Sopraan met late timing

Ze wilde achtergrond-zangeres worden, werkte een blauwe maandag in het notariaat, maar koos voor de opera. Judith van Wanroij heeft succes als sopraan. 'Ik heb geen ambitie, ik vind het allang mooi dat ik zing.'

GUIDO OORSCHOT

Een zwaaihandje naar John Nelson, de dirigent. Even huggen met een koorzanger. Een verloren seconde opvullen met een danspasje. Het is repetitie bij De Nederlandse Opera en aan Judith van Wanroij (37) lijkt de groepsdynamiek welbesteed.

In de foyer van Het Muziektheater in Amsterdam geeft de sopraan toe: ze houdt van het operabedrijf. Altijd reuring, lekker kletsen. Maar aanstaande woensdag, een half uur voor de première van Mozarts Idomeneo, hoeft niemand haar lastig te vallen voor een praatje of een knuffel. 'Dan loop ik alleen maar te ijsberen om mijn plankenkoorts te overwinnen.'

Op haar 22ste werkte ze nog op kantoor. Voor Judith van Wanroij, afgestudeerd juriste, lonkte een toekomst in het notariaat. Tot ze in een flits bedacht: help, ik moet hier weg! Ze wilde zingen. 'Maar ja, ik kón nog niet zingen. Tenminste, niet met een klassieke techniek.'

Vijftien jaar later wordt ze voor hoofdrollen gevraagd door gerenommeerde operahuizen van Madrid en Barcelona tot Toulouse en Parijs. De Franse pers signaleerde al vroeg haar 'vocale lenigheid en warme timbre'. Net als haar 'onberispelijke muzikaliteit' in de rol van Despina, het dienstmeidje dat in Mozarts Così fan tutte trouwens komisch opdraaft als notaris.

Sluipenderwijs begon Van Wanroij ook op te vallen in eigen land. Steeds als ze voor een bijrolletje naar De Nederlandse Opera kwam, stootten kenners elkaar aan. Monteverdi, Purcell of Rameau: er zweefde een helder, fluwelig geluid de zaal in, perfect van dictie en ritmisch interessant gekruid. 'Misschien hoor je daarin mijn achtergrond in de pop en jazz', zegt de sopraan. 'Ik houd van in het tempo hangen en laat timen. Helaas straffen dirigenten dat nogal eens af.'

Als scholiere in het Gelderse Groenlo zat ze met een cassetterecorder voor de radio. Haar helden heetten Barbra Streisand, Janis Ian en Neil Diamond. Van Wanroij zong in schoolbandjes en droomde van een bestaan als achtergrondzangeres.

Gek genoeg kwam de gedachte aan het conservatorium niet in haar op. 'Achteraf is dat maar goed ook. De zwaarte van de opleiding had ik op die leeftijd nooit aangekund.'

Vijf jaar later ging het alsnog kriebelen. Ook al neigde ze naar de lichte muziek en jazz, een klassieke basis leek haar nooit weg. De tweedekanssopraan werd op het Amsterdamse conservatorium kritisch verwelkomd: 'mooie stem, dubieuze muzikaliteit'. Jaren later wandelde ze gediplomeerd met onderscheiding weg.

Ze hoort niet tot het slag solisten dat graag met zichzelf pronkt. 'Ik zal nooit roepen: straks première, allemaal komen!' En aan een parallelle carrière in het lied, de wens van elke zanger, wil ze voorlopig niet denken. 'Judith van Wanroij in de Kleine Zaal- ik krijg het nu al Spaans benauwd.'

Toch staat ze straks, als de ouverture tot Idomeneo voorbij is, minutenlang in haar eentje te zingen. Mozart duikt in het gemoed van Ilia, de Trojaanse prinses die een verwarrende cocktail moet verwerken van haat en liefde, jaloezie en wraak.

Van Wanroij: 'Ze is door de Grieken ontvoerd, heeft een schipbreuk overleefd en vindt zichzelf terug op Kreta. Daar wordt ze smoorverliefd op de zoon van haar vaders moordenaar, die tot overmaat van ramp een ander heeft.'

'Padre, germani, addio!' heet de aria waarin de verscheurde prinses haar vader en broers aanroept. Van het Duitse regisseursechtpaar Ursel en Karl-Ernst Herrmann moet Van Wanroij zich voorstellen dat Ilia op dat moment een jaar of 18 is en al tien jaar weg uit Troje.

'Toch lijkt het alsof ze nog dagelijks een dialoog voert met haar vader', constateert de sopraan. 'Ik snap dat meisje wel. Mijn vader overleed toen ik 6 was en zoiets draag je met je mee. Ik denk op sommige momenten ook: kom me nou alsjeblieft eens helpen.'

Dit voorjaar kreeg ze haar eerste dragende rol bij De Nederlandse Opera, als Donna Elvira in Mozarts Don Giovanni. Na Idomeneo zakt Van Wanroij weer af naar het zuiden, waar gelouterde dirigenten wachten als William Christie en Christophe Rousset.

Een gang naar Duitse operahuizen, wordt weleens gefluisterd, zou haar carrière extra vuurkracht geven. 'Het is er nog niet van gekomen. En ik heb ook geen enkele ambitie, ik vind het allang mooi dat ik zing. Naar Parijs gaan is toch geen straf?'

Voor alle duidelijkheid: Judith van Wanroij werkt keihard. Maar haar grootste streven ligt in het overwinnen van onzekerheid en angst. 'Als ik zing en acteer, spring ik in mijn hoofd van fout naar fout. Er gaat zelden een seconde voorbij zonder negatieve gedachte. Ooit hoop ik de neutrale staat van doorgeefluik te bereiken.'

Wolfgang Amadeus Mozart: Idomeneo

Solisten, Nederlands Kamerorkest o.l.v. John Nelson. Amsterdam, Het Muziektheater, 9/11 (première). Voorstellingen t/m 27/11. dno.nl. Radio 4: 3/12, 19.00 uur

Nederlandse operazangers

Heeft De Nederlandse Opera een hekel aan Nederlandse zangers? Gemopper in die richting is weleens te horen, maar het valt mee. Judith van Wanroij grijpt in Het Muziektheater in Amsterdam kansen. Bariton Henk Neven zal evenmin kniezend rondlopen, net als de mezzo's Christianne Stotijn en Cora Burggraaf. Dit voorjaar maakte Karin Strobos haar entree. De sopranen Barbara Haveman en Eva-Maria Westbroek hadden wellicht reden tot klagen: pas na een uitputtend buitenlands traject waren ze welkom aan het Waterlooplein. En operavrienden hameren erop: wanneer komen zangers als Annemarie Kremer, Lenneke Ruiten en Frank van Aken eens naar Amsterdam?

undefined

Meer over