Solidariteit moet ons een zorg blijven Voorstel Borst druist in tegen eigen opvatting

Met de voorgenomen introductie van voorrangsregelingen in de gezondheidszorg dreigt het kabinet een einde te maken aan twee principes, gelijkheid en solidariteit....

HET voornemen van het kabinet om voorrangsregelingen voor werkenden door ziekenhuizen toe te staan, dreigt een einde te maken aan solidariteit en gelijkheid in de zorg. Met dit voorstel gaat minister Borst in tegen een uitspraak van de meerderheid van de Tweede Kamer waarin voorkruipen in de zorg op andere dan medische criteria wordt afgewezen. Maar het druist ook in tegen haar eigen opvatting tot nu toe. De minister van Volkgezondheid capituleert voor de druk van de werkgevers.

Sinds de privatisering van de Ziektewet hebben werkgevers er belang bij hun werknemers snel te genezen en zoeken zij naar wegen om wachtlijsten in de zorg te omzeilen. Het kabinet heeft jaren geworsteld met het wel of niet toestaan van deze regelingen. Enerzijds hechtte het veel waarde aan het gelijkheidsbeginsel, anderzijds besefte het ook wel dat het met zijn beleid de voorrangsregelingen uitlokte.

De Kamer heeft zich uiteindelijk via een motie van Marijnissen uitgesproken tegen deze voorrangszorg. De werkgevers blijven echter sluipwegen zoeken zolang de oorzaken van hun problemen - privatisering van de Ziektewet en schaarste in de zorg - niet zijn opgelost. Het begon met bedrijvenpoli's en afspraken met ziekenhuizen om werknemers direct te behandelen. Toen de Kamer daar een stokje voor stak, werd gezocht naar beter verkoopbare plannen. Zo kwam men op het zogenaamde Robin Hood-scenario, waarbij de werkgevers extra zouden betalen voor snelle zorg aan werknemers, waarna de ziekenhuizen deze extra inkomsten ten goede zouden laten komen aan alle patiënten.

Na kritiek van de Kamer heeft minister Borst ook dit scenario afgewezen. Ook zij zag in dat het hier toch om zorg in twee snelheden ging. Er gaat immers geen extra loket open waar iedereen evenveel voordeel van heeft, maar er komt een bijzonder loket, zonder rij, alleen bedoeld voor werknemers van wie de baas bereid is te betalen.

Bovendien is het zeer de vraag of de overige patiënten geen nadeel zullen ondervinden van dat nieuwe loket. Het personeelstekort in de zorg is al groot en de werkdruk voor het personeel is zeer hoog. Ook als de extra zorg in de avonden of weekenden wordt gegeven, zal dat ten koste gaan van de tijd en energie van de artsen en verpleegkundigen tijdens de gewone werktijden.

Nadat ook deze weg door de Kamer en de minister was afgesloten, kwam de arbeidsgerelateerde zorg. Speciaal gericht op werknemers met kwaaltjes die ze tijdens en als gevolg van hun werk hebben opgelopen. Dit bracht sommige tegenstanders van elke vorm van voorkruipzorg aan het twijfelen. Immers, aan de bedrijfsgeneeskundige zorg kan nog het een en ander worden verbeterd. Toch floot de Kamer ook nu weer vrijwel eensgezind de minister terug toen deze het eerste initiatief in deze richting goedkeurde.

Het ging hierbij om een arbeidsgeneeskundig spreekuur van het Medisch Centrum Leeuwarden, waar werkenden tegen betaling door de werkgever met voorrang terecht zouden kunnen voor diagnose. Zorg die specifiek gericht is op bepaalde aandoeningen moet natuurlijk mogelijk zijn, zo redeneerde de Kamer, maar dan wel op voorwaarde dat deze voor iedereen toegankelijk is.

Via de weg van de arbeidsgerelateerde en de aandoeningsgerelateerde zorg zijn we nu weer bij af. Het jongste voorstel van minister Borst is in grote lijnen hetzelfde als het Robin Hood-model, zij het dat er aanvullende voorwaarden zijn gekomen die zullen worden vastgelegd in een gedragscode. Behalve dat het moet gaan om arbeidsgerelateerde zorg die niet ten koste mag gaan van niet-werknemers - hetgeen met de huidige personeelstekorten moeilijk valt uit te sluiten - moet de wachttijd voor de gewone zorg binnen 'aanvaardbare' grenzen zijn.

Dat roept de vraag op wanneer een wachttijd 'aanvaardbaar' is. Als deze voor de werkgever aanvaarbaar zou zijn, gaat hij toch geen extra zorg inkopen? Dus gaat de minister er kennelijk van uit dat wachttijden voor de één toch aanvaarbaarder zijn dan voor de ander. En waarschijnlijk straks voor de werkgever ook minder aanvaardbaar voor de ene werknemer, bijvoorbeeld de directeur, dan voor een andere.

Een andere voorwaarde die de minister stelt is dat de inzet van de extra gelden 'inzichtelijk' moet worden gemaakt, zodat de aanwending van publieke en private middelen volstrekt transparant is en vooral ook: gescheiden. In de thuiszorg zijn hiermee echter al zeer slechte ervaringen opgedaan. Want hoe bepaal en controleer je dat? Mag voor private doeleinden bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van de publieke infrastructuur die we met z'n allen hebben betaald? Als dat zo is, dan is dat voor de private partijen gemakkelijk verdiend. Maar als dat niet zo zou zijn, moet er dan een paralelle private infrastructuur worden opgezet? Er is natuurlijk niemand die dat zou bepleiten, laat staan wil bekostigen.

En dan schuilt er nog een levensgroot gevaar in de nieuwe regeling, een gevaar waarvoor de minister nota bene zelf al waarschuwt. Want behalve dat het gelijkheidsprincipe in de zorg overboord wordt gezet, haal je ook de commercie binnen op plekken waar deze niet thuishoort.

Als de werkgever voor de zorg betaalt, zal deze meer eisen gaan stellen. De kans is groot dat economische belangen zoals de financiële consequenties van ziekteverzuim, dan een rol gaan spelen in de spreekkamer. Een werkgever betaalt immers om een werknemer zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Bij een behandeling van een hernia zal een snelle operatie hem beter uitkomen dan het voorschrijven van maanden bedrust.

Bovendien zullen de commerciële belangen ook invloed hebben op de prioriteiten in de zorg in het algemeen, want als er met het snel verhelpen van niet al te ingewikkelde aandoeningen makkelijk geld binnen te halen valt, dan zal men zich daar eerder op richten dan op de behandeling van ingewikkelde en langdurige aandoeningen. Om dezelfde reden zullen specifieke aandoeningen van kinderen en ouderen minder snel prioriteit kunnen krijgen.

Hoe je het dus ook wendt of keert, en met wat voor voorwaarden of codes je de nieuwe regeling ook aankleedt, met het voorstel van het kabinet legitimeer en accepteer je tweedeling in de zorg. De deur wordt opengezet voor een ontwikkeling die niet meer is terug te draaien: voorkruipen in de zorg voor wie het kan betalen.

Nu misschien nog alleen voor bepaalde werknemers met bepaalde aandoeningen, maar als de deur uit het slot is en op een kier staat, wordt hij vanzelf verder open geduwd - met als resultaat: zorg die afhankelijk is van de dikte van de portemonnee. De enige manier om dit te voorkomen is: * de deur op slot draaien met andere woorden: commerciële zorg niet toestaan, en * de druk op de deur wegnemen: de privatisering van de Ziektewet terugdraaien en de wachtlijsten aanpakken.

De vraag is of PvdA en D66, de twee coalitiepartners die nu bezwaren uiten tegen de plannen van minister Borst, hiertoe ook bereid zullen zijn. Voor mij staat vast dat het kabinet zich met dit voorstel op een hellend vlak begeeft. Als het doorgaat verliezen we de twee belangrijkste principes in de zorg, namelijk solidariteit en gelijkheid. Daarmee plegen we een fundamentele aanslag op onze beschaving.

Ik roep alle artsen en werkers in de zorg en anderen daarom op hier principieel stelling tegen te nemen. Opdat we in de volgende eeuw niet met veel pijn en moeite zullen moeten heroveren wat we nu dreigen op te offeren aan de neoliberale waan van de dag.

Meer over