Soms is vrijheid ook de keuze om zelf te beslissen iets gevaarlijks te doen

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek meestal over het dagelijks leven in zijn land.

null Beeld Julius Schrank
Beeld Julius Schrank

Toen ik een 12-jarige puber was zonder besef van waar het leven me zou brengen, had ik twee grote liefdes. Aan mijn muur hingen posters van Sandra Kim, die, slechts een jaar ouder dan ik, het Songfestival had gewonnen voor België met haar nummer J'aime la vie. Ik droomde over hoe ze me, met haar roze piccolopetje op, zou zoenen, iets wat ik eerder dat jaar al met Henriëtte uit Kudelstaart had gedaan en dat me goed was bevallen.

Mijn andere liefde was vuurwerk. Rotjes, ratelbanden, strijkers, widowmakers, carbid. Hoe harder het knalde, hoe beter. Mijn jongenshart ging sneller kloppen als het december werd en Oud en Nieuw eraan kwam. Aangemoedigd door mijn vader, die me met twinkelende ogen vaak vertelde hoe hij als jonge jongen zelf buskruit maakte, veranderde ik onze straat in een ware oorlogszone.

Dagen voor de jaarwisseling begon ik al vuurwerk af te steken. De vonken van het brandende lontje, snel weggooien, de knal, en dan die heerlijk ruikende kruitdampen. Ik was zelf een sprieterig mannetje, maar waande me een Rambo. Hormonen gierden door mijn lichaam. De macht die een rotje me gaf, deed me als jongetje een beetje man voelen.

Net zoals met Henriëtte, en meisjes in het algemeen, was het ook met vuurwerk oppassen geblazen. Bij het minste of geringste kan het namelijk mis gaan. Waar vrouwen je hart kunnen breken, kan het vuurwerk je blind maken. Ik ken volwassenen die met allebei nog steeds niet kunnen omgaan. Voor een 12-jarige is het een geweldige verantwoordelijkheid met een klein explosief rond te lopen, en de liefde, dat blijft altijd lastig.

Mijn ouders gaven me een paar regels mee. Absoluut geen vuurwerk naar mensen of dieren gooien. Uit de buurt van oude mensen blijven. En niks doen wat na afloop als een heel dom verhaal klinkt. 'Dan lacht iedereen je uit en zit je daar zonder handen', zei mijn moeder.

Op het hoogtepunt van mijn obsessie propten mijn vriendje Tijmen en ik de inhoud van tweehonderd rotjes en strijkers in een stalen pijp. 'Gaaf', riepen we tegen elkaar. Maar toen we die wilde afsteken, bedachten we ons. Ik zag mezelf al zitten zonder handen. Opeens leek onze vuurwerkbom een heel dom idee. We wierpen de pijp met een grote boog in de sloot. Trots gingen we naar huis en vertelden onze ouders over onze volwassenen daad. Zelfs mijn vader vond het een juiste beslissing.

Over het algemeen is er steeds minder vertrouwen in pubers, en al helemaal in jongens. Ongeremde energie vinden we eng. Ze moeten spelen op speelplaatsjes die op vaste tijden open zijn. In bomen mag je niet klimmen: je zou eens naar beneden kunnen vallen. Op de fiets is het beter een helm op te hebben. We zouden ze het liefst in kussens wikkelen in de hoop dat hun nooit wat overkomt.

Het is dezelfde zorgzaamheid die de Iraanse leiders ook vertonen, maar dan voor hun hele volk. Uit angst dat de Iraniërs ook maar iets verkeerd zouden doen, zijn er voor alles regels ingevoerd. De geestelijken die de leiding hebben in het land zijn bezorgd. Wat als mensen tijdens hun leven fouten begaan? Dan komen ze wellicht niet in de hemel. De staat, in een soort ouderrol, heeft invloed op alle facetten van het leven omdat hij zijn kinderen niet vertrouwt.

In Iran is vuurwerk illegaal. Alleen de staat mag het afsteken. Als de verjaardag van de profeet wordt gevierd en de doffe knallen boven Teheran bulderen, worden er altijd weer mensen verrast die denken dat de oorlog is uitgebroken. Maar als iets illegaal is in Iran, betekent dat niet dat het niet bestaat. Iraniërs maken ook vuurwerkbommen, die ze 'granaten' noemen. De knallen in de week vóór het Iraanse nieuwjaar zijn dan ook enorm. Er gebeuren ongelukken, sommige tragisch. Maar het is ook spannend, rebels en ruig.

Tijdens de millenniumwisseling werd ik genezen van mijn vuurwerkmanie. Nadat iemand een Chinese rol had afgestoken, zag ik dat een van de klappers nog niet was afgegaan. Ik vergat dat die een snelle schietlont hebben, ik hield mijn aansteker erbij en ik zat de eerste uren van 2000 in het ziekenhuis waar mijn duim werd gehecht. Ik was 24, te oud. Mijn moeder zei: dat is nou echt een dom verhaal.

Zelf ben ik sindsdien klaar met vuurwerk. Maar ik ben maar wat blij dat ik het mocht afsteken. Soms is vrijheid ook de keuze om zelf te beslissen iets gevaarlijks te doen. Juist als je nog jong en roekeloos bent, want hoe leer je anders je grenzen kennen?

Als je 12 bent, ben je dat aan het ontdekken, met Henriëtte uit Kudelstaart, maar ook met vuurwerk. Sandra Kim, de Belgische zangeres beantwoordde mijn liefdesbrief alleen met een foto van haarzelf, waarmee ik erg blij was, maar daarmee waren de grenzen van onze relatie wel duidelijk.

Ik wens iedereen een geweldige jaarwisseling toe, vooral 12-jarige pubers.

Twitter: @thomaserdbrink

Meer over