Column

Soms is een mislukking nodig om vooruit te komen

 

Abraham Kuyper. Beeld anp
Abraham Kuyper.Beeld anp

Je hebt af en toe mislukkingen nodig om vooruit te komen.' Wijze woorden van Bram Peper, oud-burgemeester van Rotterdam, vrijdag in De ijzeren eeuw (VPRO/NTR). Deze prachtige serie over Nederland in de 19de eeuw, belichtte in de zesde aflevering 'Het geheim van Rotterdam'.

Dat geheim bleek gecentreerd rond één relatief onbekend persoon: Lodewijk Pincoffs. Verscheidene hedendaagse Rotterdammers, onder wie zijn biograaf Bram Oosterwijk, schetsten het leven van de ijdele en omstreden zakenman, die samen met zijn vriend, de bankier Marten Mees, Rotterdam veranderde van provinciestadje tot internationale havenstad.

Als Jood was hij niet welkom in de elitaire sociëteit Amicitia, maar in de gemeenteraad deed hij van zich spreken. Uit ondernemingsdrift verbond hij beide helften van de Maasstad met elkaar, hij liet de Nieuwe Waterweg aanleggen, de felbegeerde route naar zee.

En toen kwamen de mislukkingen. Pincoffs sloeg aan het frauderen; het ene gat moest gevuld met het andere. In stilte vluchtte hij met zijn gezin naar New York, hele families geruïneerd achterlatend. Tot overmaat van ramp slibde zijn Waterweg na zes jaar al dicht en dreigde die onbevaarbaar te worden. Zie daar de opkomst van de baggeraar. 'Zo pakte de val van Pincoffs nog gunstig uit', legden diverse sprekers uit aan Hans Goedkoop, al wandelend over de historische omgeving van de Willemskade. Wel apart: zij allen, inclusief achterkleinzoons van halfbroers, spraken over Pincoffs alsof zij zelf nog met hem hadden geknikkerd.

Omstreeks dezelfde tijd (1905) trok oud-premier en theoloog Abraham Kuyper naar zestien landen rondom de Middellandse Zee, omdat hij 'geïnteresseerd was in de opkomst van de islam en benieuwd wat dat voor Europa zou betekenen'. Samenstellers Martin Maat en Hans Hermans reconstrueerden die reis, die Kuyper vastlegde in twee lijvige boeken, in de achtdelige reeks Om de oude Wereldzee (IKON).

De reis had een wat verwarrende start: in het eerste deel, zondag, bevond historicus George Harinck zich in het intro in de bezette gebieden in het Midden-Oosten, maar even later bleek de gehele aflevering over Roemenië en Zuid-Rusland en de Krim te gaan.

Daar vertelde onder anderen een zigeunervrouw over haar mooiste jaren: haar jeugd. Nu worden zigeuners veel gediscrimineerd, zei ze, en daarom gaan ze er weg. 'Want hier in Roemenië lukt het ze niet hun dromen waar te maken.'

Zo werd tussen de reis van Harinck en de boeken van Kuyper steeds een link met het heden gelegd. Moesten in 1905 de Kozakken de straten schoonvegen tijdens de revolutionaire koorts die de regio had bevangen, 'het oproer van Kuyper in 1905 is in 2015 in volle omvang terug', doceert Harinck dan.

Hoe interessant het gegeven ook, na de eerste aflevering ben ik nog niet gegrepen door Om de oude Wereldzee. Dat heeft veel te maken met de aankleding, de vorm. Harinck treedt consequent op met hoed en sjaaltje, die hij ook binnen op bezoek bij mensen ophoudt. Een potsierlijk relikwie voor het tijdsbeeld van Kuyper, dacht ik, maar daarvan lijkt geen sprake.

En de vormvondst van Abraham Kuyper, gespeeld door Helmert Woudenberg, met kroontjespen in de hand schrijvend aan zijn boek, doet mij iets te gekunsteld en stijfjes aan. Zowel de persoon Kuyper als de reis zijn nog niet erg gaan leven, noch braken grootse inzichten door. Maar wellicht komt dat allemaal nog. Soms is een mislukkinkje nodig om vooruit te komen.

Meer over