Column

Sorry, je foto van Geesink is opgegeten door mijn cavia

Sorry, maar je Geesinkfoto is opgegeten.

Peter Buwalda
null Beeld ANP
Beeld ANP

Zowel het lenen als het uitlenen van spullen wil ik afraden. Alles gaat mis. Murphy, die van de Wet, trekt er zijn handen af. Het is werk van de duivel.

Ik heb het niet over de standaardproblematiek die sowieso optreedt bij (uit)lenen, namelijk dat je je spullen nooit meer terugziet. Dat staat er zelfs helemaal los van, moeder, want in feite krijg je With The Beatles gewoon weer van me terug, als je er maar eens om zou vragen, wat je dus al 26 jaar niet doet, en eigenlijk, nu we het er toch over hebben, vind ik dat nogal ondankbaar, om niet te zeggen onverschillig, want je hebt die plaat van me gekregen voor je verjaardag.

Nee, het gaat om diefstal, brand, beslaglegging, waterschade, vandalisme. Vaak als resultaat van overconcentratie, dat is het tragische. Je hebt het beste voor met andermans bezit, maar je bereikt het slechtste. Ik heb eens een geleende foto van Anton Geesink (why?) grotendeels laten oppeuzelen door een cavia, Geesinks handtekening zat al in Buddy's buikje voor ik ingreep. (Een wreeftrap in de flank, via het plafond, op het fornuis, zo in de koekenpan. Nee hoor.)

Suzy roept dat ze een keer een beker koffie over de jeugdfoto's van Liesbeth List heeft uitgeschonken. Ook een fijne, zo'n bruin, gezwollen plakboek moeten terugbrengen naar een erkende diva.

Ik roep terug: Bert Groenman, mijn oude chef, die vorige week nog stond toe te kijken hoe ik kotsend in een kermisattractie zat. Van Bert mocht ik ooit z'n jasje lenen, ik was op weg naar Schiphol om in Amerika de uitvinder van het internet te interviewen, en Bert, die wilde dat ik er tiptop uit zou zien, gaf me het jasje van zijn beste pak mee. Dus wat doe ik bij aankomst: meteen uithangen, en niet, zoals ik normaal doe, het jasje na een week als een trekharmonica uit mijn koffer halen.

'Dus daar hing zijn jasje', zeg ik tegen Suzy, 'helemaal alleen in die hotelkast, zo alleen dat ik het er nooit meer heb uitgehaald, helemaal vergeten, ik dacht er pas weer aan toen ik Bert de maandag erop zag staan in de broek die erbij hoorde. Mooie broek, zeg ik nog.'

Mogelijk nog onverstandiger is oppassen op andermans spullen, een altruïstische vorm van lenen. Ook wel: een oogje in het zeil houden. Ik kom erop omdat Suzy's ouders de auto van vrienden in hun garage hebben gestald, die mensen overwinteren in Spanje, en anders moest het ding maandenlang buiten staan. Tegelijkertijd pasten ze op de Griekse zwerfhond van Suzy's zus, Minos heet het beest, en die rakker lijkt wel een beetje op Varoufakis, de minister en speltheoreticus. Kalend, best charmant, groot, maar ook speels en theoretisch, en ondertussen niet geneigd tot hondenbelasting.

Van de week, vertelde Suzy, waren haar ouders een middagje op pad, en hadden ze hun Griekse logé in de garage achtergelaten, met z'n mand, en z'n brokken, en z'n kluif, en z'n PlayStation, dus dat moest lukken. Toen ze terugkwamen bleek Minos het op zijn zwerfheupen te hebben gekregen en had op het dak, de ruiten, de motorkap van die oppasauto een uurtje speltheoretisch staan springen.

Zoiets gebeurt dus nooit met je eigen hond en je eigen wagen.

Meer over