieuwe plaat Solidarity had de verwachtingen hoog gestemd. Niet alleen brengt men hierop vormvaste afrobeatstukken, maar ook aangenaam rauwe funkexercities en zelfs uitstapjes richting niet voor de hand liggende latinstijlen, zoals Senegalese salsa en Haïtiaanse compas.

Toch viel het live nogal tegen wat Soul Jazz Orchestra puur muzikaal te bieden heeft. De strakheid waarmee men speelt is overtuigend, maar het materiaal zelf schiet tekort, en kan de concurrentie met bijvoorbeeld Antibalas bij lange na niet aan.

Zo worden alle bas- en gitaarpartijen waargenomen door een toetsenist. Hierdoor komt de nadruk te liggen op de drievoudige blazerssectie en de drummer en daar begint het al te wringen. Alle arrangementen voltrekken zich met noodlottige voorspelbaarheid. Slechts hier en daar is er een uitzondering, zoals een stuk waarin men een geslaagde vermenging van Ethiopische klankkleuren met een straffe hiphopbeat veroorzaakt.

Alle solo's door de blazers zijn echter volstrekt vergetelijk en functioneren eerder als middel om de lege stukken in de arrangementen op te vullen, dan als ware explosies van expressie, zoals Seun Kuti ze bijvoorbeeld benut.

Ondanks deze beperkingen liet het publiek zich de kans om van deze herfstige dinsdagavond nog wat te maken niet ontzeggen. Gezien de indrukwekkende tourlijst zullen deze jonge Canadezen ongetwijfeld nog terugkeren naar de zomerfestivals van 2013, hopelijk met interessanter materiaal.

undefined

Meer over