Sonnemans te vroeg door zijn voorraad gif heen

'Cor van der Geest kan het gif uit mijn tenen halen.' Dat was de reden waarom Ben Sonnemans op weg naar Atlanta koos voor zijn 'halve vader'....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

ATLANTA

Erica Terpstra, troosteres der verliezers, drukte een huilende Sonnemans aan de boezem, nadat hij door de Braziliaan Fernandes was geklopt.

Sonnemans noemde het ooit 'het syndroom' van de vijfde plaats. Hij dacht er in 1994 van verlost te zijn, toen hij in Japan derde werd bij het prestigieuze toernooi om de Kano Cup, maar bij zijn Olympisch debuut was het toch weer zo ver. De deceptie was trouwens snel verwerkt. Terecht stelde de kolos in de klasse tot 95 kilo dat hij in Atlanta 'vijf straten scherper' was dan bij de EK van Den Haag, toen hij, inderdaad, ook als vijfde eindigde.

Omdat hij van de Brit Stevens had gewonnen en was gevloerd door de Koreaan Kim, werd Sonnemans verwezen naar de herkansingen waarin hij zijn beste partijen liet zien. Hij versloeg eerst de Rus Sergejev en won in een even enerverend als slopend duel vervolgens zelfs van de Japanner Nakamura. Hij kreeg in en eigenlijk ná de laatste seconde nog een inactiviteitsstraf tegen waardoor de stand in evenwicht was, maar het arbitrale trio stuurde hem en niet de woedende Japanner door naar de strijd om brons.

De zege op Nakamura bleek echter veel te hebben gevergd: 'Ik had zo veel gegeven dat ik niet meer dat beetje extra kon brengen dat op dit niveau nodig is. Misschien is het ook te weinig hardheid in mijn hoofd, ik was gewoon nog niet zo ver. Maar ik heb beter gevochten dan in maanden en ik weet één ding: van mij zijn ze nog niet af.'

Omdat Sonnemans in de eerste ronde een bye had en in de tweede een walk over (de Jordaniër Al Awazem kwam niet opdagen) kon ook Karin Kienhuis uiteindelijk toch gecoacht worden door Cor van der Geest. Privé-trainer Jur Raatjes stond paraat maar hoefde ook in een latere fase niet in te springen. Want de studente bewegingswetenschappen kwam niet verder dan één partij, ook al zei ze zich volstrekt te hebben kunnen afsluiten voor de oorlog der bondscoaches.

Kienhuis, in Den Haag nog tweede bij de EK, werd de weg versperd door de Engelse Howey, een razendsnelle judoka die er een specialiteit van heeft gemaakt om benen onder tegenstanders weg te rukken. Kienhuis was erop voorbereid, ging consequent rechts 'voorstaan' maar werd toch verschalkt. Wat ze ook probeerde, de yuko achterstand kon ze niet meer ongedaan maken.

'Zwaar kloten,' zei ze, 'om van een gelijkwaardig iemand te verliezen. Ik ben gewoon niet slechter.' Howey verloor in de tweede ronde van de Japanse Tanabe waardoor Kienhuis ook niet voor de herkansingen in aanmerking kwam. De Belgische supporters hadden meer te vieren, uiteindelijk zelfs het Olympisch goud van Ulla Werbrouck.

Voor Danny Ebbers duurde zijn Olympisch debuut welgeteld 33 seconden. Hij werd de voetveeg van de Duitser Möller, een ervaren zwaargewicht die vorig jaar tweede werd bij de WK. Möller begon meteen te 'schoppen', herinnerde Ebbers zich van die halve minuut. Hij dacht: 'Wat gebeurt me nu?' En raakte dus zijn concentratie kwijt. Het hoofd was even te ver weg van de voeten en neer ging de kolos.

'Ik lach altijd', zo verontschuldigde de Nijmeegse beroepsmilitair zich bijna voor zijn vrolijkheid na afloop. Hij had de eerste dagen in Atlanta niet af kunnen blijven van de speelautomaten in het Olympisch dorp, want hij is 'gek op spelletjes'. Coach Visser riep hem uiteindelijk tot de orde en toen was hij toch wel erg nerveus geworden: 'Je wilt tenslotte een medaille om je nek.'

Het werd een nogal onsamenhangend verhaal. Ebbers wilde wel, maar hij was per slot van rekening pas 22 en had geen idee wat hem bij de Spelen te wachten stond. Het bleek dus gewoon als een toernooi als alle andere, met bekende tegenstanders, en in een zaal die nu ook niet bepaald bijzondere Olympische trekjes vertoonde.

De spelregels werden op een electronisch scorebord aan die onwetende Amerikanen uitgelegd maar dat was dan ook alles. Dat weet hij dus voor de volgende keer. Want Sydney 2000 was eigenlijk al steeds het doel. Hij was in Atlanta om enig benul te krijgen van Olympische omstandigheden. Om te leren dus dat je maar beter niet de hele dag achter een speelautomaat kunt staan.

Ebbers, die afgunstig kon zijn op het brons van Harry van Barneveld, een beer die in 1987 de Nederlandse nationaliteit verruilde voor de Belgische, mocht zich troosten met de gedachte dat hij niet de grootste kluns van het judo-toernooi was.

's Morgens liep hij de heersend Olympisch kampioen in de 95-plus categorie tegen het lijf, Sjaksjaleichvili uit Georgië. Die vroeg hem waar de (verplichte) weging was. 'In het Olympisch dorp, niet hier in het congrescentrum', wist je dat niet?', sprak Ebbers zijn verbazing uit. De Georgiër moest terug, sprong in een bus maar arriveerde vanwege een bommelding vijf minuten te laat. De weging was voorbij. Hij keerde onverrichterzake terug en moest zijn titel overdoen aan de Fransman Douillet.

Meer over