Somaliërs eisen met 'stille tocht' opheldering over rol politie Lelystad Brand leidt tot raciale spanningen

Op een houten schot tussen de twee woningen aan woonerf Griend in Lelystad zijn met rode verf bebloede kinderhandjes aangebracht....

Van onze verslaggever

Peter van den Berg

LELYSTAD

Vijf meter verder staat een Nederlandse vrouw, die achter de twee woningen woont. 'De hele buurt wordt hier zo langzaam aan uitgemaakt voor racist, dit kan zo niet langer doorgaan.' Haar man krijgt een pamflet aangereikt door een Somaliër. Zonder het te lezen, maakt de man er een prop van en werpt die kwaad op de grond.

Twee Somalische kinderen, een zusje en broertje van vier en drie jaar, kwamen eind juni bij een brand in de woning van hun ouders om het leven. Brandstichting, beweert de vader van de kinderen, de 28-jarige Somaliër Ali Ahmed. Op de avond van de brand kreeg hij het hevig aan de stok met zijn buurman Martin Akkerman. Ahmed beschuldigde zijn buurman van brandstichting, en vervolgens achtervolgde Akkerman de Somaliër enige tijd met een kapmes door de buurt.

Getuigen te over, maar de politie weigert de aangifte van de Somaliër wegens bedreiging door de buurman, op te nemen. Ook aangiften van diefstal van zijn auto en een tv, video en faxapparatuur worden terzijde geschoven. Volgens de politie gebeurde dat 'gezien alle emoties en onduidelijkheden rond de gebeurtenissen'.

Bijna drie weken later is de stemming in de buitenwijk van Lelystad explosief. Vier eenheden van de Mobiele Eenheid en ruiters van de bereden politie begeleiden een groep van ongeveer vierhonderd Somaliërs die opheldering komen eisen. Vanaf het centrum van de stad lopen zij in een herdenkingstocht naar het huis van Ahmed, waar de kinderen zijn omgekomen. Ze eisen een nieuw onderzoek van de politie naar de oorzaak van de brand, opsporing van de gestolen goederen en opheldering over de houding van de politie.

'Wij willen gerechtigheid en vrijheid', roepen de Somaliërs. De vader van de omgekomen kinderen beklaagt zich over het onderzoek van de politie. 'De brand moet van buiten aangestoken zijn. Mijn kinderen hebben nooit aanstekers of lucifers gehad, dus spelen met vuur is onmogelijk geweest.'

M. Siliakus, politieman in Lelystad, beweert ongeveer het tegenovergestelde. 'Volgens een verklaring van de ouders heeft een van de kinderen daags voor de brand met een aansteker gespeeld. Daarvoor is het kind berispt.'

De politieman acht het uitgesloten dat er sprake is van een aanslag of brandstichting. 'Technisch onmogelijk, omdat er een schroeiplek zou moeten zijn aangetroffen waar het vuur is ontstaan', verduidelijkt Siliakus. 'De technische werkelijkheid is heel anders dan emoties. Daarin zitten grote verschillen. Toch kan ik me de angst en de onzekerheid van deze mensen goed indenken. Dat respecteer ik.'

Respect of niet, de Somaliërs zijn woedend. En dat stuit weer bij de Nederlandse buurtbewoners in Lelystad op hevig onbegrip. 'Hoezo stille tocht? Ze plakken affiches en er worden leuzen geroepen.' De buurtbewoonster over mogelijke brandstichting: 'Het raam stond op zo'n kiertje', en ze geeft tussen duim en wijsvinger hooguit één centimeter aan.

'Daar kon dus niets doorheen. En de brand is rond twaalf uur 's middags aan de achterkant ontstaan, dat heeft iedereen gezien. De buurman, die nu wordt beschuldigd van brandstichting, heeft de deur nog ingetrapt. Dat heb ik zelf gezien, maar hij kon niet meer boven komen. De beschuldigingen, die nu eigenlijk de hele buurt treffen, slaan nergens op.'

De politie in Lelystad weigert commentaar te geven op de hele affaire. Het hoofd van de politie, burgemeester H. Gruyters, verwijst naar een politiewoordvoerder en verdwijnt op het stadhuis ijlings achter een liftdeur. Volgens politiewoordvoerder T. Hoekstra is de zaak in handen van justitie. En de persofficier van justitie in Zwolle, I. Vermeulen, blijft dinsdagavond onbereikbaar.

Meer over